Inhoudsopgave
Op dinsdag 12 juni 1923 maakte de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht een overlijdensakte op. Twee dagen eerder, nota bene op zijn vijfde verjaardag, was het Maastrichtse jongetje Gerardus Koch om het leven gekomen. Als tijdstip van overlijden noteerde de ambtenaar half tien ’s avonds.
Gerardus was het derde kind en de eerste zoon van het echtpaar Johannes Martinus Koch en Gertrudis Fooij. Het gezin woonde op de Houtmaas. Dankzij een bericht in de Limburger Koerier van 11 juni 1923 zijn we op de hoogte van het drama dat zich die lenteavond in 1923 in Maastricht afspeelde. Reis je mee terug in de tijd?
Door Stefan Vrancken

Een val van een sluisdeur
Op zondagavond 10 juni 1923 liep Gerardus Koch spelenderwijs over de sluisdeuren van de sluis bij de Sint Servaasbrug, die toen nog de Maasbrug werd genoemd. Op enig moment viel hij vanaf een sluisdeur in het kanaal (de kenaar). Zonder nog boven water te komen verdronk de kleine jongen. “Na eenigen tijd dreggen is het lijkje opgehaald en door den G.G.D. naar Calvariënberg overgebracht”, aldus de Limburger Koerier, een dag na de verdrinking.
Blijkbaar was het lopen over de sluisdeuren een populaire speelactiviteit onder kinderen. Die zondagavond hadden de sluiswachters de spelende kinderen diverse keren gewaarschuwd. Ondanks die waarschuwingen kon het toch gebeuren dat er een einde kwam aan het leven van een piepjonge Maastrichtenaar.

Verdronken in de Maas
Het leven van de kleine Gerardus Koch eindigde in het kanaal. In het verleden verloren ook veel mensen het leven in de Maas. Zo kwam in 1787 de vierenzestigjarige Theodorus Hameleers door verdrinking om het leven toen hij op de Blekerij (Sint Pieter) in de Maas terechtkwam. Op 16 november 1787 vond de uitvaart van Theodorus plaats op Sint Pieter. Wirick Nelissen, de moederlijke grootvader van Theodorus, was ook al op een gruwelijke manier om het leven gekomen. Deze grootvader speelde een rol in mijn verhaal dat De Nieuwe Ster twee jaar geleden publiceerde.
Theodorus was gehuwd met Elisabeth Hameleers, een verre nicht van hem. Mogelijk dat Theodorus en Elisabeth, allebei geboren op Sint Pieter, afwisselend zowel in Maastricht als op Sint Pieter woonden. Zij bewoonden namelijk een huis in de Jodenstraat. Op 19 februari 1752 had Theodorus bij notaris Johan Guichard een huurovereenkomst ondertekend voor deze woning. Buiten de huur diende hij aan de verhuurder ook elk jaar te leveren twee korven “witmoes”, twee korven “roodmoes”, een vat “ajuijn” en een korf aardappelen.
Elisabeth Hameleers zou haar echtgenoot nog zeven jaar overleven. Op 19 oktober 1794 vond haar uitvaart plaats in de Sint Nicolaaskerk, gelegen links van de Onze Lieve Vrouwekerk. Op dat moment was Maastricht volledig van de buitenwereld afgesloten door het Franse beleg. Ruim twee weken later moest Maastricht capituleren.
Anna Nelissen was achtenzestig jaar oud toen ze op 10 februari 1807 bij haar huis op de Weert (Sint Pieter) in de Maas terechtkwam en verdronk. Uiteindelijk werd zij in Geulle uit de Maas gehaald. Op 24 maart 1807, anderhalve maand na haar verdrinking, werd zij in Geulle begraven. In 1779 was Anna in het huwelijk getreden met Herman Gorren.
