Inhoudsopgave
Woensdagavond vergadert de Maastrichtse gemeenteraad over het nieuwe coalitieakkoord 2026-2030 "Aon de geng!". Belooft dit coalitieakkoord een fundamentele koerswijziging in Maastricht of blijft alles min of meer hetzelfde. Een voorlopige analyse.
Wie de Maastrichtse coalitieakkoorden van 2022-2026 en 2026-2030 naast elkaar legt, ziet continuïteit, maar ook opvallende ambities. De strijd tegen tweedeling, aandacht voor bestaanszekerheid, gebiedsgericht werken en samenwerking met inwoners vormen in beide akkoorden de rode draad. Toch is er ook sprake van een duidelijke koerswijziging. Waar het akkoord van 2022 vooral draait om herstel, verbinding en het op orde brengen van de gemeentelijke organisatie, kiest het nieuwe coalitieakkoord nadrukkelijk voor groei, uitvoering en investeringen.
Beide akkoorden vertrekken vanuit vrijwel dezelfde diagnose. Maastricht is een prachtige stad met een sterke internationale uitstraling, maar kent tegelijkertijd hardnekkige verschillen tussen wijken en bevolkingsgroepen. Armoede, gezondheidsachterstanden en kansenongelijkheid vormen in beide documenten belangrijke maatschappelijke opgaven.
Daar waar het akkoord uit 2022 nog spreekt over de dreigende tweedeling tussen rijk en arm, tussen verschillende wijken en tussen oorspronkelijke bewoners en nieuwkomers formuleert het akkoord uit 2026 dit scherper. De verschillen zijn “te groot” en de buurt waarin je geboren wordt heeft nog altijd te veel invloed op je kansen.
Ook de nadruk op brede welvaart, samenwerking met maatschappelijke partners en de betekenis van de regio loopt als een rode draad door beide bestuursperiodes.
Het akkoord van 2022 ontstond in de nasleep van corona, de overstromingen van 2021 en de energiecrisis. De tekst ademde voorzichtigheid uit en stuurde erop aan dat eerst “de basis op orde” moest komen. Daarom was er aandacht voor het verbeteren van de bedrijfsvoering, het sociaal domein en de relatie tussen bestuur en inwoners. Maar waar men in 2022 sprak over bescherming en veerkracht, spreekt het huidige akkoord 2026-2023 juist over investeringsimpulsen, schaalsprongen en economische ontwikkeling. Met de nodige ambitie moet Maastricht doorgroeien naar meer dan 140.000 inwoners in 2040. Groei wordt niet gezien als risico, maar als voorwaarde om de tweedeling te verkleinen en de economische kracht van de stad te vergroten.
In 2022 lag de nadruk op regie voeren over gebiedsontwikkeling, betaalbare woningen realiseren en zorgvuldig omgaan met de beperkte ruimte in de stad. Grote projecten zoals Randwyck, de stationsomgeving en de verbindingen met de Maas stonden centraal. Het akkoord van 2026 daarentegen kiest nadrukkelijk voor versnelling. Zo komt er een investeringsfonds van twintig miljoen euro voor betaalbaar wonen en worden bestaande regels tegen het licht gehouden.
Het nieuwe college wil minder gemeentelijke regelgeving, minder lokale aanvullingen op landelijke regels en meer ruimte voor woningdeling, hospitaverhuur, woningsplitsing en hoogbouw. Uitbreiding buiten de bestaande bebouwing, wat enkele jaren geleden ondenkbaar leek, wordt niet langer meer uitgesloten. Als de groeiambities daarom vragen, wil het college zelfs kijken naar nieuwe uitbreidingswijken.
Op sociaal gebied verandert niet zoveel. Investeren in kwetsbare wijken, gebiedsgericht werken en ondersteuning dichter bij inwoners organiseren, blijven speerpunten binnen de bekende “veerkrachtaanpak”. Toch legt men nu meer nadruk op preventie, terwijl in 2022 de focus vooral lag op het hervormen van het sociaal domein en het beter organiseren van zorg en ondersteuning.
Anno 2026 spreekt men zelfs over een "preventiestad". Er komen investeringen in jeugd, onderwijs, mentale gezondheid en ouderenzorg. De gedachte is dat problemen vroeg moeten worden voorkomen in plaats van achteraf gerepareerd. Ook wordt nadrukkelijk gekozen voor “ongelijkinvesteren voor gelijke kansen”, waarbij extra middelen terechtkomen in de wijken waar de problemen het grootst zijn.
Maar ambitie, verkleining van de sociale tweedelingen en preventie moet natuurlijk ook ergens van betaald worden. Daarom krijgt economie een prominente plaats in de coalitieakkoord. De Brightlands Health Campus, de Spoorzone en het midden- en kleinbedrijf worden expliciet aangewezen als motoren van toekomstige groei. Voor de campus komt zelfs een investeringsfonds van twintig miljoen euro. De sociale vooruitgang moet dus mede gefinancierd worden door economische expansie.
Het akkoord van 2022 benadrukte vooral openheid, burgerparticipatie en een betere relatie tussen stad en gemeentebestuur. Of dit een succes was is aan ieders eigen beoordeling, maar het nieuwe akkoord gaat een stap verder. Het akkoord verwijst expliciet naar het kritische Berenschot-rapport over de bestuurscultuur in Maastricht. De coalitie erkent dat er negatieve dynamieken zijn ontstaan tussen politiek, bestuur en ambtelijke organisatie. Daarom wordt ingezet op meer dualisme, minder traditioneel coalitieoverleg, meer ruimte voor de gemeenteraad en een cultuur waarin uitvoering centraal staat. Kortom minder praten over beleid, maar meer realiseren. Dat zou mooi zijn, maar de eerste raads- en domeinvergaderingen sinds de verkiezingen beloven niet veel goeds.
Met het nieuwe coalitieakkoord komt er geen radicale koerswijziging. Wel wordt de belofte gemaakt dat het accent verschuift van organiseren naar uitvoeren, van beschermen naar investeren en van voorzichtigheid naar expansie. Of deze geplande groeikoers leidt tot minder tweedeling zal moeten blijken. Aon de geng! in een stad van verbondenheid.
