Inhoudsopgave
Accountant Deloitte heeft stevige kritiek op het financieel beleid van de gemeente Maastricht op een aantal terreinen. Het gaat onder meer om forse afwijkingen in de begrote investeringen van de gemeente voor 2025 en de daadwerkelijke realisatie. Deloitte stelt verder het voortbestaan van de gemeentelijke wijkontwikkelingsmaatschappij WOM Belvédère BV ter discussie en uit de opmerkingen van de accountant blijkt verder dat de belastingtarieven voor afval en de rioolheffing te hoog zijn.
Bij WOM Belvédère BV wordt opgemerkt dat bij de besluitvorming (governance) de rollen van de gemeente als eigenaar van die BV en als opdrachtgever aan die BV te veel door elkaar lopen. Daardoor krijgt de BV bijvoorbeeld opdrachten van de gemeente om iets op gebied van infrastructuur te doen wat voor die BV leidt tot waardeverlies. Dat kan bijvoorbeeld gaan over het aanleggen van een weg. De accountant komt tot het advies om nut en noodzaak van die constructie met de vastgoed-bv Wom-Belvédère opnieuw te beoordelen.
Het einde van die BV komt sowieso in zicht nu over een paar jaar een afspraak met de fiscus afloopt over verliescompensatie. Als de WOM Belvédère als BV wordt opgeheven, kunnen de bezittingen, schulden en exploitatie weer terug naar de afdeling vastgoed van de gemeente. Wom Belvédère is voor meer dan 99% eigendom van de gemeente.
Bij de begroting voor 2025 was een investeringsvolume geraamd van 186 miljoen euro. De daadwerkelijke realisatie is blijven steken op 55 miljoen euro. Omdat investeringen afgeschreven worden over termijnen van vijf, tien, 25 of zelfs veertig jaar, is het effect dat de gemeente nu enkele miljoenen euro's in de exploitatie over 2025 meer overhoudt.
Het feit dat de gemeente al vele jaren op rij zijn eigen begroting niet gerealiseerd krijgt heeft alles te maken met te hoge ambities, 'planningsoptimisme' en bijvoorbeeld consequent tachtig tot negentig fte's meer begroten dan er op de loonlijst staan. De gemeente wil wel veel vacatures invullen, maar slaagt daar al jaren niet in.
In 2025 was er in totaal een overschot van dik 28 miljoen euro. Dat bedrag is grotendeels toegevoegd aan de algemene reserves.
De gemeente heeft over de afgelopen jaren ook de spaarpot (voorzieningen) voor toekomstige investeringen in de riolering laten oplopen tot 47,7 miljoen euro. Voor afval is dat 13,3 miljoen euro. Jaarlijks groeien die voorzieningen met enkele miljoenen euro's. De vraag is nu of de tarieven niet omlaag zouden moeten of dat je de voorzieningen deels weer moet laten vrijvallen, waardoor ze in het jaarlijks resultaat vallen. Lees: als de gemeente dat voor 2025 had gedaan, was het overschot nog veel hoger uitgevallen dan de 28 miljoen euro die nu onder de streep over is gebleven. In voorzieningen voor toekomstige uitgaven kan een gemeente of een bedrijf als het ware spaarpotjes creëren.
Uit de reactie van het college van burgemeester en wethouders blijkt dat het college nog geen keuze heeft gemaakt of de tarieven omlaag moeten of dat de voorziening omlaag moet. De gemeente gaat opnieuw berekenen hoe hoog de voorziening zou moeten zijn en wil dan in een aantal jaren daarop uitkomen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door de tarieven de komende jaren te bevriezen.
Bij rioleringen is het probleem dat er te weinig aannemers zijn om alle werken aan te kunnen nemen. Zo wil de gemeente bijvoorbeeld rioleringen vergroten om wateroverlast te voorkomen, maar het lukt niet om al die werken snel weggezet te krijgen. Er zijn simpelweg te weinig ingenieursbureaus en te weinig aannemers.
Bij de OZB-belasting heeft de nieuwe coalitie wel gekozen voor een stijging van de tarieven, om al zijn ambities waar te kunnen maken.
Verbeteringen
Overigens constateerde de accountant ook dat er op diverse terreinen verbeteringen zijn doorgevoerd. "De accountant signaleert verbeteringen in het controleproces, in de kwaliteit van de onderbouwing van overlopende posten, in de doorontwikkeling van Concerncontrol en in de afname van het aantal controlebevindingen ten opzichte van voorgaand jaar. Ook stelt de accountant vast dat de in 2024 ingezette maatregelen inzake inkoop en aanbestedingen effect hebben gehad, onder meer doordat geen nieuwe aanbestedingsfouten ten aanzien van de Europese wet- en regelgeving zijn geconstateerd en de onrechtmatige inhuur aanzienlijk is afgenomen."

