Inhoudsopgave
Een dag na de voor de VVD publicitair nogal pijnlijk verlopen vergadering over Intratuin, gebruiken de liberalen hun eigen website in een poging alsnog hun gelijk te halen, waar dat in de vergaderzaal niet lukte.
Even terug naar woensdagavond. In de raad werd de VVD fel aangevallen: "Ik moet weer constateren dat u de stukken niet heeft gelezen", zei fractievoorzitter Gabriëlle Heine van het CDA. Ook PvdA'er Henri Borgignons schoot uit zijn slof. "Praat u wel eens met de horecaondernemers in de binnenstad?", vroeg hij zich boos af.
In de kwestie Intratuin was de VVD tegen verruiming van de horeca, net als de linkse SP en GroenLinks.
Wie komt er nog op voor de andere ondernemers van Maastricht? Met die openingskop zet de VVD Maastricht meteen de toon in haar brief over Intratuin. Alsof de partijen die uitbreiding mogelijk willen maken de andere ondernemers vergeten. Dat is een forse uithaal.
Wie de brief van burgerraadslid Coen Hacking en fractievoorzitter Siem Verkoijen leest, ziet vooral hoe de VVD haar betoog in de vergadering meer en beter wil onderbouwen.
Mogelijke concurrentie wordt weer gebruikt om bestaande beperkingen voor Intratuin te verdedigen. De partij waarvan je verwacht dat die pal staat voor ondernemerschap, bouwt haar betoog op rond de angst dat ondernemers daadwerkelijk gaan ondernemen.
'Ondernemerschap verdient ruimte', begint de VVD. 'Dat geldt voor Intratuin, maar ook voor de honderden andere ondernemers in Maastricht. Vooral voor ondernemers die door nieuwe ontwikkelingen onder druk kunnen komen te staan', schrijven de liberalen.
Klinkt sympathiek. Maar 'onder druk kunnen komen te staan' geeft zelf al aan dat de VVD dat wel roept, maar geen bewijs kan leveren. Het zou kunnen, het zou evengoed niet kunnen.
Juist tegenover de uitspraak van Henri Borgignons is dat wel erg mager. Die hield de VVD voor: "Spreken jullie wel eens met horecaondernemers? Die gaan niet één kopje koffie minder verkopen door uitbreiding van de horeca bij Intratuin." Dan verwacht je van de VVD toch iets meer motivering.
Daarvoor grijpt de partij terug op haar vertrouwde verhaal over de binnenstad. Het goudklompje van Maastricht. Horeca zorgt voor banen, levendigheid en ontmoeting. Winkels en horeca versterken elkaar. Allemaal waar, maar daarmee hoeft de binnenstad nog niet beschermd te worden tegen iedere extra kop koffie die buiten het centrum wordt geserveerd.
En dan komt een valse redenering: als horeca verdwijnt, wordt een winkelgebied minder aantrekkelijk. Zeker. Alleen: wie heeft aangetoond dat er horeca verdwijnt doordat Intratuin zijn binnenterras uitbreidt? Precies die stap slaat de VVD over en daarom is de redenering vals. Eerst wordt mogelijke concurrentie opgevoerd als bedreiging, even later gaat het al over verdwijnende horecazaken en winkelgebieden die hun aantrekkingskracht verliezen. Zo wordt een onbewezen vermoeden rap opgeblazen tot een rampscenario.
Vooral de vergelijking met de binnenstad miskent wat mensen daar zoeken. Een lunch tijdens een bezoek aan een tuincentrum is een andere ervaring dan een terras op het Onze Lieve Vrouweplein, een restaurantavond in Wyck of een cafébezoek in de late uurtjes. Sfeer, bediening, culinair aanbod, omgeving en bezoekmotief verschillen.
Wie doet alsof de Maastrichtse horeca zonder meer inwisselbaar is voor het tuincafé van Intratuin, doet die horeca in de binnenstad ernstig tekort. Dat is in de woorden van Gabriëlle Heine van woensdagavond zelfs "een belediging". De VVD zegt ook daar niets over.
Gemeenschapshuizen
Daarna verbreedt de VVD haar verhaal naar restaurants, cafés en lunchrooms buiten het centrum. Ook zij investeren, bieden werk en vervullen een maatschappelijke functie. Terecht. Maar opnieuw ontbreekt de concrete verbinding tussen hun voortbestaan en die extra ruimte bij Intratuin. Dat mensen elkaar op verschillende plaatsen kunnen ontmoeten, maakt die plaatsen nog niet automatisch inwisselbaar.
Bij de gemeenschapshuizen krijgt het betoog een merkwaardige ideologische draai. Maastricht heeft daarin geïnvesteerd, hun exploitatie is kwetsbaar en daarom zou nieuwe horecaconcurrentie tegenstrijdig zijn.
