Inhoudsopgave
Meteen bij binnenkomst van de drie Syriërs die verdacht worden van een groepsverkrachting eind oktober 2024 in Maastricht, welden de tranen op bij het slachtoffer dat met haar vader en een advocaat ook in de rechtszaal aanwezig was. Vijf parketwachters stonden tussen de verkrachte studente en de drie verdachten, die keurig gekapt, sportief gekleed en op badslippers binnenkwamen. De rechtbank vreest dat als de verdachten op vrije voeten komen, ze in herhaling vervallen.
Het slachtoffer, een jonge studente, hoorde - via drie tolken Syrisch - hoe de drie verdachten zich vooral zelf als slachtoffer neerzetten en hoorde een van hen vragen om het voorarrest onmiddellijk op te heffen.
De drie Mohammed Al A. (1 januari 2006)., Achmed al A. (2 januari 2001) en Ibrahim al I. (1 januari 2006) zeiden onder meer dat "de seks vrijwillig was". Een van hen zei "een bekentenis" te willen afleggen: "hij had geen seks gehad met het slachtoffer." Hij vertelde de rechtbank dat verkrachting "een zwaar misdrijf is, waarvoor er ook genoeg bewijs moet zijn." De verdachten zeggen dat ze het "ontzettend zwaar" hebben in voorarrest. Een van hen: "Ik heb inwendige bloedingen gehad, ben diverse keren in het ziekenhuis geweest. Het is niet de bedoeling dat ik misdrijven pleeg." Weer een ander zei dat hij zijn familie moest onderhouden. Zijn beide broers kunnen niet werken en ook zijn zus niet.
De advocate van de derde verdachte hield een uitvoerig betoog om haar cliënt meteen vrij te krijgen. Ze kwam aanzetten met een Syrische geboorteakte waaruit zou blijken dat haar cliënt tijdens het plegen van de feiten geen twintig was, maar drie jaar jonger zou zijn. Ze lepelde een serie uitspraken op van groepsverkrachtingen, ook onder verzwarende omstandigheden, waarvoor geen enkele rechtbank of gerechtshof in Nederland meer dan twaalf maanden onvoorwaardelijke celstraf had opgelegd.
Haar stelling was dat de verdachten nu veertien maanden in voorarrest zitten, langer dan straks de straf zal kunnen zijn. Daarom moeten de verdachten onmiddellijk vrijkomen. Haar cliënt had bovendien "behoefte aan scholing" wat goed zou zijn voor zijn "mentale ontwikkeling" en hij zou moeten vrijkomen om voor zijn familie te kunnen zorgen.
De rechtbank volgde volledig de zienswijze van de officier van justitie. Die gaf al aan dat hij meerdere jaren gevangenisstraf gaat vorderen. De officier: "Ik kan het niet aan de samenleving uitleggen als de verdachten hun strafzaak in vrijheid mogen afwachten. De schokgolf die door de verkrachting door de samenleving is gegaan wordt vandaag niet opzij gezet door de persoonlijke omstandigheden van de verdachten. Er is geen sprake van dat het voorarrest nu langer duurt dan hun verwachte straf."
De rechtbank ging uitvoerig in op de redenen waarom het voorarrest met minimaal één tot maximaal drie maanden weer kan blijven duren voordat ze weer moeten voorkomen. De rechtbank "vreest" bij alledrie de verdachten dat ze na vrijlating "in herhaling zouden kunnen vallen."
De rechtbank: "Het gaat om een misdrijf dat de samenleving ernstig heeft geschokt. De onveiligheid van vrouwen op straat is een veelbesproken thema in de media. Ook wij kunnen het aan de samenleving niet uitleggen als de verdachten nu in vrijheid hun strafzaak zouden kunnen afwachten."
De rechtbank gaf al aan dat er zoveel bewijs in het dossier ligt dat er niet alleen maar sprake is van een verdenking. De rechtbank gaf ook al aan dat de verwachte straf hoger zal uitkomen dan het voorarrest. De zaak is terugverwezen naar de rechter-commissaris, zodat die het onderzoek kan afronden. Aan justitie werd de opdracht gegeven reclasseringsrapporten te maken, maar daar hoeft justitie geen spoedklus van te maken.
Dat een van de verdachten zijn familie zou moeten onderhouden was voor de rechtbank geen reden anders te beslissen. "Dat was al zo en dat heeft hem er niet van weerhouden de feiten toch te plegen."







Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.






