Doorgaan naar artikel

De dodelijke mishandeling van de tweejarige Henriëtte Wellens

Beeld ter illustratie.

Inhoudsopgave

Donderdagavond trok het maandelijkse Historisch Café Maastricht in het Pesthuys opnieuw veel belangstellenden. Tijdens de laatste bijeenkomst vóór de zomerstop verzorgde voormalig politieman Erik van Rijsselt een lezing over de Maastrichtse gemeentepolitie tijdens het interbellum, de periode tussen de beide wereldoorlogen.

Daarbij kwam de tragische dood van de tweejarige Henriëtte Wellens aan bod. Dit verhaal intrigeerde mij zodanig dat ik besloot verder onderzoek te doen. We gaan terug naar het jaar 1926.

Erik van Rijsselt tijdens zijn presentatie donderdagavond. Beeld: Stefan Vrancken

Het mensenpakhuis
Op 21 september 1926 meldde de tweeëndertigjarige werkman Julius Wellens zich bij de Maastrichtse ambtenaar van de burgerlijke stand. Hij werd vergezeld door zijn schoonvader, de achtenvijftigjarige glasblazer Joannes Mathijs van Luijk. Julius en zijn schoonvader kwamen aangifte doen van het overlijden van respectievelijk hun dochter en kleindochter Henriëtte Wellens. De kleine Henriëtte, pas twee jaar en negen maanden oud, was diezelfde dag om half twaalf ’s ochtends overleden. Julius Wellens en zijn vrouw Cornelia van Luijk, de ouders van Henriëtte, woonden in de beruchte Cité Ouvrière, gelegen in de Sint Antoniusstraat, de huidige Sint Teunisstraat. De Cité Ouvrière was het woongebouw dat bekendstond als de ‘Groete Bouw’. Dit mensenpakhuis kwam tot stand op initiatief van Petrus Regout. Aan het begin van de twintigste eeuw was dit gebouw het symbool van de erbarmelijke woonomstandigheden van fabrieksarbeiders in Maastricht. In 1938 werd het gesloopt.

De Cité Ouvrière, bekend als de ‘Groete Bouw’, was het beruchte mensenpakhuis in de Sint Antoniusstraat, de huidige Sint Teunisstraat. Beeld: Public Domain, Wikimedia Commons

De arrestatie
Drie dagen na het overlijden van Henriëtte verscheen in het Nieuwsblad van het Zuiden een bericht dat Julius Wellens was gearresteerd door de politie. Hij werd ervan verdacht zijn dochtertje zodanig te hebben mishandeld dat zij aan de gevolgen daarvan was overleden. Het bericht sloot af met de woorden: “Het lijkje is door de politie in beslag genomen. De recherche heeft een uitgebreid onderzoek ingesteld. Een groot aantal buren is reeds gehoord. De verdachte ontkent.”

Na een uitgebreid onderzoek kwam de zaak voor de rechtbank in Maastricht. Hoewel de eis van de officier van justitie zes jaar was, veroordeelde de rechtbank in Maastricht Julius tot vier jaar gevangenisstraf. Hij ging in hoger beroep bij het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch. Daar volgde vrijspraak, op grond van gebrek aan bewijs. Het Limburgsch Dagblad meldde op 18 januari 1927: “Het gerechtshof gelastte de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.”

Een schedelbreuk
Dankzij een artikel in de Limburger Koerier van 11 januari 1927 kwam ik meer te weten over deze bijzondere zaak. Julius Wellens had terecht gestaan omdat hij ervan werd verdacht dat hij zijn dochtertje Henriëtte “op het hoofd heeft geslagen op den grond en daarna tegen de deur of deurstijl of een muur heeft geworpen, waardoor voornoemd kind schedelbreuk bekwam, aan de gevolgen waarvan het is overleden.” Volgens de Limburger Koerier had Julius een “guur, ruw voorkomen”.

Tijdens het politieonderzoek had Julius aanvankelijk de schuld op zich genomen, maar later trok hij die verklaring in. Hij vertelde dat zijn vrouw Cornelia van Luijk hun kind had doodgeslagen. Toen hij thuis kwam, had Cornelia hem verteld dat Henriëtte onwel was geworden. Pas later, “toen het lijkje in beslag genomen werd”, had Cornelia haar man verteld dat zij Henriëtte had doodgeslagen.

