Inhoudsopgave
IJAR, de officiële studentenvereniging van Joodse studenten aan de Maastrichtse universiteit, gaat onder voorwaarden een gesprek aan met het College van Bestuur. De top van de universiteit wil een gesprek naar aanleiding van de ophef rondom een Palestijnse student die zegt betrokken te zijn bij het bloedbad op 7 oktober 2023 in Israël.
Volgens de Joodse studenten heeft de universiteit de afgelopen drie jaar stilzwijgend organisaties gedoogd die door de Europese Unie als terroristische organisaties zijn aangemerkt. IJAR geeft in een brief aan alleen met de universiteit in gesprek te zullen gaan als zij antwoord krijgen op de zorgen en vragen die IJAR de afgelopen zes maanden herhaaldelijk onder de aandacht heeft gebracht. Daarbij gaat het met name over de vraag of het volgens de regels van de universiteit is toegestaan om steun uit te spreken voor terroristische organisaties en hun acties.

Onderstaand de brief:
Aan het College van Bestuur van Maastricht University,
Wij constateren met grote bezorgdheid dat wij pas op 28 september door de universiteit zijn benaderd. De universiteit was al ten minste sinds 26 september op de hoogte van dit incident. IJAR en de Joodse studenten in Maastricht zijn hiervan bij toeval via de media op de hoogte geraakt. De universiteit is zich terdege bewust van de angst die Joodse en Israëlische studenten ervaren voor hun veiligheid en welzijn, evenals van de bestaande communicatiekanalen die de universiteit al met IJAR heeft.
Waarom zijn Joodse en Israëlische studenten die mogelijk onderwijs- of woonvoorzieningen met deze student deelden, nadat UM op de hoogte was geraakt van de video, niet proactief benaderd over hun veiligheid of geïnformeerd dat er een risicoanalyse werd uitgevoerd, hetzij rechtstreeks, hetzij indirect via IJAR?
Dit huidige incident weerspiegelt een al langer bestaand tekortschieten van de universiteit in het adequaat beschermen van haar Joodse studenten, en een patroon waarbij zich herhaaldelijk incidenten hebben voorgedaan waarin terroristische organisaties en hun aanvallen op burgers werden verheerlijkt of steun daarvoor werd uitgesproken, zonder dat er publiekelijk duidelijke normen werden gesteld of zichtbare consequenties volgden.
Wanneer erkende studentenverenigingen openlijk en publiekelijk terroristische groeperingen die door de EU als zodanig zijn aangemerkt en hun massaslachtingen onder burgers verheerlijken en steunen, worden er geen disciplinaire maatregelen genomen. In de gebouwen van deze universiteit en op de internetpagina’s van studentenverenigingen van UM worden slogans als „Lang leve het gewapende verzet [verwijzend naar Gaza]” openlijk gescandeerd en verspreid, terwijl studentenverenigingen uitdrukkingen gebruiken als „dood aan alle zionisten”.
Onze evenementen zijn fysiek verstoord en gehinderd door studenten en studentenverenigingen, terwijl de universiteit daarop heeft gereageerd door onze toekomstige evenementen stil te leggen en te annuleren. Wanneer er mogelijk strafbare feiten worden gepleegd, geeft de universiteit de voorkeur aan niet nader gespecificeerde „interne sancties”, om te voorkomen dat degenen die de wet overtreden een strafblad krijgen.
Een universiteit die nalaat dergelijk haatdragend gedrag aan te pakken, zou niet verbaasd moeten zijn wanneer dit escaleert tot steeds gevaarlijker gedrag.





Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.



