Inhoudsopgave
Zelfs na uitgebreid wetenschappelijk onderzoek zal nooit met volledige zekerheid kunnen worden vastgesteld dat het skelet dat in de kerk van Wolder is gevonden daadwerkelijk van d’Artagnan is. Door het verschil van zeker tien generaties kan volgens de gemeente maximaal 75 tot 80 procent zekerheid worden bereikt. Maastricht trekt wel 30.000 euro uit voor nader onderzoek.
Het skelet werd op 13 maart 2026 aangetroffen en tijdens een archeologische noodopgraving gelicht. Omdat de beroemde musketier Charles de Batz de Castelmore, beter bekend als d’Artagnan, in 1673 omkwam tijdens het beleg van Maastricht, ontstond al snel het vermoeden dat het om zijn stoffelijke resten zou kunnen gaan.
Het reguliere onderzoek door fysisch antropologen van Hogeschool Saxion en onderzoeksbureau BAAC heeft die mogelijkheid tot dusver niet bevestigd, maar ook niet uitgesloten. De gemeente wil daarom aanvullend onderzoek laten uitvoeren. Daarbij wordt onder meer gedacht aan onderzoek naar oud DNA, een C14-datering en isotopenonderzoek. Dat laatste kan aanwijzingen geven over de herkomst en het leefgebied van de overleden persoon.
De gemeente waarschuwt vooraf dat ook deze onderzoeken waarschijnlijk geen definitief bewijs zullen opleveren. Bij stoffelijke resten van deze ouderdom en een verwantschap over zeker tien generaties is volgens het college nooit meer dan 75 tot 80 procent zekerheid haalbaar.
De kans is groter dat wetenschappers met volledige zekerheid kunnen vaststellen dat het skelet níét van d’Artagnan is. Een positieve identificatie zal altijd met enige onzekerheid omgeven blijven.
Daar komt bij dat de vindplaats al vóór de noodopgraving door graafwerkzaamheden was verstoord. Daarbij is geen standaard archeologische documentatie opgesteld. Volgens de gemeente is hierdoor onomkeerbaar archeologische informatie verloren gegaan, waardoor iedere uiteindelijke conclusie onzeker blijft.
Het reguliere archeologische onderzoek wordt op grond van de Erfgoedwet betaald door initiatiefnemer Stichting 6213 HL. De kosten van het aanvullende onderzoek kunnen echter niet op de stichting worden verhaald. Omdat de vondst lokaal én wereldwijd veel aandacht heeft gekregen, vindt het college dat de gemeente zelf verantwoordelijkheid moet nemen.
De gemeentelijke archeologen krijgen een coördinerende rol en gaan samenwerken met gespecialiseerde onderzoeksinstellingen. Voor het vervolgonderzoek wordt maximaal 30.000 euro vrijgemaakt uit het werkbudget Cultureel Erfgoed. Burgemeester en wethouders hebben op 6 juli met het voorstel ingestemd.
Het onderzoek duurt naar verwachting ongeveer negen maanden, met een minimale doorlooptijd van zes maanden. Tussentijds wordt bekeken of verder onderzoek nog zinvol en noodzakelijk is. Uiteindelijk moet er een uitgebreide wetenschappelijke rapportage verschijnen.






Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.