Cornelia van Luijk had weer een heel ander verhaal. Volgens haar was Julius op “kermis-Maandag” ’s avonds dronken thuis gekomen. Hij nam bij thuiskomst Henriëtte uit de wieg en mishandelde haar. De Limburger Koerier schreef: “De vader kon het kind niet uitstaan. Het was wat simpel en hij mishandelde het meermalen. Het martelaartje heeft nog 8 dagen geleefd. Het nam alleen nog wat melk tot zich.”

De overlijdensakte van Henriëtte Wellens.

Een slechte moeder
Tijdens het hoger beroep kwam ter sprake dat ook Cornelia van Luijk haar dochtertje meerdere keren had mishandeld. Tot twee keer toe was Henriëtte zelfs in het ziekenhuis opgenomen in verband met verhongering. Zelf ontkende Cornelia ooit slecht te zijn geweest voor haar kind.

Meerdere buren werden gehoord. Hierbij kwam aan het licht dat er harde geluiden waren gehoord en ook het gejank van een klein kind. Een van de buurvrouwen, mevrouw Massotte, vertelde dat zij door Cornelia was gevraagd om naar Henriëtte te komen kijken toen zij in bed lag. Cornelia had toen niets verteld over een mishandeling. Die buurvrouw had toen gezien dat Henriëtte er zeer slecht uitzag en koude voetjes had. Cornelia had van de buurvrouw het advies gekregen een dokter te laten komen. Een andere buurvrouw, mevrouw Schefman, had ook een harde slag en gehuil gehoord. Zij was daarop bij Cornelia langsgegaan. Het kindje lag in bed “met een blauw gezichtje en gebroken oogjes”. Mevrouw Schefman had Cornelia tevoren horen roepen: “Loopen moet je!”. Maar de kleine Henriëtte kon nog niet lopen. En vervolgens had mevrouw Schefman die harde klap gehoord.

Een verdachte dood
Diverse artsen en andere deskundigen vonden de dood van het meisje zeer verdacht. De verklaringen van de moeder waren bovendien niet betrouwbaar. Volgens Cornelia was Henriëtte uit bed gevallen, maar volgens de artsen kon een dergelijke val niet zorgen voor de verwondingen die Henriëtte had opgelopen. Dr. Schaepkens van Riemst was door Julius en Cornelia gevraagd hun dochtertje te onderzoeken toen zij nog leefde. Hij vond de blauwe plekken op het hoofd verdacht. Hij sprak hierover met een arts die Henriëtte in het verleden had behandeld. Schaepkens van Riemst was van mening dat in dit gezin moest worden ingegrepen en dat de ouders uit de ouderlijke macht gezet moesten worden.

De advocaat-generaal van het gerechtshof was van mening dat het wettig en overtuigend bewijs ontbrak om Julius Wellens schuldig te verklaren. Om die reden luidde de eis de vernietiging van het vonnis van de rechtbank Maastricht. Julius werd vrijgesproken. Tot op heden blijft onduidelijk wie verantwoordelijk was voor de fatale mishandeling van Henriëtte. Nam Julius Wellens de schuld op zich om zijn vrouw te beschermen, of was hij juist zelf de dader? En welke rol speelde Cornelia van Luijk werkelijk?

Wie waren Julius en Cornelia?
Julius Wellens en Cornelia van Luijk trouwden in Maastricht op 27 mei 1920. Julius was toen kolendrager van beroep. Cornelia verdiende de kost in een van de aardewerkfabrieken in Maastricht. Op 5 december 1893 kwam Julius in Maastricht ter wereld als zoon van Hendrik Wellens en Anna Maria Becker. Cornelia was een Maastrichtse van geboorte. Zij werd op 3 februari 1897 geboren als dochter van Joannes Mathijs van Luijk en Maria Gertrudis Baartscheer.

Maastricht zou overigens Maastricht niet zijn, als ik tijdens mijn onderzoek geen familierelatie had ontdekt tussen Cornelia van Luijk, de moeder van Henriëtte Wellens, en mijn oma aan moederskant. In onderstaand schema heb ik deze onverwachte familierelatie weergegeven.

Laatste Nieuws

Ons nieuws is en blijft altijd gratis als je je inschrijft voor de gratis nieuwsbrief

Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw

Bedankt voor uw aanmelding. Controleer uw e-mail om de inschrijving af te ronden