Inhoudsopgave
De Kredietbank Limburg, een gemeenschappelijke regeling van een een aantal Zuid-Limburgse gemeenten waaronder Maastricht, kampt met personele problemen. Een hoog ziekteverzuim, de noodzaak om veel functies via inhuur te vervullen, veel verloop en uitstroom. Nieuwe personeelsleden brengen minder relevante werkervaring mee. Dat blijkt uit het jaarverslag 2025 en uit de begroting voor 2027.
Het ziekteverzuim bij de Kredietbank Limburg (KBL) is vorig jaar fors opgelopen. Uit de jaarstukken over 2025 blijkt dat het gemiddelde ziekteverzuim is gestegen van ongeveer 6 procent in 2024 naar circa 10 procent in 2025. Daarmee ligt het verzuim ruim boven het landelijke gemiddelde van ongeveer 6 procent voor de sector openbaar bestuur en overheidsdiensten. Bij de Kredietbank zijn er 125 fte voorzien voor 2027.
Volgens de kredietbank zijn de oorzaken van het verzuim divers en liggen die in de meeste gevallen buiten de directe invloedssfeer van de organisatie. Toch noemt KBL het hoge verzuim een belangrijk aandachtspunt. Om medewerkers beter te begeleiden is in 2025 gekozen voor een nieuwe arbodienst.
Het hogere ziekteverzuim had ook financiële gevolgen. In de toelichting op de jaarrekening schrijft de kredietbank dat zij genoodzaakt was een hogere personele bezetting aan te houden om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen en "geen onnodige wachttijden voor klanten te laten ontstaan". Mede daardoor vielen de salariskosten in 2025 ongeveer 384.000 euro hoger uit dan een jaar eerder. Naast de cao-loonstijgingen en periodieke salarisverhogingen noemt KBL het hogere ziekteverzuim expliciet als oorzaak van die stijging.
Ook de uitgaven aan ingehuurd personeel namen fors toe. De kosten voor externe inhuur lagen ruim 416.000 euro hoger dan in 2024. De organisatie huurde onder meer een projectleider, ICT-specialist, controller, HR-adviseur, beleidssecretaris en extra uitvoerend personeel in.
De personele druk blijkt ook uit de ontwikkeling van het personeelsbestand. In 2025 traden dertien nieuwe medewerkers in dienst, terwijl negentien medewerkers de organisatie verlieten, onder wie twee vakantiekrachten. Daarnaast maakte KBL gemiddeld gebruik van twaalf ingehuurde medewerkers voor ondersteunende en projectmatige werkzaamheden.
De kredietbank schrijft dat vooral het vertrek van ervaren vakspecialisten gevolgen heeft voor de kennis binnen de organisatie en de vervangbaarheid van personeel. Tegelijkertijd is het volgens KBL steeds lastiger om geschikte medewerkers te vinden. Schuldhulpverlening en inkomensbeheer zijn specialistische vakgebieden waarin organisaties grotendeels vissen in dezelfde, relatief kleine regionale arbeidsmarkt. Nieuwe kandidaten beschikken bovendien gemiddeld over minder relevante werkervaring dan voorheen.
Om die reden investeert de organisatie in opleidingen, intervisie en kennisdeling om de vakkennis en duurzame inzetbaarheid van medewerkers te versterken.
In de begroting voor de komende jaren benoemt KBL een langdurig hoog ziekteverzuim bovendien expliciet als een bedrijfsrisico. Volgens de organisatie kan dit de continuïteit van de dienstverlening onder druk zetten en leiden tot extra inzet van externe krachten tegen hogere kosten.


