Inhoudsopgave
De bouw van ruim 8.000 woningen in de Maastrichtse Spoorzone kan alleen doorgaan als overheden forse bedragen bijdragen. Niet alleen de woningbouw kent naar verwachting tekorten, ook grondverwerving, bodemsanering en alle onder- en bovengrondse infrastructuur moeten worden betaald. Hoe hoog de totale rekening wordt, is nog niet openbaar.
Dat blijkt uit de verdere uitwerking van GRAND MSTRG, de gebiedsvisie voor de Spoorzone die in januari door de gemeenteraad werd vastgesteld. Het plan omvat een langgerekt gebied van Limmel aan de Maas en het Sphinxkwartier tot Randwyck en de Brightlands-campus.
In verschillende deelgebieden zullen de kosten van woningbouw naar verwachting hoger zijn dan de opbrengsten uit verkoop en verhuur. Daarbovenop komen investeringen in wegen, pleinen, fietsroutes, groen, energievoorzieningen, kabels, leidingen en riolering. Ook het aanpassen van het emplacement en mogelijk het ondergronds brengen van de spoorbundel vergen grote bedragen.
Hoe hoog het tekort per woning is en hoeveel publiek geld uiteindelijk nodig is, is nog niet bekendgemaakt.
Wel staat vast dat het om tientallen miljoenen euro’s gaat. De Nieuwe Ster meldde eerder dat Maastricht bij het Rijk een pakket van 80,1 miljoen euro heeft ingediend voor vijf infrastructurele maatregelen. De gemeente hoopt daarvan 26,2 euro miljoen van het Rijk te krijgen. Maastricht heeft zelf 12,5 miljoen euro gereserveerd om rijksbijdragen en andere subsidies binnen te kunnen halen.
Het gaat onder meer om het verlengen van de Maasboulevard, een nieuwe wandel- en fietsbrug over de Maas en betere verbindingen tussen het station, de Groene Loper en de Health Campus. De kosten voor het emplacement, nieuwe spoorverbindingen en tekorten op woningbouwprojecten komen daar nog bij.
Geheim
Een deel van de voorbereidingen en financiële informatie werd tijdens de planvorming niet openbaar gemaakt. De gemeente wilde voorkomen dat eigenaren en beleggers met grond en vastgoed zouden speculeren. Als vooraf precies bekend is waar woningen, wegen of voorzieningen komen, kunnen grondprijzen stijgen.
De gemeente erkende wel dat de ontwikkelmogelijkheden in het gebied al jarenlang bekend waren door eerdere visies en openbare onderzoeken. De vraag is daarom hoeveel speculatie met de geheimhouding werkelijk kon worden voorkomen.
Griendkwartier
De gemeente begint met het Griendkwartier, het gebied rond winkelcentrum Noorderbrug en De Griend. Met private grondeigenaren wordt gesproken over de ontwikkelmogelijkheden en de financiële haalbaarheid. Later dit jaar mogen bewoners en gebruikers meepraten over woningen, voorzieningen, werkgelegenheid en leefbaarheid.
De ontwikkeling hangt samen met de sloop van de spoorbrug, een nieuwe loop- en fietsbrug over de Maas, de toekomstige ligging van de Franciscus Romanusweg en de hoogwaterveiligheid in het Zuidelijk Maasdal.
Pas wanneer meer duidelijkheid bestaat over het emplacement en de aanpak van de spoorbarrière, wordt het Stationskwartier aan de oostkant van het station uitgewerkt.
Natuur krijgt stem
In het Griendkwartier onderzoekt de gemeente ook een zogenoemde Zoöp. Dat is een organisatiemodel waarbij natuur en ecosystemen structureel worden vertegenwoordigd in de besluitvorming.
Bij het ontwerpen wordt dan niet alleen gekeken naar woningen, verkeer en financiële opbrengsten, maar ook naar water, bodem, planten, dieren en klimaat. De natuur krijgt als het ware een vaste stem aan tafel.
Ondertussen worden drie oplossingen voor de spoorbarrière onderzocht: een integrale spoortunnel en twee varianten met meer verbindingen over of onder het spoor. Ook de initiatiefnemers van Boven het Spoor, Jo Coenen en Luc Soete, worden daarbij betrokken.
Een vervolgbesluit wordt pas eind 2028 verwacht.




Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.


