Inhoudsopgave
De gemeente Maastricht hoeft taxatierapporten van panden en gronden van WOM Belvédère niet openbaar te maken. Dat oordeelde de rechtbank Limburg in een zaak waarin twee inwoners wilden controleren of een pand en een naastgelegen stuk grond voor een marktconforme prijs waren verkocht. Volgens de rechter mag de gemeente de taxatiewaarden geheimhouden om haar positie bij toekomstige vastgoedonderhandelingen te beschermen.
De zaak speelde in 2018 en 2019. Twee inwoners hadden de gemeente op grond van de toenmalige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) gevraagd om stukken over de bestemming en verkoop van een pand, waarbij zij specifiek vroegen om de taxatierapporten.
De gemeente maakte een deel van de gevraagde documenten openbaar, maar weigerde de taxatierapporten vrij te geven. Volgens het college zouden daarmee de economische en financiële belangen van de gemeente worden geschaad. Ook zou openbaarmaking de gemeente kunnen benadelen bij toekomstige onderhandelingen over vastgoed.
De inwoners wilden met de taxaties controleren of het pand en een naastgelegen uitbreidingsstrook voor een marktconforme prijs waren verkocht. Uit de uitspraak blijkt dat de verkoopprijs 450.000 euro bedroeg. Die verkoopprijs was al openbaar.
Juist de combinatie van de openbare verkoopprijs en de geheime taxatiewaarde speelde een belangrijke rol in het oordeel van de rechtbank. Volgens de gemeente zouden derden door beide bedragen naast elkaar te leggen inzicht kunnen krijgen in de onderhandelingsstrategie en onderhandelingsruimte van Maastricht.
De inwoners betoogden dat daarvan geen sprake kon zijn. Het ging volgens hen om een unieke vastgoedtransactie. De taxatiewaarde daarvan zou daarom weinig zeggen over toekomstige onderhandelingen van de gemeente.
De rechtbank ging daar niet in mee. Van belang is dat de betreffende panden en grond eigendom waren van WOM Belvédère BV. De gemeente Maastricht is voor 99,9 procent eigenaar van die onderneming. Daarmee raken de taxaties rechtstreeks de economische en financiële belangen van de gemeente.
De rechtbank vond daarom dat het college het financiële en economische belang van de gemeente zwaarder mocht laten wegen dan het algemene belang van openbaarheid.





