Inhoudsopgave
OBSERVATIES
2026 week 21
Soms is het aangenaam als je ergens in het geheel geen verstand van hebt en dat ook niet pretendeert. Dan kun je, als je wilt, iets, waar je je over opwindt, online gooien en kijken wat ervan komt. Maar u verwacht meer van mij. Een mening delen is leuk, maar die moet wel ergens op gebaseerd zijn. Op onderzoek en denkwerk. Bloed, zweet en tranen dus.
Waar ik me over opwind? Over van alles eigenlijk. Vaak gaat het over doorgeschoten bureaucratie, zoals de Maastrichtse ‘balkgate’. Even vaak gaat het over bescherming van het Maastrichtse erfgoed, of het gebrek aan bescherming.
Mijn wandelingen door de stad geven me volop inspiratie. Daar heb ik niemand voor nodig. Onze stad is meer dan mooi genoeg om te strijden tegen wat de stad lelijk maakt of houdt. Maar soms bestaat er een probleem waar ik, zonder een beetje hulp, geen enkel zicht op had gekregen.
Recentelijk ben ik ben ik veel te vinden in het zuiden van Maastricht, meer in het bijzonder Heugemerveld, Randwijck en Heugem. Daar is iets aan de hand met grote complexen waar hoofdzakelijk buitenlandse studenten wonen.
Zij liever dan ik, denkt u, en u bent geneigd om door te scrollen, maar hier is ongemerkt sprake van een groot maatschappelijk probleem. De studenten zitten er veelal in studio’s met een eigen voordeur. Tiny houses, luxe containers dus, met eigen huisnummer voor het verkrijgen van huursubsidie, nodig om de hoge huren op te kunnen brengen. Contact met anderen hebben ze nauwelijks. Ze sluiten zich op, werpen zich op de studie en hebben niet of nauwelijks contact met collega-studenten. Resultaat is dat velen vereenzamen.
Ik werd op dit probleem gewezen door een uitstekend artikel van de Observant. Vervolgens was het niet moeilijk om online uit te vinden dat al sinds een aantal jaren - parallel oplopend met de opkomst van deze vorm van klein wonen - hierover geschreven wordt.
Op de website van Volt Nederland las ik bijvoorbeeld dat 51% van de studenten kampt met psychische klachten. Het journalistieke medium Cursor van de Universiteit Eindhoven schreef dat studenten met huisgenoten aantoonbaar gelukkiger zijn. Architect Andrea Prins zei anderhalf jaar geleden al in Trouw dat de hippe studio’s de mens eenzaam maken. Ook al is 39% van de Nederlanders alleen, zijn deze tiny houses volgens haar niet de oplossing voor het woningtekort. Allemaal te vinden op de eerste pagina na een enkele zoekslag op Google.
Kort en goed: we jagen lichting na lichting studenten een depressie in door deze massale, ongezonde wijze van huisvesting toe te staan.
Dat is uit menselijk oogpunt heel ernstig. Het is ook - voor de economen onder ons - overduidelijk contra-productief. We ontnemen jonge mensen van een optimaal vormende studententijd en stellen ze bloot aan grote risico’s die bij verwezenlijking daarvan, zoals bij uitval door arbeidsongeschiktheid, de werkgever en/of de samenleving gruwelijk veel geld kosten.
Verbaasd was ik toen ik las dat ‘welstand’ niet over welzijn van mensen gaat maar slechts over de ruimtelijke omgeving. Uiteindelijk gaat álles om mensen, vind ik: het recht gaat om mensen, net als de politiek en de architectuur.
Dit zijn ‘onze’ studenten. Zij zijn Maastrichtenaren. Zij zijn onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Daar waar de Maastrichtse woningstand structureel Maastrichtenaren ziek maakt, moet worden ingegrepen. Op alle niveaus, maar laten we eerst naar onszelf kijken en vooral niet afwachten. Ieder semester dat deze ‘ontwerpfout’ in stand gelaten wordt, is er een te veel.
Sphinx