Inhoudsopgave
Van de mariniers op de Dam tot de harde supporterskernen in Maastricht: steeds wanneer burgers vinden dat de staat hun veiligheid niet kan garanderen, komt het sociaal contract onder druk te staan.
Wie belasting betaalt en zich aan de wet houdt, verwacht bescherming van de staat. Wanneer burgers die bescherming zelf gaan organiseren, is dat niet alleen een ordeprobleem: het is ook een signaal dat een deel van de samenleving de ruil met de overheid niet meer vertrouwt.
Mariniers
Die gedachte loopt door een reeks Nederlandse voorbeelden. Op 25 augustus 1970 trokken matrozen en mariniers op eigen initiatief naar de Dam in Amsterdam. Ze vonden dat de politie de damslapers niet weg kreeg en joegen hen zelf van het Nationaal Monument. De militaire leiding keurde het optreden af: de mariniers hadden het recht in eigen hand genomen. Toch zagen veel mensen hen als degenen die eindelijk ingrepen.
Tippelzone
In Heerlen verdedigden bewoners van Palemig en Heksenberg hun leefomgeving op een andere manier. Vanaf 1997 hielden de zogenoemde gedoogwandelaars de geplande tippelzone aan de Heideveldweg avond aan avond bezet. De zone werd nooit gebruikt. In 2017 trokken de Blokkeerfriezen de grens verder over: zij blokkeerden de A7 om te verhinderen dat demonstranten tegen Zwarte Piet Dokkum konden bereiken. Wie de actievoerders waren, verschilde; wat de acties gemeen hadden, was het gevoel dat iets van henzelf werd bedreigd. Maar de A7-blokkade verhinderde ook anderen hun demonstratierecht uit te oefenen. De veroordelingen bleven bij de Hoge Raad in stand.
Verbondenheid
De Spaanse socioloog Manuel Castells beschrijft in Networks of Outrage and Hope hoe internet en sociale media bewegingen kunnen helpen ontstaan zonder vaste organisatie of traditionele leiders. Mensen delen hun verontwaardiging, herkennen in elkaars berichten dezelfde bedreiging en vinden elkaar online. Die verbondenheid kan de drempel verlagen om ook fysiek samen te komen. De straat wordt dan het toneel waarop een groep zichtbaar maakt: wij zijn er, dit is ook onze plek. Castells ziet sociale media daarmee niet alleen als een megafoon, maar als een netwerk waarin mensen betekenis en een gezamenlijk gevoel van onrecht vormen.
Kick Out Zwarte Piet
Dat helpt ook begrijpen waarom een ervaren inbreuk op identiteit zo mobiliserend kan zijn. Het kan gaan om een buurt, een stad, een traditie of een gevoel van waardigheid. Tijdens de onrust rond Kick Out Zwarte Piet in Maastricht in 2020 werden MVV-supporters genoemd onder de honderden tegendemonstranten. Tijdens de avondklokrellen in 2021 trokken honderden supporters van de Angel Side door Maastricht om te laten zien dat de stad beschermd zou worden tegen relschoppers. De boodschap “onze stad” verbindt mensen, maar roept meteen de vraag op wie als buitenstaander wordt gezien en wie het recht heeft dat namens de stad te bepalen.
Generatie-Z
Sociale media kunnen zo’n gevoel in korte tijd uitvergroten en verspreiden. Een bericht kan dienen als vonk, maar bereik is nog geen bewijs van een georganiseerde beweging. Voor de oproepen rond Generatie-Z-protesten in Maastricht is geen duidelijke organisator bekend; ook is er geen demonstratie aangemeld. Berichten noemen wel plunderingen. Juist met dat dreigement wordt de Mestreechter Geis in zijn ziel getroffen. Het willen plunderen van de stad is een rode lijn die in Maastricht niemand moet overschrijden: supporters roepen op naar de stad te komen, "neem al je maten mee!", om Maastricht te verdedigen. Op het moment van schrijven is onzeker hoeveel mensen daadwerkelijk op die oproepen afgaan.
Sociaal contract
Hier ligt de grens van het sociaal contract. Burgers mogen melden, waarschuwen en elkaar helpen. Maar de staat belooft niet alleen veiligheid aan de groep die het hardst roept; hij moet ook de rechten beschermen van mensen met wie die groep het oneens is. Zodra burgers zelf bepalen wie mag demonstreren, wie verdacht is of wie uit de straat moet verdwijnen, nemen ze een bevoegdheid over die bij de staat hoort.
Eis
De vraag is daarom niet alleen waarom burgers de straat op gaan. De vraag is ook wat de staat moet doen om te voorkomen dat mensen denken dat veiligheid alleen nog door hun eigen groep kan worden gegarandeerd. Castells helpt verklaren hoe verontwaardiging via netwerken een menigte kan vormen.
Geweldsmonopolie
Het sociaal contract staat steeds meer onder druk: de staat moet de veiligheid van die menigte én van degenen tegen wie zij zich keert, beschermen. Daarom heeft de staat het monopolie op het toepassen van geweld.
Ingrijpen
De staat kan het geweldsmonopolie niet uit handen geven. Formeel kan dat natuurlijk nooit. Zonder dat geweldsmonopolie houden we geen staat en zeker geen rechtsstaat meer over, dan ligt de weg naar eigenrichting en uiteindelijk naar een burgeroorlog open. Als de staat wordt uitgedaagd, moet ze dat geweldsmonopolie ook consequent bewijzen. Keihard ingrijpen dus. Dat is wat de bezorgde ondernemers en burgers die braaf hun belasting betalenverwachten.


Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.
