Inhoudsopgave
Aan de rand van de vroegere Belvédère groeve (Caberg, Maastricht) wordt deze week diep in de Nederlandse prehistorie geboord: archeologen en geologen gaan terug naar de vondstniveaus die hier bijna veertig jaar geleden opgegraven werden. Met nieuwe methoden gaan ze de oude aardlagen te lijf, die indertijd de sporen van vroege Neanderthal-activiteiten opleverden. En mogelijk zijn die sporen honderdduizend jaar ouder dan altijd gedacht: niet 250.000, maar misschien 350.000 jaar oud.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw werden in de leem- en grindgroeve Maastricht-Belvédère bijzondere resten van Neanderthaler-kampementen opgegraven. Deze vindplaatsen, op ongeveer 250.000 jaar gedateerd, waren uitzonderlijk goed bewaard gebleven in fijne rivierafzettingen. Het grootschalige archeologische en geologische onderzoek dat daar plaatsvond, geldt nog altijd als uniek voor deze periode. Maastricht-Belvédère groeide daardoor uit tot een van de belangrijkste vindplaatsen van de Europese Oude Steentijd.
Ook de vele gevonden dierenresten, die tegenwoordig worden bewaard in het Natuurhistorisch Museum Maastricht, maakten de locatie van grote wetenschappelijke waarde. Samen met de geologische gegevens bieden zij belangrijke informatie over het landschap en klimaat van Europa tijdens het Midden-Pleistoceen.
Ruim dertig jaar na afronding van het veldwerk en sluiting van de groeve zijn de mogelijkheden voor onderzoek sterk verbeterd. Moderne technieken maken het mogelijk om veel meer informatie uit sedimentlagen te halen dan destijds mogelijk was. Inmiddels is de voormalige groeve grotendeels overwoekerd en ingericht als beschermd natuurgebied. Daardoor is een boring de beste manier om opnieuw onderzoek te doen naar de ondergrond en ongestoorde grondmonsters te verzamelen.
Begin juni wordt daarom een speciale steekboring uitgevoerd, vlak langs de rand van de voormalige groeve. Daarbij wordt een ongeveer zestien meter dik pakket löss, zand en grind omhooggehaald, met daarin het geologische archief van het gebied tot in het onderliggende krijtgesteente.
Later dit jaar wordt de boorkern geopend en onderzocht. Wetenschappers gaan onder meer dateringsonderzoek uitvoeren en zoeken ook naar zogenoemd sedimentair DNA: sporen van planten, dieren en mogelijk mensen die mogelijk in de sedimenten bewaard zijn gebleven. Het nieuwe onderzoek kan meer duidelijkheid geven over de ouderdom van de belangrijkste vindplaatsen.
Sommige onderzoekers vermoeden namelijk dat deze niet 250.000, maar misschien zo’n 350.000 jaar oud zijn.
Het project is een samenwerking tussen de Faculteit Archeologie van de Universiteit Leiden, TNO – Geologische Dienst Nederland, en het cluster Cultureel Erfgoed van de gemeente Maastricht. De boring wordt mede gefinancierd door de Stichting Nederlands Museum voor Anthropologie en Praehistorie (snmap.nl ).
Voor een recent weer beschikbaar gekomen, bijna 40 jaar oud (1989) TV-fragment over het onderzoek in Maastricht-Belvédère.
