Inhoudsopgave
Een vrouw uit het werkgebied van de Maastrichtse kantonrechter die zichzelf beschouwt als ‘soeverein’ of ‘autonoom burger’, moet alsnog haar achterstallige zorgpremie aan CZ betalen. Haar tegenvordering van 100.000 euro is door de rechter afgewezen.
De vrouw had de premies over januari en februari 2024, in totaal 282 euro, niet betaald. Ze stelde dat ze zelf nooit een overeenkomst met CZ had gesloten. De zorgverzekering was in 2021 via een tussenpersoon aangevraagd en het aanmeldingsformulier was niet door haarzelf ingevuld.
Volgens de kantonrechter betekent dat niet dat er geen geldige verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen. CZ overlegde zowel het aanmeldingsformulier als het polisblad voor 2024. Beide documenten stonden op naam van de vrouw en droegen hetzelfde relatienummer.
Soeverein burger
Uit de stukken maakt de rechter op dat de vrouw zichzelf al geruime tijd aanduidt als ‘soeverein’ of ‘autonoom burger’. Mensen die zich soeverein verklaren, vinden doorgaans dat zij zelf kunnen bepalen welke wetten en verplichtingen van de overheid zij erkennen. Die zelfverklaarde status heeft in het Nederlandse recht echter geen betekenis. Iemand kan zich door zichzelf soeverein te noemen niet aan wettelijke verplichtingen onttrekken.
Iedereen die in Nederland woont of werkt, is in beginsel verplicht een zorgverzekering af te sluiten. Alleen mensen die vanwege principiële geloofs- of levensovertuiging officieel als gemoedsbezwaarde zijn erkend, kunnen daarvan worden vrijgesteld. Die erkenning moet worden verleend door de Sociale Verzekeringsbank.
De vrouw heeft volgens de rechter niet aangetoond dat ze als gemoedsbezwaarde is erkend. Ook zijn er geen bewijzen dat ze in plaats van zorgpremie een vervangende belasting aan het CAK betaalt. De verzekeringsplicht geldt daarom ook voor haar.
Geen handtekening nodig
De kantonrechter wijst er bovendien op dat het CAK namens iemand een zorgverzekering kan afsluiten wanneer die persoon ondanks de wettelijke verplichting onverzekerd blijft. Daarvoor is geen toestemming, machtiging of handtekening nodig.
Het is niet de eerste rechtszaak tussen CZ en de vrouw. In augustus 2024 bepaalde de Maastrichtse kantonrechter al dat ze 689 euro aan achterstallige premies moest betalen.
Ook ditmaal krijgt CZ gelijk. De vrouw moet de twee openstaande premies van samen 282 euro betalen. Daar komen 509,52 euro aan proceskosten bij. Daarmee loopt het totaalbedrag op tot 791,52 euro. Eventuele kosten voor de betekening van het vonnis kunnen daar nog bijkomen.
De vrouw eiste op haar beurt 100.000 euro van CZ, voornamelijk als immateriële schadevergoeding. Die tegenvordering werd afgewezen. Volgens de rechter was de eis te laat gewijzigd en voldeed die bovendien niet aan de voorwaarden voor toekenning van een schadevergoeding.

Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.