Inhoudsopgave
Eind april kreeg Wim Dijkman, die veertig jaar stadsarcheoloog was voor de gemeente Maastricht, een hoge koninklijke onderscheiding. Hij werd geridderd in het Kruisherenhotel, mede op basis van een ondersteuningsbrief van de biografe van d'Artagnan. Afgelopen maandag kreeg Dijkman de Erfgoedinspectie - en drie agenten - thuis op bezoek. De inspectie eist botjes terug die Dijkman ophaalde in München, waar ze onderzocht worden op DNA-resten van d'Artagnan.
Dijkman doet zijn verhaal over het bezoek van erfgoedinspectie en de politie. Hij deed decennia onderzoek naar d'Artagnan, maar ziet nu hoe iedereen met de eer wil strijken. "Ik word gemangeld door het kerkbestuur en door de gemeente Maastricht. Die hebben de inspectie op me afgestuurd."
Dijkman is al lang gebrouilleerd met de stadsarcheoloog van de gemeente. "Die vindt nu dat hij te laat geïnformeerd is over de opgraving in de kerk van Wolder. Dat is pure jaloezie."
Inmiddels is Dijkman ook gebrouilleerd geraakt met het kerkbestuur en de speciaal voor de vondst van het graf opgerichte stichting. Die zijn volgens hem veel te vroeg met de vondst van het skelet naar buiten getreden. "Dan zie je dat iedereen met dat verhaal aan de haal gaat."
Dijkman kreeg maandag een telefoontje toen hij aan het winkelen was in de Brusselse Poort. "Ik werd gesommeerd om onmiddellijk naar huis te komen. Thuis waren er vijf mensen die mij intimideerden. Ze wilden de botten hebben die ik uit Munchen meegenomen had."

Dijkman: "Ik heb als vrijwilliger gewerkt. De reis naar München en hotelovernachting heeft mij zeker 500 euro gekost. Die heb ik uit eigen zak betaald. Dat geld wilde ik kunnen declareren."
Volgens de archeoloog kreeg hij van de ambtenaren van de Erfgoedinspectie te horen dat ze vanuit München de botjes ook hadden kunnen opsturen. "Dat is belachelijk. Die zijn heel kwetsbaar. Waar zijn jullie mee bezig, heb ik gevraagd. Dit is het belangrijkste graf dat misschien ooit gevonden is in Maastricht. Ze wilden mij die botjes als het ware het liefst uit mijn handen grissen."
Volgens Dijkman is er sprake van jaloezie. "Omdat ik verschillende keren gescoord heb met onderzoeken. Bij de oud-collega's zit daarom oud zeer. Daarom sturen ze nu de erfgoedinspectie op me af. Alsof ik lid ben van een criminele organisatie. Maar ik had de botten al ondergebracht bij een vriend. Zo moet ik het spel helaas spelen."
Dijkman: "De inspectie zei dat als ik mee zou werken, ik geen proces-verbaal zou krijgen. Ze hebben verbaal opgemaakt en daarin gemeld dat ik niet meewerk." Volgens Dijkman is de kwestie nog uit de wereld te helpen. "Ik wil best meewerken, maar dan moeten ze me eerst de treinreis en de hotelovernachting vergoeden. En dan moeten ze ook wel duidelijk maken: ere wie ere toekomt."
Dijkman voelt zich geïntimideerd. "De burgemeester had veel lovende en mooie woorden voor me. Ik heb heel veel vrijwilligerswerk gedaan en in mijn veertig jaar als archeoloog nog nooit een overtreding begaan. Ik weet natuurlijk wat ik doe als archeoloog. Kijk mijn CV maar na, dat is indrukwekkend. Dat zeg ik niet om op te scheppen. Maar ik ben geen schatrover. Eerst word ik geridderd, nu krijg ik een trap na. Ik wens niet als een crimineel behandeld te worden."
Dijkman laat het er ook niet bij zitten. "Ik ben aan het koersen op een rechtszaak zodat mensen onder ede gehoord kunnen worden. Bijvoorbeeld over de vraag wie wat op welk moment wist. Ik heb de afgelopen drie jaar een dagboek bijgehouden over wat er de afgelopen drie jaar in dit onderzoek is gebeurd. Ik heb alle gegevens en bewijzen paraat. Niemand kan zeggen dat hij niet op de hoogte was."
Een woordvoerder van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, zoals de Erfgoedinspectie nu heet, wil niets zeggen zolang het onderzoek loopt naar de opgraving van de kerk in Wolder. "De woordvoering ligt bij het functioneel parket van het openbaar ministerie."


