Inhoudsopgave
Voor de zesde keer zat de architect van het Ronald McDonald Huis met een aangepaste tekening voor de Welstandscommissie. Dat leidde opnieuw niet tot een positief advies. Het belangrijkste strijdpunt tussen de Welstandscommissie en de architect van Ronald McDonald zijn de boogopeningen in de gevel van het gebouw in Randwyck.
Specifiek op deze zaak staat veel spanning. Na de vijfde keer bij de Welstand luchtte architect Maarten Huls na afloop zijn hart: hij voelde zich respectloos behandeld. In een nog eerdere zitting merkte de Welstand op dat de architect met zijn plan voor het gebouw in Randwyck "van een jongen een meisje maakt". En in weer een andere zitting kreeg hij de sneer: "U maakt van het gebouw een clown." Dat was de aanloop naar de zitting van dinsdagmiddag.
Deze keer was een half uur ingeruimd om de aanvraag voor de omgevingsvergunning te bespreken. De Welstand had ook al een beweging gemaakt: zij is akkoord gegaan met het weghalen van de ijzeren kroon op het dak en met een uitbreiding van de kamers achter de voorzetgevel. Architect Maarten Huls uit Eindhoven had van zijn kant geprobeerd de laatste opmerkingen van de Welstand te verwerken in de aanvraag voor de omgevingsvergunning, maar was daarin niet volledig meegegaan. Zo hield hij vast aan de boogopeningen in de gevel.
Deze keer gaf de Welstand uiteindelijk geen negatief advies, maar ook geen positief advies. Gekozen werd voor de derde mogelijkheid: de formulering "dat het plan kan voldoen aan de redelijke eisen van welstand, mits aan drie voorwaarden wordt voldaan". Volgens de Welstand wordt met deze voorwaarden "respect betoond aan dit fantastische gebouw". Die voorwaarden zijn volgens Ronald McDonald echter zo ingrijpend voor de aangevraagde omgevingsvergunning dat de architect het advies na de zitting uitlegt als feitelijk toch een negatief advies.
Het belangrijkste strijdpunt blijft de bogen die in het gebouw zijn aangebracht en die nu – juist door alle reeds gevoerde discussies over de 'afleesbaarheid' van het gebouw en de twee gescheiden bouwmassa's – door de architect zijn voorzien van houten gevelbekleding.
Voor het bestuur en de architect van Ronald McDonald gaat deze verandering aan het gebouw – waarbij intern de hele indeling is gewijzigd – vooral om het creëren van een grote huiskamer. Die huiskamer is nu naar de begane grond verplaatst. Dat is de ruimte waar verdriet en soms ook geluk worden gedeeld. De huiskamer ís Ronald McDonald. Het is de allerbelangrijkste verandering. Om juist dat aspect aan de buitenwereld te laten zien, zijn de bogen in de gevel gemaakt. Die bogen wijken af en verwijzen zo naar de huiskamer. Dat is de gedachte en de wens van Ronald McDonald en de architect.
Voor de Welstand zijn de bogen echter een architectonische gruwel. Bogen in hout, dat kan helemaal niet. Dat is vloeken in de architectuurtaal: drukbogen worden altijd gemaakt van steen, nooit van hout. Nog belangrijker is dat die boogopeningen de karakteristiek van het hele gebouw – een vierkant gebouw met rechthoekige openingen in een voorzetgevel – aantasten. Voor de Welstand is dat een boog te ver. De Welstand beschouwt het gebouw bijna als een gemeentelijk monument; zo belangrijk vindt zij het gebouw.
De voorwaarde van de Welstand is dat de bogen eruit moeten en dat het rechthoekige openingen in de gevel moeten worden. Pas dan kan het gebouw voldoen aan de "redelijke eisen van welstand". Het bestuur van Ronald McDonald moet zich nu beraden op de vraag of het juist die voor hen zo belangrijke bogen laat vallen.
Voor het bestuur is dat niet de enige kwestie. Vanwege de lange strijd met de Welstand en de aanpassingen die op verzoek van de Welstand zijn gedaan, zijn de bouwkosten al boven het budget uitgekomen. Daar komt nog een punt van zorg bij. De Welstand wil het liefst dat de houten gevelbekleding 30 centimeter dik wordt. Dat kost al snel tienduizenden euro's meer dan een dunnere houten gevel.
Aan de kant van Ronald McDonald werd gisteren duidelijk "waar het schoentje wringt". De Welstand gaf nu het ongevraagde advies aan de gemeente dat zij het gebouw al eerder als gemeentelijk monument had moeten aanwijzen, zo belangrijk vindt zij het gebouw. Dat verklaart volgens Ronald McDonald de hele opstelling van de Welstand in dit proces. Maar het gebouw ís geen gemeentelijk monument. Ronald McDonald voelt dat het letterlijk de rekening gepresenteerd krijgt voor die opstelling van de Welstand, terwijl het niet de subsidies kan aanvragen die voor een gemeentelijk monument mogelijk wel beschikbaar zouden zijn.
Voor Ronald McDonald moet nu elke euro die nodig is van donateurs komen. En die zien liever dat het geld wordt besteed aan de mensen dan aan een steeds duurdere verbouwing om het gebouw als ware het een gemeentelijk monument in stand te houden.
