Inhoudsopgave
Het tarief van de kansspelbelasting staat sinds 1 januari 2026 op 37,8 procent, meldt de Kansspelautoriteit. Dat tarief geldt ook voor de dichtstbijzijnde vergunde speeltafels voor Maastrichtenaren, op de Cauberg in Valkenburg. De toezichthouder publiceerde in juni 2026 een monitor over de effecten van die verhoging, het eerste officiële meetmoment na de nieuwe stap. 'Per 1 januari 2025 is de kansspelbelasting (KSB) verhoogd van 30,5 procent naar 34,2 procent en per 1 januari 2026 is het tarief verder verhoogd naar 37,8 procent', staat in dat rapport.
Bestuursvoorzitter Petra de Ruiter van Holland Casino sprak bij de presentatie van de jaarcijfers over het herstel van het bedrijf. 'Deze resultaten geven ons lucht, maar we zijn er nog niet', zei zij daarover. Over de toen aangekondigde tweede verhoging voegde De Ruiter daaraan toe: '2026 zal opnieuw vragen om focus en discipline.' Dat zijn de woorden van de exploitant zelf; de monitor van de toezichthouder meet de gevolgen voor de hele vergunde markt. De onderneming exploiteert ook de speelvloer op de Cauberg.
1. Waar de vergunde tafels staan
Die vestiging staat op de Cauberg 28 in Valkenburg aan de Geul. Binnen de Maastrichtse gemeentegrenzen ligt geen vergunde speelvloer, zodat wie vanuit de stad aan een vergunde tafel wil plaatsnemen op de buurgemeente is aangewezen. Over het voordeel dat een organisator met een kansspel behaalt, wordt kansspelbelasting geheven, legt de Belastingdienst uit. Het tarief daarvan is landelijk vastgesteld.
2. Het tweede vergunde kanaal
De heffing raakt twee vergunde kanalen tegelijk, de speelvloer met croupiers en het aanbod op afstand, en beide betalen hetzelfde percentage. Voor het spel op afstand verleent de Kansspelautoriteit een aparte vergunning, met in het register per vergunning de toegestane spelsoorten. Dat aanbod loopt via vergunde websites, waar het tafelspel onder een eigen kop staat, zoals 'bekijk de live spellen'. De monitor telt beide kanalen bij elkaar op.
3. Wat een tariefstap op een speelvloer doet
Een hoger tarief drukt in de eerste plaats op de marge van de aanbieder, terwijl de kosten van een fysieke vestiging onveranderd blijven. Personeel, toezicht in de zaal en de huisvesting op een berghelling worden niet goedkoper van een fiscale maatregel. Op beide kanalen werkt de tariefstap even hard door, al is de kostenbasis een andere. Twee posten bepalen dat verschil met een aanbieder die alleen op afstand werkt:
- de vaste lasten van een speelvloer, van croupiers tot beveiliging en bediening, die in deze vorm bij een aanbieder op afstand niet bestaan;
- de afdracht zelf, die per gespeelde euro hoger uitvalt dan twee jaar geleden.
De twee verhogingen van het tarief volgden kort op elkaar, in januari 2025 en januari 2026. Voor een exploitant zijn dat twee opeenvolgende jaren waarin een groter deel van de opbrengst naar de schatkist gaat. De monitor rekent landelijk en kijkt naar de markt als geheel.
4. Toezicht, leeftijd en register
Bij een aanbieder zonder Nederlandse vergunning gelden de Nederlandse plichten niet: geen controle op de leeftijdsgrens van 18 jaar en geen raadpleging van het landelijke register Cruks, waarin mensen zich kunnen laten uitsluiten van deelname. De Nederlandse heffing wordt daar evenmin betaald. Vergunde partijen moeten die controles wel uitvoeren, aan de ingang op de berg net zo goed als bij een vergunde website. Het toezicht op beide kanalen ligt bij dezelfde instantie.
Vergunningen worden voor een vaste periode verleend en staan met houder en looptijd in het openbare register van de toezichthouder, dat voor iedereen te raadplegen is. Aanbieders die daar niet in staan, vallen buiten het Nederlandse stelsel en dragen binnen dat stelsel dus geen kansspelbelasting af.
5. Wat het komende jaar moet uitwijzen
De toezichthouder houdt daarbij vooral de kanalisatie in de gaten, in haar jargon het deel van het spel dat binnen het vergunde stelsel blijft. In de monitor van juni 2026 staan omvang, kanalisatie en afdrachten naast elkaar, over het hele vergunde aanbod, van de speelvloeren tot de websites.
Aan de tafel zelf is de verhoging niet te zien, omdat de heffing bij de exploitant wordt geïnd. Deze belasting loopt via de Belastingdienst en niet via de gemeente, in Maastricht net zomin als in Valkenburg.
Voor de vestiging aan de Cauberg 28 geldt daarmee hetzelfde tarief als voor een vergunde website. Of die tweede stap ook het bezoek van Maastrichtenaren aan de berg raakt, moet de volgende monitor van de toezichthouder laten zien.