Inhoudsopgave
Tijdens een inventarisatie op de Sint-Pietersberg zijn begin oktober 40 muurhagedissen geteld. Daarvan waren er 22 jong. Dat wijst erop dat de dieren zich voortplanten en dat de populatie zich verder ontwikkelt. Ook werden muurhagedissen buiten de Oehoevallei gezien.
Elf vrijwilligers en medewerkers van CNME, RAVON en Natuurmonumenten onderzochten op vrijdag 2 oktober verschillende plekken op en rond de Sint-Pietersberg. In totaal werden 40 muurhagedissen waargenomen. Elf daarvan zaten buiten de Oehoevallei, onder meer bij de Kiekoet en het Mergelhoof. Bij Fort Sint Pieter werden geen dieren gevonden.
De muurhagedis kwam vroeger van nature voor op de Sint-Pietersberg, maar verdween daar in de vorige eeuw. Om de Maastrichtse populatie minder kwetsbaar te maken, zijn in 2024 en 2025 in totaal 184 muurhagedissen overgebracht naar de Oehoevallei in de voormalige ENCI-groeve. Daar wordt gewerkt aan een tweede, zelfstandige populatie.
De Oehoevallei is geschikt voor de soort door de zonnige kalkwanden, de afwisseling in begroeiing en het stenige terrein. In 2026 werden voor het eerst muurhagedissen buiten de directe uitzetlocatie waargenomen. De nieuwe telling sluit aan bij die eerdere waarnemingen en wijst erop dat de dieren zich verspreiden.
De jaarlijkse groepsinventarisatie is onderdeel van het verspreidingsonderzoek en de monitoring van de muurhagedis. De populatie wordt de komende jaren gevolgd, met steun van de Provincie Limburg. Zo krijgen onderzoekers meer zicht op de ontwikkeling van de dieren op de Sint-Pietersberg.
De herintroductie van de Muurhagedis op de Sint-Pietersberg is financieel mogelijk gemaakt door de Provincie Limburg via de Subsidieverordening Inrichting Landelijk Gebied Limburg (SILG), met cofinanciering van het Elisabeth Strouven Fonds en de Gemeente Maastricht.

Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.