Inhoudsopgave
Een verkeerd aangeboden vuilniszak kan inwoners van Maastricht uiteindelijk honderden euro's kosten. De kantonrechter heeft geoordeeld dat een inwoner niet alleen de opruimkosten van 171 euro moet betalen, maar ook de incassokosten (48 euro) en de proceskosten (388 euro). Daarmee loopt de rekening op tot ruim 607 euro.
De eerste bekeuring van een handhaver van de gemeente dateert van 23 augustus 2024. De zaak is recent beslecht door de kantonrechter.
Volgens de kantonrechter mag de gemeente ervan uitgaan dat iemand verantwoordelijk is voor een vuilniszak zodra daarin afval wordt aangetroffen dat naar die persoon te herleiden is. In deze zaak ging het om een bagagelabel van een koffer met daarop de persoonsgegevens van de bewoner.
De bewoner voerde aan dat hij in een pand woont waar bewoners gezamenlijk afval opslaan. Daardoor zou een andere bewoner de zak verkeerd kunnen hebben aangeboden. Ook stelde hij dat hij regelmatig bij medebewoners over de vloer kwam, waardoor zijn bagagelabel mogelijk in een vuilniszak van iemand anders terecht was gekomen.
De kantonrechter gaat daar niet in mee. Volgens de rechtbank is het aantreffen van een persoonlijk document in een vuilniszak in beginsel voldoende om iemand als overtreder aan te merken. Het is vervolgens aan die persoon om aannemelijk te maken dat de zak toch niet van hem is. De bewoner slaagde daar volgens de rechter niet in. De alternatieve verklaringen waren onvoldoende onderbouwd en daardoor niet geloofwaardig.
Ook het argument dat in dezelfde vuilniszak documenten van andere personen werden gevonden, maakt volgens de rechter geen verschil. Dat sluit niet uit dat ook die personen een rekening van de gemeente hebben ontvangen.
Verder vond de bewoner dat de gemeente hem eerst had moeten waarschuwen voordat kosten in rekening werden gebracht.
De kantonrechter oordeelt echter dat de gemeente niet verplicht is eerst een waarschuwing te geven. Bij een overtreding van de afvalregels mag de gemeente direct de kosten verhalen op degene die daarvoor verantwoordelijk wordt gehouden. Ook hoefde de gemeente geen bezwaarprocedure aan te bieden, omdat het hier niet gaat om een bestuursrechtelijke boete maar om het verhalen van schade via het civiele recht.
De gemeente bracht aanvankelijk 171,30 euro aan opruimkosten in rekening. Omdat de bewoner niet betaalde, kwamen daar 48,40 euro aan incassokosten en 388,64 euro aan proceskosten bovenop. Ook moet hij wettelijke rente betalen.

