Doorgaan naar artikel

Het eerste vlammetje van Minckelers

Het standbeeld van Minckelers, gefotografeerd in 1926. Beeld: beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Inhoudsopgave

De vlam van Jan Pieter Minckelers is weer onderwerp van gesprek. Deze week werd bekend dat de iconische vlam op de Markt definitief niet meer op gas zal branden. Daarmee staat het bekende standbeeld opnieuw in de schijnwerpers. In 1903-1904 was het ontwerp en de locatie van het standbeeld een ‘hot topic’ in de Maastrichtse gemeenteraad. De kranten uit die periode geven meer inzicht.

De beeldhouwer Bart van Hove (1850-1914) in zijn atelier, gefotografeerd door Sigmond Löw in 1903. Van Hove maakte het ontwerp voor het standbeeld van Minckelers. Beeld: Rijksmuseum

Minckelers op het Onze Lieve Vrouweplein
Op 4 maart 1904 hakte de Maastrichtse gemeenteraad eindelijk de knoop door over de locatie van het standbeeld van Minckelers. Aan die beslissing was een lange discussie voorafgegaan. De ene na de andere plek was voorgesteld: aan de achterzijde van het stadhuis, vóór het stadhuis aan de kant van de Grote Gracht, en zelfs de Vischmarkt, bij de ingang van de Boschstraat. Een groep van 94 bewoners van het Onze Lieve Vrouweplein en omliggende straten had bovendien een schriftelijk verzoek ingediend om het standbeeld te plaatsen op het Onze Lieve Vrouweplein. Volgens die bewoners zou het standbeeld op hun plein het meest tot zijn recht komen. Bovendien zou de plaatsing van een standbeeld op het Onze Lieve Vrouweplein volgens de verzoekers een aanzienlijke verbetering van het plein betekenen. De uitstraling van het Onze Lieve Vrouweplein was in die tijd blijkbaar redelijk erbarmelijk.

Het Onze Lieve Vrouweplein 1893. Beeld: beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De voorkeur van burgemeester Bauduin
Raadslid Schaepkens en burgemeester Bauduin voelden helemaal niets voor het ‘OLV plan’. Zij waren allebei grote voorstander van de Vischmarkt. Schaepkens verwees hierbij naar het bezoek van koningin Wilhelmina aan Maastricht in 1903. Toen was op de Vischmarkt een paviljoentje geplaatst dat een bijzonder leuk effect had gegeven. Uiteindelijk werd met een overweldigende meerderheid door de gemeenteraad besloten om Minckelers te vereeuwigen op de Vischmarkt. De doorslag was geweest dat het op die locatie veel gemakkelijker zou zijn om rondom het standbeeld een ‘staketsel’ en een klein plantsoentje aan te leggen. Een maand na de definitieve vaststelling van de locatie, nam de gemeenteraad het voorstel aan om een hek te plaatsen nadat het standbeeld geplaatst zou zijn. De kosten van de aanleg van dit hek waren vastgesteld op 2.900 gulden.

De onthulling van het standbeeld van Minckelers op 10 juli 1904. Beeld: Public Domain, Wikimedia Commons

Victor de Stuers als adviseur
Het ontwerp voor het standbeeld werd op 28 april 1903 vastgesteld tijdens een bijeenkomst van de commissie die speciaal voor dit eerbetoon aan Minckelers in het leven was geroepen. De erevoorzitter van die commissie was de toenmalige commissaris van de van koningin in Limburg, jonkheer Charles Ruijs de Beerenbrouck. Aan de commissie werd onder meer gepresenteerd een geboetseerd beeld dat ontworpen was door de Amsterdamse beeldhouwer Bart van Hove. Jonkheer Victor de Stuers, lid van de Tweede Kamer, had Van Hove geadviseerd bij het maken van het ontwerp.

Aan Van Hove werd de opdracht gegund voor een bedrag van 10.000 gulden. De voorstelling zou zijn dat de rechterhand van Minckelers zou wijzen naar een geweerloop in de linkerhand. Het uiteinde van die, inmiddels verdwenen, geweerloop zou komen te rusten in een fourneau. En toen werd het interessant, want het boveneind van die geweerloop zou een ‘vlammetje’ dragen. Wat werd daarmee bedoeld? Een door de beeldhouwer gemaakt vlammetje? Of wellicht een echt vlammetje van vuur?

Deze tekening werd op 18 december 1948 in het Limburgsch Dagblad geplaatst. Het zou een (serieus?) ontwerp zijn dat aan de gemeenteraad was voorgelegd.

Een kwajongensstreek
Afgaande op diverse krantenberichten wist schrijver, dichter en regisseur Fons Olterdissen Maastricht een blamage te besparen tijdens de onthulling van het standbeeld op 10 juli 1904. Twee Maastrichtse kwajongens, ‘de Bok van Noorden en zijn vriend Vrijdal’, waren de nacht voor de onthulling onder het witte laken dat over het beeld hing gekropen. Op het hoofd van Minckelers hadden zij een emmer geplaatst. Aan zijn ‘gaspijp’ hadden zij een ‘bössel poor’ gebonden. Olterdissen woonde aan de Markt 24, waar nu FM Kaffee is gevestigd. Hij ontdekte de kwajongensstreek op tijd en verwijderde de emmer en de ‘bössel poor’.

Helemaal links op de foto, naast ‘de gaaspiep’, is het huis met het adres Markt 24 te zien. Hier woonde Fons Olterdissen. Beeld: beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Laatste Nieuws

Ons nieuws is en blijft altijd gratis als je je inschrijft voor de gratis nieuwsbrief

Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw

Bedankt voor uw aanmelding. Controleer uw e-mail om de inschrijving af te ronden