Inhoudsopgave
Urenlang is hij druk met het uitstallen van kleren op de grond, eerst aan de ene kant van de Looiersgracht en dan weer aan de andere kant. Kleren die hij voor één of twee euro probeert te verkopen. Dat is beter werk dan blikjes rapen. „Dat is een shitty job”, zegt hij in half Engels, half Nederlands. Met het rapen van blikjes verdient hij enkele euro’s per dag. Op een topdag verzamelde hij voor 27 euro aan blikjes.
Vitaly komt uit Kharkiv. Bij het begin van de oorlog is zijn familie gevlucht. „Ik was barista op de markt. Koffie maken en verkopen, dat ging prima. Later heb ik in de sales gezeten.”
Waarom Vitaly nu op straat leeft, daar is geen helder antwoord op te krijgen. Waar hij slaapt? In de bosjes. Daar kan hij ook een kampvuurtje maken. Dat is prima in deze warme tijd van het jaar, zo verzekert hij.
De kleren die hij draagt, heeft hij zelf gevonden. Net als de kleren die hij probeert te verkopen. „Voor vijf euro, twee euro, één euro.” De omwonenden zijn niet echt blij met de aanwezigheid van Vitaly. Hij krijgt grijze vuilniszakken om de gemaakte rommel in te doen. Als Vitaly om een bezem vraagt, krijgt hij te horen dat hij niet hoeft te vegen.
De Looiersgracht wordt druk belopen door studenten. Zij hebben net de INKOM en de Maasweek achter de rug. Ze zien: ook dit is Maastricht. Een stad als alle andere in Nederland, waar burgemeesters als Hubert Bruls van Nijmegen en Femke Halsema van Amsterdam nu publiekelijk klagen over de verloedering van het straatbeeld.

Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.