Inhoudsopgave
De inkt van het coalitie-akkoord in Maastricht zal met dit warme weer wel net droog zijn. Dat akkoord dat inzet op groei, groei, groei naar 140.000 inwoners. 5000 woningen erbij. In de eerste raadsvergadering werd dat beleid al met hand en tand verdedigd tegen een kritische oppositie. De PvdA, coalitiepartij, komt nu al met 'kritische' vragen over de woningbouwplannen van de stad. Vragensteller Henri Borgignons ontkent dat hij het coalitie-akkoord al is vergeten.
In de Omgevingsvisie 2040 werd het al opgeschreven: Maastricht moet groeien naar 140.000 inwoners. Voormalig wethouder Frans Bastiaens hamerde er dit jaar stevig op: we hebben die groei nodig voor brede welvaart. De stad kocht voor de hoofdprijs Limmel aan de Maas om echt iets te kunnen doen aan woningnood. De stad is trotse partner van Grand MSTRG waarin 8000 woningen zijn gepland langs het spoor. En dan was er nog het coalitie-akkoord, waarin 140.000 inwoners bereiken in 2040 tot hét speerpunt werd uitgeroepen voor de komende jaren. Een visie die ook sterk leunt op een recent duimendik rapport van bureau Stec naar de woningbehoefte in Maastricht.
En dan zijn daar ineens kritische vragen van raadslid Henri Borgignons van de PvdA aan het nieuwe college over de vraag hoeveel woningen Maastricht daadwerkelijk nodig heeft.
Opmerkelijk: de PvdA heeft volledig ingestemd met de Omgevingsvisie 2040, met het coalitieakkoord, met de ambitie om vijfduizend woningen erbij te bouwen en met de gedroomde groei naar 140.000 inwoners. Het rapport van bureau Stec naar de woningbehoefte is onderlegger voor dat beleid.
Borgignons wil weten welke woningtypen prioriteit krijgen en of eerst wordt ingezet op hergebruik van leegstaande gebouwen, verdichting en bouwen binnen de bestaande stad. Borgignons: "Daarbij moet vooral aandacht blijven voor sociale huur, betaalbare koopwoningen en geschikte woningen voor starters en ouderen." Wat dat laatste betreft: juist de coalitie wil heel bewust betaalbaar bouwen loslaten, als projecten daardoor financieel makkelijker rond te rekenen zijn voor ontwikkelaars. Dus liever duurder bouwen en mensen laten doorstromen naar die duurdere woningen, dan meteen gericht bouwen voor een smalle beurs, zoals Borgignons nu wil.
Borgignons is gevraagd om een reactie, of hij de coalitie-afspraken nu al is vergeten?
Borgignons: "Nee, dat ben ik zeker niet vergeten. De PvdA Maastricht staat achter de ambitie om Maastricht evenwichtig te laten groeien naar meer dan 140.000 inwoners in 2040. Daar hebben wij onze handtekening onder gezet en daar lopen we ook niet voor weg. Onze vragen zijn juist bedoeld om helder te krijgen hoe het college deze ambitie concreet en verantwoord wil realiseren. Hoeveel woningen zijn daarvoor nodig, hoe verhoudt dat zich tot de harde en zachte plancapaciteit en welke woningen worden gebouwd voor starters, ouderen en mensen met een lager of middeninkomen?"
Borgignons: "Ook vragen we hoe Maastricht omgaat met de provinciale zorgen over mogelijke overcapaciteit, leegstand en het onnodig gebruiken van groene en agrarische ruimte. Dat is wat ons betreft geen tegenstelling, maar onderdeel van zorgvuldig bestuur. Juist bij een ambitieus groeipad moet je regelmatig toetsen of de plannen nog aansluiten bij de feitelijke ontwikkeling van het aantal inwoners, huishoudens en de woningbehoefte."
De fractie van PvdA Maastricht stelt de volgende vragen:
Heeft het college kennisgenomen van de provinciale zorgen over de omvang van de gemeentelijke woningbouwambities in verhouding tot de verwachte bevolkings- en huishoudensgroei?
Hoeveel extra woningen zijn volgens het college nodig om deze groeiambitie te realiseren en hoe verhoudt dit aantal zich tot de huidige harde en zachte plancapaciteit van Maastricht?
Kan het college aangeven welk gedeelte van de woningbouwplanning is gebaseerd op de autonome woningbehoefte van Maastricht en welk gedeelte op de ambitie om nieuwe inwoners, studenten en werknemers aan de stad te binden?
Hoe voorkomt het college dat een ruime plancapaciteit op termijn leidt tot een overschot aan bepaalde woningtypen, terwijl tegelijkertijd tekorten blijven bestaan aan sociale huurwoningen, betaalbare koopwoningen en geschikte woningen voor ouderen en starters?
Welke criteria gebruikt het college om woningbouwprojecten te prioriteren wanneer de provincie strakker gaat sturen op aantallen, locaties en regionale behoefte?
Kan het college bevestigen dat eerst wordt ingezet op bouwen binnen de bestaande stad, transformatie van leegstaande gebouwen, woningsplitsing en verdichting voordat groene of agrarische gronden worden ingezet?
Zijn er momenteel Maastrichtse woningbouwplannen die geheel of gedeeltelijk buiten het bestaande stedelijke gebied liggen? Zo ja, om welke locaties en aantallen woningen gaat het?
Welke gevolgen verwacht het college van strengere provinciale regie voor de Maastrichtse woningbouwambities en voor concrete projecten die momenteel in voorbereiding zijn?
Is het college bereid de raad periodiek te informeren over de ontwikkeling van de bevolking, huishoudens, woningbehoefte, plancapaciteit en daadwerkelijk gerealiseerde woningen, uitgesplitst naar sociale huur, middenhuur, betaalbare koop en overige woningen?