Een gemeenschapshuis verdient volgens de VVD steun vanwege zijn publieke functie: verenigingsleven, buurtactiviteiten en toegankelijke ontmoeting. Maar gemeentelijke investeringen kunnen natuurlijk geen vanzelfsprekend argument zijn om commerciële ondernemers klein te houden. Waar horeca-activiteiten van gesubsidieerde gemeenschapshuizen met commerciële zaken concurreren, moet de VVD juist kunnen uitleggen hoe zij een gelijk speelveld bewaakt.
Hier verdedigt een liberale partij dus de afscherming van met publiek geld ondersteunde voorzieningen tegen een ondernemer die zelf wil investeren. Dat klinkt eerder als een pleidooi voor overheidsbescherming dan voor ondernemerschap.
De maatschappelijke waarde van Intratuin zelf blijft ondertussen buiten beeld, hoewel in het debat nadrukkelijk aandacht was voor ouderen, mensen met een beperking en bezoekers van de Zonnebloem en Maasveld. Groepen die vaak fysiek niet terecht kunnen in de binnenstad.
Belvédère
'Vandaag Intratuin, morgen Belvédère', luidt een volgende tussenkop. Retailpark Belvédère dient als afschrikwekkend voorbeeld. De feiten: daar staan twee bouwmarkten en een paar woonwinkels. Wie planken en schroeven gaat halen, wil doorgaans naar huis om te klussen. Dan heb je geen tijd en zin voor koffie en vlaai tussen de stoffige stellingen met zakken Knauf-gips.
Een doelgerichte aankoop is een ander bezoek dan uitgebreid rondlopen tussen kerstpresentaties bij Intratuin. Een broodje na het kopen van een bank is evenmin automatisch een vervanging voor een middag in de binnenstad.
De VVD schrijft vervolgens dat grote restaurants kunnen ontstaan 'wanneer' het onderscheid tussen ondersteunende en zelfstandige horeca vervaagt. Precies dat woord is cruciaal. Dat onderscheid hóéft niet te vervagen. In nieuw beleid kunnen grenzen worden gesteld aan omvang, gebruik en de relatie met de winkel. Dat geldt ook voor Intratuin straks. Alleen open tijdens openingstijden en geen eigen ingang zullen er bijvoorbeeld twee zijn. Geen reclame voor de horeca aan de buitenkant van de zaak kan een andere regel zijn.
De VVD presenteert een mogelijk slecht begrensde regeling als argument tegen verruiming, terwijl zij ook voor een goed begrensde regeling kan pleiten.
Vervolgens erkent de VVD dat ruimere mogelijkheden worden overwogen voor alle vergelijkbare ondernemingen. Dat is een wezenlijke passage. De discussie gaat dus verder dan één ondernemer een uitzondering gunnen. Er wordt juist gezocht naar algemene regels, waarmee ook andere ondernemers uit de voeten kunnen.
De partij maakt daar echter meteen een nieuw bezwaar van: 'dan wordt het risico groter'. Eerst moet iedereen worden meegewogen. Als vervolgens ruimere regels voor vergelijkbare bedrijven worden gesteld, is dát weer het probleem. Zo dreigt het gelijke speelveld vooral een speelveld te worden waarop niemand meer bewegingsruimte krijgt.
Concurrentie
In het slot erkent de VVD dat concurrentie bij een gezonde economie hoort. 'Daar staat vervolgens tegenover dat bestaande ondernemers al jarenlang investeren.' Maar eerdere investeringen geven geen blijvend recht op bescherming tegen nieuwe ontwikkelingen. Ook Intratuin is een bestaande onderneming. Ook daar werken mensen en is geïnvesteerd. De tegenstelling tussen een groeiende ondernemer en gevestigde ondernemers is dus volkomen kunstmatig.
De brief eindigt met de gedachte dat wie 'werkelijk' voor ondernemers opkomt, ook kijkt naar degenen die ruimte dreigen te verliezen. Daarmee keren Hacking en Verkoijen terug naar hun openingssuggestie: de andere partijen zouden hun werk niet goed doen.
Intratuin is binnen de coalitie een vrije kwestie. De VVD mag dus een ander standpunt innemen. Maar zij kiest ervoor coalitiegenoten die een oplossing zoeken neer te zetten als partijen met onvoldoende oog voor andere ondernemers. Daarmee maakt zij de inhoudelijke botsing groter en de samenwerking moeilijker.
Wie een plek in een coalitie wil behouden, moet meer kunnen dan oude bezwaren herhalen en collega's de maat nemen. De vraag is niet of de VVD tegen mág zijn. De vraag is wat zij nog bijdraagt aan oplossingen, zoals raadslid Johan Pas namens D66 verwacht als inzet van de lokale politiek.



Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.

