Inhoudsopgave
Het beoefenen van genealogie (stamboomonderzoek) is een van mijn favoriete bezigheden. Als je, zoals ik, niet enkel geïnteresseerd bent in je voorouders in rechte mannelijke lijn (in mijn geval dus de familie Vrancken), dan komt er eigenlijk nooit een einde aan je onderzoek.
Ik wil namelijk weten wie al mijn voorouders zijn, en hoe hun levens verliepen. In een dergelijk geval maak je een kwartierstaat. Een kwartierstaat begint bij jezelf. Vervolgens worden in de kwartierstaat vermeld de ouders, alle grootouders, alle overgrootouders, alle betovergrootouders, et cetera. Bij elke generatie terug in de tijd, verdubbelt het aantal voorouders in het schema (twee ouders, vier grootouders, acht overgrootouders, zestien betovergrootouders, et cetera). Een kwartierstaat van een ‘autochtone’ Sint Pieternaar zal over het algemeen voornamelijk Sint Pieterse voorouders bevatten, met af en toe een ‘reisje’ naar bijvoorbeeld Heugem. Typische Sint Pieterse familienamen zijn onder meer Jongen, Claessens, Rosier, Blanckers, Henket, Gorren en Brouns. Dit waren redelijk honkvaste families. Enkele van deze families hebben echter voorouders die uit de ‘grote stad’ Maastricht kwamen.
Maastrichtenaar Frans Brouns
Maria Isabella Hubertina Jongen, een oudere zus van mijn op Sint Pieter geboren overgrootmoeder Maria Catharina Isabella Hubertina Jongen (1879-1943), trouwde op 27 april 1900 op Sint Pieter met Sint Pieternaar Servatius Hubertus Brouns. Hoewel de familie Brouns al generaties lang op Sint Pieter woonde, ligt de oorsprong van deze familie in Maastricht. De eerste Brouns die zich op Sint Pieter vestigde was Frans Brouns. In 1670 trouwde Frans met Helena Bougeart. De familienaam van Helena kent bijzonder veel schrijfvarianten, waaronder Boetjeha, Bodihaer, Botusera, Botichart en Botichan. Frans werd gedoopt in de Maastrichtse Sint Catharinakerk op 10 juni 1638 als zoon van Jan Brouns (ook Broens genaamd) en Maria (van) Cherat. De naam Frans kreeg hij omdat hij vernoemd werd naar zijn grootvader Frans Brouns (ook Broens en Broons genaamd), die sowieso al in 1592 in Maastricht woonde. Ook de wieg van Helena Bougeart stond in Maastricht. Zij werd op 3 oktober 1644 gedoopt in de Maastrichtse Sint Nicolaaskerk als dochter van Willem Bougeart en Joanna Oleslegers.
Mijn genoemde overgrootmoeder stamt overigens ook af van Frans Brouns en Helena Bougeart, namelijk via hun dochter Maria Brouns (1671-1748), die in 1696 op Sint Pieter trouwde met Engel Blanckers. Een overgrootmoeder van mijn overgrootmoeder was namelijk Maria Ida Blanckers (1757-1821), een achterkleindochter van het genoemde echtpaar Blanckers-Brouns. Maria Ida Blanckers trouwde in 1789 met Arnoldus Henket.
Een onthoofde brouwer
De leden van de familie Jongen die niet, zoals mijn overgrootmoeder dat wel doet, afstammen van de hiervoor genoemde Maastrichtenaar Frans Brouns, hebben toch Maastrichts bloed. De stamvader van de Sint Pieterse familie Jongen, Paulus Jongen, was namelijk gehuwd met Maria Hardi. Paulus werd geboren in Zussen in 1722 en trouwde op Sint Pieter in 1752 met Maria. Hoewel Maria Hardi zelf in 1732 op Sint Pieter werd geboren, was haar vader Servaes Hardi een Maastrichtenaar van geboorte. Op 3 november 1680 werd hij gedoopt in de Maastrichtse Sint Jacobskerk, destijds gelegen op de hoek van de Bredestraat en de Sint Jacobstraat. Ook zijn vader (eveneens Servaes geheten, gehuwd met Cecilia Brocken) en zijn grootvader (die ook de naam Servaes droeg en gehuwd was met Agnes Blancken) werden in Maastricht geboren.
