Inhoudsopgave
Op 17 juni wil de gemeente een persconferentie geven over de eerste resultaten van de onderzoeken naar de resten van mogelijk d'Artagnan. De gemeente licht de raad nu al in dat daar niet al te veel verwacht van moet worden.
"De kans is overigens gering dat er tijdens de eerste persconferentie reeds uitspraak kan worden gedaan over de identiteit van de persoon van de gevonden stoffelijke resten. Wel zal er een doorkijk gegeven worden naar een vervolgonderzoek dat noodzakelijk is ter verdere identificatie van de aangetroffen stoffelijke resten, mocht daar op basis van de uitkomsten van het lopend onderzoek aanleiding voor zijn", schrijft het college.
De gemeente heeft een feitenrelaas naar buiten gebracht naar aanleiding van vragen van de politieke partij SAB, die de wilde weten wat waar is van het verhaal dat wethouder Frans Bastiaens van cultureel erfgoed al van te voren op de hoogte was gebracht dat in de kerk van Wolder gegraven zou gaan worden naar d'Artagnan en dat hij de raad daarvan onwetend had gelaten.
Uit het feitenrelaas van de gemeente wordt duidelijk dat de gemeente de zwarte piet neerlegt bij Wim Dijkman, de voormalige en nu gepensioneerde archeloog van de gemeente Maastricht. Een eerste opgraving waarvoor geen vergunning was verleend, was "illegaal" volgens de gemeente. Door die opgraving is veel "informatie-waarde" verloren gegaan.
Het college hecht eraan de raad te voorzien van feitelijke informatie en een doorkijk te geven naar de vervolgstappen.
De Omgevingswet verplicht tot zorgvuldige omgang met het cultureel erfgoed, wat betekent dat er specifieke procedures en eisen zijn die moeten worden gevolgd. De Sint-Petrus-en-Pauluskerk van Wolder heeft sinds 1966 de officiële rijksmonumentstatus. Elke ingreep in de bodem van dit Rijksmonument vereist een omgevingsvergunning.
Doorgaans vallen de meeste archeologische onderzoeken onder activiteiten waarvoor de gemeente als bevoegd gezag optreedt. De gemeente ziet erop toe dat voldaan wordt aan de eisen voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek, zoals vastgelegd in onder meer de Erfgoedwet en het gemeentelijk archeologisch beleid.
Dagelijks vindt in Nederland archeologisch onderzoek plaats dat slechts één keer uitgevoerd kan worden. Het documenteren van een opgraving heeft tot doel om alles vast te leggen, maar ook controleerbaar en verifieerbaar te maken. Een opgraving dient op basis van de documentatie achteraf opnieuw uitgevoerd (nagetrokken) te kunnen worden, waarbij alle stappen controleerbaar moeten zijn.
In de Sint-Petrus-en-Pauluskerk van Wolder vond voorafgaand aan 5 maart 2026 een opgraving plaats. Hierover is de wethouder voor Cultureel Erfgoed op 2 maart 2026 in een fysiek gesprek informeel geïnformeerd. Op 5 maart 2026 zijn de gemeentelijke archeologen geïnformeerd tijdens een telefoongesprek met het kerkbestuur.
Aansluitend is er door het kerkbestuur ook een foto van het aangetroffen skelet gedeeld. Voor deze werkzaamheden is geen vergunning verleend en deze waren vooraf ook niet bekend bij de gemeente. Het betrof dus een illegale opgraving. Van deze opgraving werd daarnaast buiten de erfgoedwet om een bovenarmbot en 2 tanden naar het Institut für Rechtsmedizin van de Universität München gebracht.
(Noot van de redactie: de vraag zou dus zijn of die illegale opgraving al vóór 2 maart heeft plaatsgevonden, dan had achteraf niemand nog kunnen ingrijpen. Als die illegale opgraving is gedaan op 3 of 4 maart, dan had de wethouder cultureel erfgoed nog aan de noodrem kunnen trekken nog voordat de gemeentelijke archeologen op 5 maart werden ingelicht. De vraag is dus op welke datum die illegale opgraving is gedaan. De vraag daarover staat uit bij wethouder Frans Bastiaens. Wim Dijkman, de vanwege zijn rol bij die eerste opgraving inmiddels omstreden voormalige (gepensioneerde) archeooloog van de gemeente, was niet bereikbaar voor een reactie.)
Vanaf 5 maart 2026 heeft de gemeente Maastricht als bevoegd gezag op vlak van archeologie de regie genomen en zijn de werkzaamheden nog diezelfde dag stilgelegd. Dit om de vondsten van deze opgraving veilig te stellen voor verder onderzoek. De gemeente Maastricht heeft, conform de regelgeving, de graafwerkzaamheden van vóór 5 maart jl. gemeld aan de Erfgoedinspectie. Alle stappen die sinds die datum zijn uitgevoerd, zijn in overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) gebeurd. Na afstemming met de RCE is besloten dat de resten door middel van een officiële noodopgraving gedocumenteerd zouden worden en om het skelet te lichten.
Door de gemeentelijke archeologen werd vervolgens een Programma van Eisen (PvE) opgesteld, dat op 9 maart 2026 aan de archeologisch adviseur van de Stichting 6213 HL (de initiatiefnemer) is overhandigd. Dit PvE is de onderlegger om een gecertificeerde partij te selecteren1 voor de documentatie en veiligstelling van het graf. Vervolgens heeft BAAC-Archeologie in samenwerking met Saxion-Hogeschool op vrijdag 13 maart jl. de noodopgraving uitgevoerd. Nog diezelfde avond zijn skeletdelen ook onder een CT-scanner van het MUMC+ gelegd.
De menselijke resten, de overige vondsten en de documentatie, zowel van de graafwerkzaamheden van vóór 5 maart 2026 als van de noodopgraving uitgevoerd op 13 maart 2026, zijn op grond van de Erfgoedwet eigendom van de Gemeente Maastricht. Op 25 maart 2026 werd het nieuws van ‘een’ opgraving in de kerk in Wolder door het kerkbestuur wereldkundig gemaakt.
Lopend Wetenschappelijk Onderzoek
Bij dit soort opgravingen is het van groot belang om de in de beroepsgroep geldende norm voor archeologische opgravingen te volgen. Gebleken is dat deze norm niet is nageleefd bij de graafwerkzaamheden van vóór 5 maart, waardoor het nu veel meer moeite en tijd kost om deze vondst wetenschappelijk te duiden.
Over de noodopgraving van 13 maart jl. stelt BAAC-Archeologie samen met Saxion-Hogeschool momenteel een zogenaamd ‘evaluatierapport’ op. Duidelijk is dat er sprake is van een aanzienlijk verlies aan informatiewaarde t.o.v. een opgraving conform de regels. Het onderzoeksteam van Saxion/BAAC probeert desondanks zoveel als mogelijk informatie uit deze vondst naar boven te halen.
Deze informatie richt zich op analyses om de herkomst van het skelet te bepalen om op deze wijze te bevestigen of juist te ontkennen of het hier mogelijk om d’Artagnan kan gaan. Daarnaast wordt via de analyse van aDNA (ancient DNA) getracht meer duidelijkheid te verkrijgen over de identificatie van dit skelet. Dit proces is tijdrovend en leidt ertoe dat het lang duurt alvorens er resultaat gecommuniceerd kan worden.
