Inhoudsopgave
Waarom krijgt een Maastrichtse ondernemer die wil uitbreiden het advies om naar Parkstad te vertrekken? En is de vestiging van Eric Sour Schoonmaak in een grotere loods werkelijk wettelijk onmogelijk, of wil de gemeente gewoon niet meewerken? Maastricht van NU wil dat het stadsbestuur daarover opening van zaken geeft.
Fractievoorzitter Jo Smeets heeft namens Maastricht van NU zes uitvoerige schriftelijke vragen gesteld over de uitbreidingsplannen van Eric Sour Schoonmaak. Aanleiding is de berichtgeving in De Nieuwe Ster over de zoektocht van ondernemer Sidney Sour naar een grotere bedrijfslocatie.
Het schoonmaakbedrijf groeit en heeft dringend behoefte aan een grotere loods met kantoorruimte. Sour heeft een geschikt pand gevonden in de Beatrixhaven, op ongeveer 700 meter van zijn huidige vestiging. Toch kan hij daar volgens de gemeente niet terecht. De bedrijfsactiviteiten zouden niet passen binnen de milieucategorie die op die plek is toegestaan. Vanuit de gemeente kreeg hij vervolgens het advies om ook in Parkstad naar bedrijfsruimte te kijken.
Dat advies valt bij Jo Smeets verkeerd. De partij wil van het college weten wie heeft besloten om Sour richting Parkstad te verwijzen en of de verantwoordelijke wethouder daarvan op de hoogte was.
„Als de wethouder hiervan wist: waarom werd deze ondernemer richting Parkstad verwezen en waren de mogelijkheden binnen Maastricht toen aantoonbaar uitgeput?”, vraagt Smeets. Als de wethouder niet op de hoogte was, wil de partij weten wie binnen het gemeentelijk apparaat dan deze lijn heeft bepaald en of de wethouder daarvoor alsnog verantwoordelijkheid neemt.
De meest wezenlijke vraag is volgens de partij wat vestiging op de gewenste locatie nu precies onmogelijk maakt. Is dat landelijke wetgeving, gemeentelijk beleid of een bestuurlijke keuze om niet af te wijken van de regels?
Ook de behandeling van een andere ondernemer wordt bij de kwestie betrokken. Volgens Maastricht van NU zou voor een ander bedrijf wel een uitzondering zijn gemaakt op regels of beleid waarop Sour nu vastloopt.
De fractie vraagt daarom om een concrete vergelijking: wat zijn de bedrijfsactiviteiten, om welke locaties gaat het, welke regels zijn toegepast en welke bestuurlijke afwegingen zijn gemaakt? Als er wezenlijke verschillen zijn, moet het college die aantonen. Zijn die verschillen er niet, dan wil de partij weten waarom Sour niet dezelfde ruimte krijgt.
Smeets stelt bovendien vragen over de bereikbaarheid van de verantwoordelijke wethouder. Een rechtstreeks verzoek van de ondernemer om contact zou onbeantwoord zijn gebleven, terwijl de gemeente wel snel reageerde op vragen van de pers. „Vindt het college het aanvaardbaar dat een ondernemer eerst de publiciteit moet zoeken voordat een inhoudelijke reactie volgt?”, vraagt Smeets.
„Een goed ondernemersklimaat moet blijken uit concrete daden”, schrijft Smeets. Als het college bij een afwijzing blijft, moet het duidelijk maken welke oplossingen echt onmogelijk zijn en welke oplossingen vooral door het college zelf onwenselijk worden gevonden.


Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.
