Inhoudsopgave
De rechtbank Limburg heeft maandag de Maastrichtenaar Pierre S. veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf in de zaak rond de explosies in Kerkrade en Geleen. Een vrouw uit het Belgische Riemst, die samen met hem werd aangehouden, kreeg drie jaar cel. De twee werden in februari vorig jaar opgepakt tijdens een politieactie in België. Vooral de herhaalde aanslagen op een woning aan de Grachterstraat in Kerkrade zorgden destijds voor veel onrust.
De woning in Kerkrade werd in 2024 maar liefst drie keer getroffen door een explosie. De eerste ontploffing vond plaats op 13 juni, gevolgd door een tweede op 16 november. Op kerstavond, 24 december, ging het opnieuw mis. Bij die laatste explosie raakte ook een geparkeerde auto beschadigd. Waarom juist deze woning telkens doelwit was, bleef lange tijd een raadsel. Ook nu is nog altijd niet duidelijk wie opdracht gaf voor de aanslagen.
Na uitgebreid rechercheonderzoek kwam de politie begin februari 2025 twee verdachten op het spoor. Op 4 februari werden de destijds 40-jarige Pierre S. uit Maastricht en een toen 24-jarige vrouw uit Riemst in België aangehouden. Bij huiszoekingen in Riemst en Maastricht werden onder meer zwaar illegaal vuurwerk, vuurwapens, vuurwapenonderdelen en munitie aangetroffen. Het Nederlandse Openbaar Ministerie vroeg vervolgens om de overlevering van de Maastrichtenaar.
Zes jaar gevangenisstraf
De rechtbank heeft Pierre S. nu veroordeeld tot zes jaar cel. Daarnaast moet hij aan twee slachtoffers ieder 3.000 euro aan immateriële schadevergoeding betalen. Van elk bedrag is 2.000 euro hoofdelijk toegewezen, wat betekent dat hij daarvoor samen met een medeveroordeelde aansprakelijk is. De wettelijke rente loopt vanaf 16 november 2024. De rechtbank wees de schadeclaims gedeeltelijk toe.
De vrouw uit Riemst kreeg drie jaar gevangenisstraf. Zij werd schuldig bevonden aan het medeplegen van twee explosies: op 4 december 2024 bij een bedrijfspand in Geleen en op 24 december bij de woning in Kerkrade. Het Openbaar Ministerie had tegen haar vier jaar cel geëist, maar de rechtbank vond drie jaar passend.
Bij beide aanslagen werd gebruikgemaakt van een combinatie van zwaar vuurwerk en brandstof. Door de explosies ontstond ook brand. Volgens de rechters hadden de gevolgen veel ernstiger kunnen zijn. De slachtoffers waren op het moment van de ontploffingen niet in de getroffen panden aanwezig. Bij één van de explosieven waren bovendien metalen balletjes verwerkt, waardoor het gevaar nog groter was.
Opvallend bewijs
Een belangrijke rol in het onderzoek naar de vrouw speelde een grijze Citroën C4 met Belgisch kenteken. Op camerabeelden bij de woning in Kerkrade was rond het tijdstip van de explosie een vergelijkbare auto te zien. Opvallend was een afwijking aan de velg van het linkerachterwiel. Diezelfde afwijking werd later door de politie gezien toen de vrouw samen met een medeverdachte in haar auto reed.
Uit kentekenregistraties bleek bovendien dat de Citroën kort voor de explosie richting Heerlen reed en zestien minuten na de ontploffing weer terugkeerde. De vrouw verklaarde dat zij haar auto regelmatig aan anderen uitleende, maar kon niet vertellen wie er op de bewuste momenten achter het stuur had gezeten. De rechtbank vond die uitleg ongeloofwaardig.
Ook DNA-onderzoek leverde belastend bewijs op. Op een jerrycan en een kunststof wasmiddelfles die bij de explosies waren gebruikt, werden DNA-sporen van de vrouw aangetroffen. Daarnaast bleek dat kort na de aanslagen met haar telefoon gericht was gezocht naar meldingen en nieuwsberichten over de ontploffingen. De rechtbank achtte haar betrokkenheid bij beide aanslagen daarmee bewezen.
Slachtoffers nog altijd bang
Tijdens de rechtszaak werd duidelijk hoeveel impact de gebeurtenissen op de slachtoffers hebben gehad. De bewoners van de Kerkraadse woning begrijpen nog altijd niet waarom juist zij herhaaldelijk doelwit werden. Hun gevoel van veiligheid in hun eigen huis is ernstig aangetast.
De rechtbank rekent het de vrouw zwaar aan dat zij geen openheid heeft gegeven over haar motief of dat van haar mededaders. Uit berichten op haar telefoon ontstond volgens de rechters het beeld dat zij dringend geld nodig had. De rechtbank beschouwt financieel gewin als haar drijfveer. De vrouw toonde volgens de rechters bovendien geen berouw of medeleven met de slachtoffers.
Behalve haar gevangenisstraf moet zij aan twee slachtoffers ieder 2.000 euro aan immateriële schadevergoeding betalen. Voor deze bedragen is zij samen met een mededader aansprakelijk. Een schadeclaim van ruim 9.200 euro vanwege de explosie bij het bedrijfspand in Geleen werd niet inhoudelijk toegewezen, omdat de benodigde onderbouwing en stukken ontbraken.

Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.