Servaes Hardi, de vader van Maria Hardi (stammoeder van de Sint Pieterse familie Jongen), was de tweede echtgenoot van de moeder van zijn kinderen. Anna Pelsers heette zij. Anna werd gedoopt op Sint Pieter op 24 augustus 1691 als dochter van de brouwer Lambricht Pelsers en Sophia Rutten. Lambricht en Sophia waren allebei Maastrichtenaren. Lambricht Pelsers groeide op in de Mariastraat. Zijn vader Dirick Pelsers, gehuwd met Maria Janssen, werd eigenaar van dit huis doordat hij zijn huis in Caestert (waar hij eerst woonde) ruilde tegen het huis in de Mariastraat. Vanuit Caestert verhuisde hij vervolgens naar Maastricht. Sophia Rutten was een dochter van de Maastrichtse brouwer Jan Rutten en diens echtgenote Maria Lansmans. Op 12 november 1661 werd zij gedoopt in de Maastrichtse Sint Nicolaaskerk. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was haar moeder Maria Lansmans (gedoopt in de Sint Nicolaaskerk op 29 maart 1619) een halfzus van de bekende brouwer Jan Lansmans, die als een van de hoofdrolspelers in het Verraad van Maastricht (1638) werd onthoofd. Hij werd vervolgens onsterfelijk als een van de ‘vief köp’. Over een Maastrichtse connectie gesproken.
Een jeugd in de Sporenstraat
Als je Gorren heet, dan is de kans vrij groot dat je afstamt van het Sint Pieterse echtpaar Herman Gorren en Elisabeth Bruls. Herman en Elisabeth trouwden op Sint Pieter in 1694 en overleden binnen twee weken na elkaar in maart 1713. Hun jongste kind was toen pas vier jaar oud. Herman was een Sint Pieternaar, maar Elisabeth werd op 18 november 1668 gedoopt in de Maastrichtse Sint Nicolaaskerk. Haar ouders Palm Bruls en Anna Meulenaers verhuisden in 1680 naar Sint Pieter, waar Anna Meulenaers was geboren en opgegroeid. Palm Bruls ondertekende op 12 april 1680 bij de Maastrichtse notaris Dionisius van der Hercken de huurovereenkomst voor een huis op Sint Pieter. Drieënhalf jaar later, in december 1683, overleed Palm op vijfendertigjarige leeftijd. Bijna een jaar later hertrouwde zijn weduwe Anna Meulenaers met Jan Hamelers.
Palm Bruls werd gedoopt in de Maastrichtse Sint Jacobskerk op 13 april 1648. Zijn ouders waren Lucas Bruls en Elisabeth Nijpels. Op 18 juli 1645, bijna drie jaar voor de geboorte van Palm, ondertekende vader Lucas bij de Maastrichtse notaris Lambert de Vaulx een akte waarbij hij zijn aandeel in een huis op Sint Pieter ruilde tegen een huis in de Sporenstraat, gelegen tussen de Grote Staat en het Sint Amorsplein. Palm Bruls groeide vanaf zijn geboorte op in dit huis in de Sporenstraat. Moeder Elisabeth Nijpels kwam uit een echte Maastrichtse familie. Via haar kwam er dus ook een flinke scheut Maastrichts bloed terecht op Sint Pieter.
Een meisje uit Wyck
Een aanzienlijk deel van de leden van de Sint Pieterse familie Claessens stamt af van het echtpaar Martinus Claessens (1738-1820) en Catharina Jaspers (1737-1816). Martinus en Catharina waren neef en nicht van elkaar. Wijnand Claessens, de vader van Martinus, was een oudere halfbroer van Margaretha Claessens, de moeder van Catharina. Wijnand en Margaretha hadden dezelfde vader, Lodewijk Claessens, maar een andere moeder. Wijnand kwam voort uit het eerste huwelijk van zijn vader met Catharina Cauwen, terwijl Margaretha het enige kind was uit het tweede huwelijk van Lodewijck met Catharina Offermans. Catharina Offermans was een Maastrichtse. Op 16 februari 1679 werd zij gedoopt in de Sint Martinuskerk in Wyck. Zij was geboren uit het eerste huwelijk van haar vader Christiaan Offermans met Margaretha Coenen. Christiaan zou twee keer hertrouwen.
