Doorgaan naar artikel

Tripadvisor anno 1723

Een postkoets staat op het punt te vertrekken. Een gravure, in 1747 gemaakt door William Hogarth. Beeld: The Metropolitan Museum of Art

Inhoudsopgave

Sommige passagiers hadden er wel drie dagen over gedaan om met de postkoets van Brussel naar Maastricht te reizen. Ook waren er passagiers die onderweg maar liefst drie uur hadden moeten lopen. De conclusie kon dan ook niet anders zijn: de diensten die Govert Thielens met zijn postkoets aanbood, waren zeer slecht.

De Maastrichtse postmeester David van der Put en zijn postiljon Hendrick Piessers hadden regelmatig passagiers gesproken die met de postkoets van Govert Thielens hadden gereisd. De klachten waren niet mals. Volgens die passagiers was de slechte dienstverlening vooral te wijten aan de ‘miserabelheijt’ van de paarden van Govert. 

Notaris Hupkens zette het zwart op wit
David van der Put beheerde een postkoetsendienst tussen Maastricht en Aken. Een postkoets of diligence was een door paarden getrokken rijtuig voor het vervoer van post en reizigers. Onderweg werd bij posthaltes gewisseld van paarden en konden reizigers in- en uitstappen. Hendrick Piessers werkte als postiljon voor David van der Put en begeleidde de postkoets te paard op de route tussen Maastricht en Aken. David en Hendrick vonden dat de waarheid over de slechte service van Govert Thielens bekend moest worden. De Maastrichtse notaris Dionisius Hupkens legde de verklaring van David en Hendrick op 5 maart 1723 vast in een notariële akte.

Drie eeuwen later gebruiken we onder meer Tripadvisor om onze ervaringen met reizen en accommodaties met anderen te delen. In de achttiende eeuw stapte je naar de notaris om zulke ervaringen te delen. Maar notarissen legden ook allerlei andere verklaringen vast. David en Hendrick hadden hun verhalen met notaris Hupkens gedeeld op verzoek van de heer H. Panhuijs, die in Maastricht woonde. Was Panhuijs wellicht een passagier van Govert geweest? En wilde hij op deze manier een schadevergoeding eisen? Beschouwde David van der Put Govert Thielens wellicht als een concurrent en was hij daarom maar al te graag bereid diens dienstverlening in een kwaad daglicht te stellen?

Een Maastrichtse notaris. Illustratie, gegenereerd met behulp van ChatGPT

Een dronken weduwe
In de achttiende eeuw legden Maastrichtse notarissen regelmatig verklaringen van inwoners en bezoekers van Maastricht vast. De notaris was daarvoor bij uitstek de aangewezen persoon. Je kunt het zo gek niet bedenken, of de notaris zorgde voor de vastlegging van een verklaring. Zo legden de Maastrichtse inwoner Pierre Julien en de soldaat Carel Nuij op 3 oktober 1794 bij notaris Lambert Hendrik Wouters een verklaring af. Maastricht was op dat moment van de buitenwereld afgesloten omdat de troepen van de Franse Republiek de stad hadden omsingeld. Op verzoek van de gebroeders Leonard en Pieter Schindeler legden Pierre en Carel een verklaring af over de moeder van Leonard en Pieter. Pierre en Carel woonden allebei in de buurt van Elisabeth Cuijpers, weduwe van Nicolaes Schindeler, ‘langs den stads wal’. Zij wisten de notaris te vertellen dat Elisabeth zich ‘dagelijx dronken drinckt’, dit tot grote ergernis van alle buren van Elisabeth. De buren beschouwden het gedrag van Elisabeth als een groot schandaal. Probeerden de zonen van Elisabeth met behulp van de verklaring over hun moeder de reputatieschade voor hun familie te beperken?

