Inhoudsopgave
Een Maastrichtenaar die zichzelf omschrijft als iemand met een goed salaris, vraagt de gemeenteraad om bij de begroting voor 2027 kritisch te kijken naar de stijgende woonlasten. Hij steunt investeringen in betaalbare woningen, groen en goede voorzieningen, maar wil weten of die investeringen anders kunnen worden gefinancierd, anders geprioriteerd of over een langere periode verdeeld.
De man schreef de raad dat hij en zijn vrouw allebei werken en twee jonge dochters hebben. Ze wonen in een koopwoning in Maastricht. „Ik heb een goed salaris en draag graag bij aan onze stad”, schrijft hij. Toch voelt hij dat er steeds minder ruimte overblijft om een financiële buffer op te bouwen, de woning te onderhouden en te verduurzamen en geld voor de kinderen opzij te zetten.
In het rekenvoorbeeld van wethouder Fokke stijgen de totale woonlasten voor een gemiddeld gezin met een koopwoning van 1.072,52 euro in 2026 naar 1.119,70 euro in 2027. Dat is 47,18 euro meer, een stijging van 4,4 procent. De onroerendezaakbelasting (OZB) loopt in dat voorbeeld op van 446,78 naar 481,84 euro: ongeveer 7,8 procent. De gemiddelde WOZ-waarde stijgt daarbij van 483.000 naar 505.000 euro. De bedragen voor 2027 zijn voorlopig en vormen geen persoonlijke aanslag.
De briefschrijver wil van de raad weten welk deel van de hogere OZB voortkomt uit de stijgende WOZ-waarde en welk deel uit de tariefstijging. Ook vraagt hij waarom het tarief wordt geïndexeerd naast de hogere waardegrondslag, en welke alternatieven de raad heeft onderzocht.
De man wijst erop dat een hogere woningwaarde niet betekent dat er ook meer maandinkomen binnenkomt. Naast de woonlasten betalen hij en zijn vrouw samen 440 euro per maand aan zorgverzekeringen, schrijft hij. Ook andere noodzakelijke uitgaven, zoals energie, boodschappen en kinderopvang, drukken op hetzelfde huishoudbudget.
De inwoner zegt niet te verwachten dat de gemeente die andere kosten oplost. Wel vraagt hij de raad om de stapeling mee te wegen bij de lasten waarover de gemeente zelf beslist.
Hij begrijpt de keuze van het college om te investeren in plaats van te bezuinigen. Wel wil hij dat de raad zichtbaar maakt welke mogelijkheden zijn bekeken om investeringen anders te prioriteren, te faseren of te financieren. Ook vraagt hij onderscheid te maken tussen noodzakelijke kostenstijgingen en nieuwe beleidsambities.
De brief is op 22 oktober bij de gemeente geregistreerd en is gericht aan de gemeenteraad, met het verzoek die te betrekken bij de behandeling van de begroting voor 2027.




Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.


