Inhoudsopgave
OBSERVATIES
2026 - week 18
Ik wandelde een grote ronde door Maastricht en zo liep ik over de Brusselsestraat het centrum in. De zon scheen volop, en ter hoogte van de Kommel stonden bij ‘De Unie’ studenten op de stoep.
Aan de stand van de ‘hoalkanne’ op de ‘Stehtisch’ was af te zien dat er al de nodige biertjes gedronken waren. ‘Biertjes’, en geen ‘pilsjes’, want dit waren studenten van de traditionele soort en die hebben het - met uitzondering van Delftenaren die juist pils zeggen - alleen maar over bier.
Kennelijk was het tijd om te gaan, want tafel, pitchers en vaasjes werden voor mijn ogen vlot naar binnen gebracht. Later zou me duidelijk worden dat Tragos een evenement bij Fun Valley had. Van alle kanten kwamen namelijk de groepjes in zomerse kledij, maar met de dispuutstrui schuin om de romp geknoopt, langs het gouvernement naar het zuiden gefietst. Knappe jonge mensen waren het, al was wel te zien dat het feest van de afgelopen nacht zijn tol eiste. Te horen was dat ook; hun hese stemmen verraden een zware avond, maar ze gaven ook blijk van de absolute wil om geen minuut van een prachtige studententijd te missen.
Ze horen er niet bij, die studenten, en dat willen ze in de kern ook niet. Ja, ze willen vast wel benadrukken hoe geweldig Maastricht is, en als ze familie van boven de rivieren of uit het buitenland ontvangen laten ze alle mooie plekjes van de stad zien. Maar ze zijn geen Maastrichtenaar zoals u en ik ‘boomers’. Dat geldt voor de kakkers van Tragos, voor de internationals die opgehokt in het Eiffelgebouw of in de portacabins van Randwijck zitten, en alle studenten daartussen.
Gelijk hebben ze. Sterker nog: het is de natuur. De studententijd is aan de ene kant bedoeld voor de voorbereiding op een leven in de grotemensenwereld en aan de andere kant er vooral nog geen deel van uitmaken, ten volle van het leven genieten en vooral niet burgerlijk zijn.
Ik zie daarom helemaal niets in alle plannen om studenten in een mal te dwingen, zoals recent werd voorgesteld met de bedoeling om afgestudeerden voor Limburg te behouden. Internationals zouden om die reden Nederlands moeten leren, heeft minister Letschert (in navolging van anderen) bedacht.
Maar juist het láátste wat studenten zouden moeten willen, is integreren. Ja, met elkaar, en gelukkig heeft Maastricht een heel breed studentenleven waarin ieder het zijne of hare kan vinden. Zo maken ze vrienden voor het leven en een begin van een netwerk van vakgenoten. Stages zijn ook heel nuttig. Taalonderwijs gedurende de studie eveneens; zo zou een afgestudeerde in het Nederlands recht perfect Nederlands moeten spreken en schrijven - wat zeker niet altijd het geval is - en een Master International Business foutloos Engels, en daar is ook nog veel winst te behalen.
De rechtgeaarde student (m/v) echter zoekt - tegenwoordig wereldwijd - zijn eigen weg, laat zich niet voorschrijven met wie hij vrienden moet worden, laat staan dat hij zich impliciet laat voorschrijven waar hij later moet gaan werken. En als de minister dat niet begrijpt, heeft ze er tijdens haar eigen studententijd vast ook niet veel van begrepen.
Sphinx