 Joodse kooplieden
Over de dronken Elisabeth Cuijpers werd verklaard dat zij zich slecht gedroeg. Wie zich volgens een andere verklaring juist goed gedroegen, waren Falcq Joseph en Eva Marcus. Dit joodse echtpaar woonde in Eijsden. Falcq en Eva waren kooplieden en hadden kennelijk behoefte aan een bewijs van hun goede reputatie. De eveneens joodse koopman Benedic Simon, die in Maastricht woonde, en zijn assistent Nathan Israel, waren bereid om zo’n verklaring af te leggen. Op 8 december 1777 verklaarden Benedic en Nathan ten overstaan van notaris Jacob Guinoseau dat zij samen met Falcq en Eva diverse handelsreizen hadden ondernomen. Volgens Benedic en Nathan waren Falcq en Eva ‘braaf, eerlijk en trouw’.

In Maastricht waren in de achttiende eeuw overigens veel Joden actief als kooplieden. Op 14 maart 1777 maakte de hiervoor genoemde notaris Guinoseau een akte op waarin het Maastrichtse echtpaar Lambert Stocqis en Maria Catharina Le Clercq op verzoek van ‘den jode’ Heijman Salomon verklaarden dat sinds een jaar of drie een aantal joden bij hen thuis woonden, waaronder genoemde Heijman Salomon en zijn broer Bernard Salomon. Volgens Lambert en Maria Catharina waren de gebroeders Salomon in verschillende bedrijfstakken actief. Bernard handelde in gouden horloges, luxe wandelstokken, zilverwerk en briljanten. Heijman had zich toegelegd op lederwaren. Volgens Lambert en Maria Catharina hadden de broers nooit samen zaken gedaan. Waren de gebroeders Salomon met elkaar in een zakelijk conflict terechtgekomen? Had Heijman een bewijs nodig?

De joodse koopman Bernard Salomon handelde onder meer in luxe wandelstokken. Illustratie, gegenereerd met behulp van ChatGPT.

 Elisabeth uit Valkenburg
In oktober 1758 had een zekere Elisabeth, die in Valkenburg was geboren, acht dagen gelogeerd in het huis van de Maastrichtse bakker Bartholomeus Slijpe en diens echtgenote Anna Maria Winten. Tijdens haar verblijf bij Bartholomeus en Anna Maria had Elisabeth dagelijks omgang met de soldaat Carolus Clees. Van de ochtend tot de avond wandelde Elisabeth met haar soldaat. Zij wachtte hem ook dikwijls op. Ze gaf hem eten en tabak. Ze deed er alles aan om Carolus te kunnen zien. Carolus kreeg zelfs geld van Elisabeth. Ook probeerde ze hem over te halen om haar moeder te bezoeken. Ze zou een huwelijksaanzoek niet weigeren, zo had Elisabeth tegen Carolus gezegd. Enige tijd nadat Elisabeth het huis van Bartholomeus en Anna Maria had verlaten, had het echtpaar vernomen dat Elisabeth besmet was geraakt met een ‘venus kranckheijt’ (geslachtsziekte). Ook deed het verhaal de ronde dat Elisabeth van een andere soldaat zwanger was geraakt en een ‘onecht kind ter wereld’ had gebracht. Op verzoek van de soldaat Jacobus Goethart legde Anna Maria Winten op 28 juli 1760 bij notaris Henricus Hupkens een verklaring af over Elisabeth. Was Jacobus Goethart misschien een van de minnaars van Elisabeth geweest? En had hij daarom behoefte aan een bewijsstuk over haar levenswandel?

 

 

Gratis nieuwsbrief, niks meer missen
Wilt u ook van maandag tot en met zaterdag vóór 6.00 uur het laatste nieuws over Maastricht in uw mailbox? Meld u dan gratis aan voor de nieuwbrief van De Nieuwe Ster. Meer dan 20.000 trouwe lezers gingen u al voor. Het enige wat wij van u vragen
Maak De Nieuwe Ster je Google-favoriet Zie ons lokale nieuws vaker terug in Google.
Maak favoriet →
Beste lezer,
Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.

Laatste Nieuws

Ons nieuws is en blijft altijd gratis als je je inschrijft voor de gratis nieuwsbrief

Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw

Bedankt voor uw aanmelding. Controleer uw e-mail om de inschrijving af te ronden