Inhoudsopgave
De gemeente Maastricht gaat over 2026 volgens de laatste inzichten 8,5 miljoen euro overhouden. In de voorgaande jaren hield de stad jaarlijks tientallen miljoenen euro's over per jaar, waardoor de spaarpot is gegroeid naar 184 miljoen euro. Hoewel een luxe-probleem, is het toch een probleem want al dat geld wordt niet geïnvesteerd in de lokale economie.
Vanwege stikstofregels kan er niet voluit gebouwd worden. Dat geldt ook voor de netcongestie: wachten op een stroomaansluiting. Daarnaast wordt de economische ontwikkelingen ook juridisch gesmoord door de langdurige bezwaar- en beroepsprocedures tegen bijvoorbeeld bouwplannen. Tel daarbij op dat de beschikbare ambtelijke capaciteit verdeeld moet worden over te veel gelijktijdig lopende projecten. Dat leidt allemaal tot grote vertragingen in de uitgaven, waardoor er ook weer een rente-voordeel ontstaat op de niet uitgegeven tientallen miljoenen euro's.

Vanuit het stadhuis wordt er daarom gepleit om de projecten waarvoor de gemeente zijn medewerking moet verlenen beter te prioriteren. Dat wil zeggen: keuzes maken tussen de projecten die voorrang krijgen en projecten die moeten wachten. Zo kan de ambtelijke capaciteit gecoördineerder ingezet worden.
De doorkijk naar de komende jaren laat overigens zien dat zonder bijsturing vanaf 2028 een tekort op de begroting zou ontstaan.


