Inhoudsopgave
De bezoekers van het Historisch Café Maastricht (HCM) in het Pesthuys ontvingen donderdagavond de hartelijke groeten van de ‘Indiana Jones van Maastricht’. Mijn hoofdgast, Jim Pepels, had voorafgaand aan de bijeenkomst contact gehad met de inmiddels wereldberoemde Maastrichtse archeoloog Wim Dijkman. Tijdens dat gesprek had Wim Jim op het hart gedrukt om iedereen in het Pesthuys namens hem de groeten te doen.
Door Stefan Vrancken
Nog voordat de commotie rond Wim Dijkman ontstond, had ik Jim Pepels al bereid gevonden om een lezing te verzorgen voor de bezoekers van het HCM. Pas afgelopen week bleek hoe actueel het onderwerp was waarover Jim kwam vertellen. Het was nog nooit zo druk geweest in het Pesthuys als op donderdagavond. Het publiek hing aan zijn lippen toen Jim ons op bevlogen wijze meenam naar het voor de geschiedenis van Maastricht uiterst belangrijke jaar 1673.

Een grafzerk in de Sint-Servaasbasiliek
Wie aan 1673 denkt, denkt al snel aan de Zonnekoning en zijn beroemde musketier d’Artagnan. In Maastricht gaat de aandacht meestal uit naar de gesneuvelde musketier. Donderdagavond werd duidelijk dat het tijd is om de schijnwerpers ook op andere personen uit 1673 te richten.
Weinig mensen weten dat in de Sint-Barbarakapel van de Sint-Servaasbasiliek een grafzerk ligt van een Schotse kapitein van de infanterie die tijdens de aanval door de troepen van Lodewijk XIV belast was met de verdediging van de stad. Zijn naam was William Sandilands. Hij stond in dienst van de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Sandilands raakte tijdens het beleg van 1673 gewond en overleed later aan zijn verwondingen.
Ook Joan van Paffenrode verdedigde namens de Staten-Generaal de stad tegen de agressie van de Zonnekoning. Hij was luitenant-kolonel van het regiment van prins Maurits. Hij sneuvelde, evenals d’Artagnan, tijdens het beleg, slechts één dag voordat d’Artagnan het leven liet. Van Paffenrode verdedigde de stad, maar over hem hoor je vrijwel nooit iets.

De neven van d’Artagnan
Ook over Pierre de Montesquiou d’Artagnan en Joseph de Montesquiou d’Artagnan hoor je zelden iets. Zij waren volle neven van d’Artagnan. Dankzij Jim maakten de gasten van het HCM donderdagavond kennis met deze twee Franse edellieden.
Pierre en Joseph waren eveneens musketiers, net als hun wereldberoemde neef. Ook zij waren aanwezig bij het beleg van Maastricht. Als het waar is dat d’Artagnan in de kerk van Wolder werd begraven, zullen zij daar, net als de Zonnekoning, bij aanwezig zijn geweest. In tegenstelling tot hun neef overleefden Pierre en Joseph het Franse beleg. Zoals Jim terecht stelde: eigenlijk vormen deze drie neven de échte drie musketiers.

Zelfmoord in het Dinghuis
Geschiedenis waar je zelden iets over hoort vormde donderdagavond een rode draad. Na de lezing van Jim verzorgde ik zelf een presentatie over de bokkenrijders. Volgende maand gaat de grootschalige spektakelmusical ‘Bokkenrijders’ in première in het Geusseltstadion. Ook dit onderwerp is dus bijzonder actueel.
Veel Maastrichtenaren weten waarschijnlijk niet dat tijdens de bokkenrijdersvervolgingen regelmatig arrestanten werden overgebracht naar het Dinghuis. Op gruwelijke wijze werden daar vaak onschuldige mannen gefolterd om bekentenissen af te dwingen. Dat moet velen tot wanhoop hebben gedreven. Moderne historici beschouwen de bokkenrijdersvervolgingen als de grootste justitiële dwaling in de geschiedenis van de Nederlanden.
Een arrestant die nog maar één uitweg zag, was Herman Vrancken, een veerman uit Elsloo. Na zijn arrestatie werd hij overgebracht naar het Dinghuis en onderworpen aan de martelmethoden van de scherprechter, oftewel de beul. Op 3 november 1773 pleegde hij zelfmoord in zijn cel. Met behulp van zijn broekriem hing hij zichzelf op. Desondanks werd hij na zijn dood alsnog veroordeeld. Zijn lijk werd overgebracht naar Elsloo. Daar werd Herman aan één been opgehangen aan de galg.
Over de zelfmoord van Herman Vrancken in het Dinghuis hoor je nooit iets. Toch behoort ook dit verhaal tot de geschiedenis van Maastricht. Waart zijn geest nog rond in het Dinghuis? De volgende keer dat je langs het Dinghuis loopt, denk dan aan al die vaak onschuldige mannen die luidkeels schreeuwden tijdens de folteringen. En denk zeker ook aan Herman Vrancken, de veerman die zich ophing in zijn cel.

