Doorgaan naar artikel

'Vragenlawine’ begint niet bij raad, maar bij college

Stephanie Blom en Jules Vaessen. Bron: AI.

Inhoudsopgave

OPINIE

Door Stephanie Blom (raadslid SP) & Jules Vaessen (raadslid PvdD)

Binnenkort wordt het presidium van de Maastrichtse gemeenteraad een memo voorgelegd waarin, op basis van het rapport Dynamieken doorbreken van onderzoeksbureau Berenschot, de conclusie wordt getrokken dat raadsleden te veel schriftelijke vragen stellen en dat de raad zou moeten komen tot wat een 'bewuster gebruik' van het vragenrecht wordt genoemd. Het aantal vragen steeg van 509 in de raadsperiode 2014–2018 naar 1.335 in de huidige periode – kennelijk ruim drie keer zoveel als in vergelijkbare gemeenten – en dat zou de uitvoeringskracht van de ambtelijke organisatie beperken.

Dat een gemeenteraad die veelvuldig gebruik maakt van zijn belangrijkste controlemiddel wordt voorgesteld als een orgaan dat zijn boekje te buiten gaat, is een zorgwekkende omkering van de democratische verhoudingen – een omkering die ook in andere Limburgse gemeenten opgang maakt. Wij keren die analyse graag weer om, want wie puur naar de feiten kijkt, kan maar tot één conclusie komen: de gemeenteraad stelt niet te veel vragen, het college geeft de raad te weinig informatie uit eigen beweging. 

Het is bovendien opmerkelijk hoezeer de staatsrechtelijke context van deze discussie buiten beeld blijft; terwijl we toch regelmatig partijen noten horen kraken over de ‘staatsrechtelijkheid’, blijven deze nu angstvallig stil. De Grondwet is daar namelijk ondubbelzinnig over: de gemeenteraad staat aan het hoofd van de gemeente, niet het college, niet de burgemeester en niet de ambtelijke organisatie. Het vragenrecht – verankerd in de Gemeentewet – vormt een van de belangrijkste instrumenten waarmee raadsleden hun controlerende taak gestalte geven. Het is daarmee geen gunst die het college de raad verleent, maar een democratisch recht dat onlosmakelijk verbonden is met het mandaat dat kiezers aan hun volksvertegenwoordigers verlenen. Emeritus-hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga noemde pogingen om dat recht in te perken eerder 'volkomen ridicuul', en zijn collega Wim Voermans was niet minder stellig: het beantwoorden van raadsvragen is geen keuze maar een wettelijke plicht, waaraan het college zich alleen kan onttrekken wanneer het openbaar belang in het geding is. En de werkdruk van ambtenaren, hoe reëel misschien ook, valt daar nietonder. 

Wat in het Berenschot-rapport wél geconstateerd wordt, maar wat in het memo onderbelicht blijft, is misschien wel het meest veelzeggend. Berenschot schrijft namelijk zelf dat raadsleden hun vragen mede stellen vanuit frustratie over de informatievoorziening. Dat is volgens ons geen bijzin, maar de kern van het hele probleem. Artikel 169 van de Gemeentewet legt het college immers een actieve informatieplicht op: het moet de raad uit eigen beweging alle inlichtingen verschaffen die hij voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Het kan zich nooit beroepen op de omstandigheid dat de raad die informatie niet heeft gevraagd. Iedere vraag die een raadslid stelt om die informatie alsnog boven tafel te krijgen, is dan ook een reparatie van een tekortkoming die primair bij het college ligt. 

In de Maastrichtse praktijk is dat geen theoretisch bezwaar: raadsvoorstellen die meerdere beleidsterreinen beslaan worden verkokerd behandeld, relevante ontwikkelingen worden pas gedeeld wanneer besluiten al genomen zijn, en informatie bereikt de raad mondjesmaat, al dan niet via informele kanalen, gefragmenteerd en te laat. Wie dan verbaasd constateert dat raadsleden veel vragen stellen, verwart het symptoom met de kwaal. 

Daar komt bij dat steeds meer bevoegdheden aan de directe zeggenschap van de raad worden onttrokken, waardoor het vragenrecht niet minder belangrijk maar juist crucialer wordt. Hoe meer de raad op afstand wordt geplaatst van de besluitvorming, hoe zwaarder het gewicht van het instrument dat hem rest om zicht te houden op wat er namens de inwoners wordt besloten. Bovendien is er een heel aardse verklaring voor het grote aantal vragen die in de memo onbenoemd blijft: de Maastrichtse raad kent zestien fracties de meest versnipperde raad van Nederland, de logische uitkomst van democratische verkiezingen, en iedere fractie heeft het volste recht om vanuit haar eigen perspectief en namens haar eigen achterban het college te bevragen. Dan valt het aantal vragen logischerwijs ook hoger uit.

De werkelijke vraag die gesteld zou moeten worden, is daarom precies de omgekeerde van de vraag die nu op tafel ligt: niet hoe de raad tot minder vragen kan komen, maar wat het college kan doen zodat de raad minder vragen hóeft te stellen. Het antwoord staat eigenlijk al in de wet: open, transparant en integraal besturen. Een actieve informatieplicht die niet alleen op papier bestaat maar in de dagelijkse bestuurspraktijk met open vizier wordt waargemaakt. Een raad die de broodnodige vragen stelt, is een raad die zijn inwoners gedegen vertegenwoordigt.

Gratis nieuwsbrief, niks meer missen
Wilt u ook van maandag tot en met zaterdag vóór 6.00 uur het laatste nieuws over Maastricht in uw mailbox? Meld u dan gratis aan voor de nieuwbrief van De Nieuwe Ster. Meer dan 20.000 trouwe lezers gingen u al voor. Het enige wat wij van u vragen
Maak De Nieuwe Ster je Google-favoriet Zie ons lokale nieuws vaker terug in Google.
Maak favoriet →
Beste lezer,
Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.

Laatste Nieuws

Ons nieuws is en blijft altijd gratis als je je inschrijft voor de gratis nieuwsbrief

Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw

Bedankt voor uw aanmelding. Controleer uw e-mail om de inschrijving af te ronden