Inhoudsopgave
Toen Maria Cornelia Rondas in 1848 trouwde met soldaat Peter Peters, leek zij een nieuw leven te beginnen. Wat haar echtgenoot mogelijk niet wist, was dat zij enkele jaren eerder als publieke vrouw stond geregistreerd in Maastricht.
Op 28 december 1848 verschenen de eenendertigjarige soldaat Peter Peters en de vierendertigjarige broodverkoopster Maria Cornelia Rondas voor de Maastrichtse ambtenaar van de burgerlijke stand. Die dag traden zij met elkaar in het huwelijk. Bij die gelegenheid erkende de bruidegom het achtjarige dochtertje van de bruid, Catharina Rondas, als zijn dochter. Vanaf dat moment zou het meisje door het leven gaan onder de familienaam Peters. De kans dat de in het Gelderse Huissen geboren Peter ook daadwerkelijk haar biologische vader was, is echter zeer klein. In die tijd was het namelijk niet ongebruikelijk dat een bruidegom een buitenechtelijk kind van zijn bruid erkende.
Een geboorte in Wolder
Toen Maria Cornelia op 28 november 1840 van haar dochter Catharina beviel, woonde zij nog bij haar moeder Maria Catharina Moers in Wolder, gelegen in de gemeente Oud-Vroenhoven. Haar vader Theodoor Rondas was bijna drie jaar eerder overleden. Maria Cornelia zou later nog een tweede buitenechtelijk kind krijgen. Op 22 juli 1847, bijna anderhalf jaar vóór haar huwelijk, beviel Maria Cornelia opnieuw van een buitenechtelijk kind. Wederom betrof het een meisje. Dit dochtertje, dat Maria werd genoemd, leefde echter nog geen zes weken. Maria Cornelia Rondas was in die periode woonachtig op het adres Jekerstraat 272 volgens de toenmalige huisnummering, tegenwoordig huisnummer 17.
Een ambulante publieke vrouw
In het Historisch Centrum Limburg (HCL) berust het archief van de gemeentepolitie van Maastricht. Tot dit archief behoren vier registers uit de jaren 1838, 1840, 1844 en 1850. In deze registers zijn de publieke vrouwen geregistreerd die in die jaren actief waren in Maastricht. In het register van 1844 trof ik onder de rubriek "ambulante publieke vrouwen" de naam "Cornelia Rondas" aan. Volgens het register arriveerde zij op 21 augustus 1844 in Maastricht. Ook haar leeftijd en geboorteplaats werden genoteerd. Zij was dertig jaar oud en geboren in Vroenhoven.

De leeftijd en geboorteplaats kwamen exact overeen met die van Maria Cornelia Rondas, die op 25 maart 1814 in de gemeente Vroenhoven werd geboren. Het kon daarom nauwelijks iemand anders zijn. Deze ontdekking had bovendien een persoonlijk tintje. Maria Cornelia was namelijk een dertien jaar jongere zus van Maria Catharina Rondas, een van de betovergrootmoeders van mijn vader. Maria Catharina was gehuwd met de herbergier en landbouwer Johannes Jacobus van den Boorn.
Hoe lang Maria Cornelia Rondas als publieke vrouw werkzaam is geweest in Maastricht heb ik niet kunnen achterhalen. Onbekend is of haar tweede buitenechtelijke kind, geboren in 1847, werd verwekt door een van haar klanten, of dat zij toen al afstand had genomen van dat milieu. In de geboorteakte van haar in 1847 geboren dochter werd vermeld dat zij “groenvrouw” was. Zij verdiende haar inkomen dus met de verkoop van groenten op de markt.
Bergen op Zoom en Breskens
Na haar huwelijk met Peter Peters woonde Maria Cornelia achtereenvolgens in verschillende plaatsen in Nederland. Als militair lag Peter namelijk telkens weer anders in garnizoen. In 1850 kreeg het echtpaar in Bergen op Zoom een kind. In 1854 woonde het militaire gezin in Breskens, waar opnieuw een kind werd geboren. Peter en Maria Cornelia zouden uiteindelijk allebei in Maastricht overlijden. Toen Peter op 10 augustus 1877 op zestigjarige leeftijd overleed, was hij korporaal bij het tweede regiment infanterie. Hij woonde toen met zijn gezin in de kazerne op de Kommel. Maria Cornelia zou haar echtgenoot nog ruim twee jaar overleven. Zij overleed op 3 december 1879. De ambtenaar van de burgerlijke stand noteerde dat ze werkvrouw van beroep was. Haar oudste dochter, de in 1848 door Peter Peters erkende Catharina, was toen al twintig jaar getrouwd. Net als haar moeder huwde zij een militair. Op 16 april 1859 trouwde zij op achttienjarige leeftijd in ’s-Hertogenbosch met de zesentwintigjarige, in Delft geboren, Hugo Gruter.
De weduwe Labrouche
Waarom Maria Cornelia uiteindelijk in de prostitutie terechtkwam, is onbekend. Mogelijk speelden haar ongehuwde moederschap en haar persoonlijke omstandigheden daarbij een rol, maar daarvoor ontbreken concrete bronnen. De eerder genoemde vier registers van publieke vrouwen in Maastricht vormen een zeer interessant archiefonderdeel van het Historisch Centrum Limburg (HCL). De registers geven niet alleen inzicht in individuele vrouwen zoals Maria Cornelia Rondas, maar ook in de organisatie van de Maastrichtse prostitutie in de eerste helft van de negentiende eeuw. Maria Cornelia Rondas werd geregistreerd als ambulante publieke vrouw. Anders dan veel andere publieke vrouwen was zij niet gekoppeld aan een vaste verblijfplaats in de stad. In 1844 bood de weduwe van Jean Baptiste Labrouche, woonachtig in de Drie Emmerstraat, aan maar liefst zes publieke vrouwen een vast onderdak. Dit waren Marie Crahay, Maria Elisabeth Goffin, Maria Polis, Geertruid Simons, Elisabeth Mohren en Jeannette Weyers. Elke maand moesten de Maastrichtse publieke vrouwen een verplicht medisch onderzoek laten verrichten. Ook dit werd keurig genoteerd in de registers. Per 1 december 1844 stopte de weduwe Labrouche met haar activiteiten. De Drie Emmerstraat bestaat overigens niet meer. Deze straat verdween bij de aanleg van de Wilhelminabrug.

De weduwe Labrouche, die een bordeel hield in de Drie Emmerstraat, kon ik identificeren als de in Maastricht geboren Maria Angelina Pirlet. Zij overleed op tachtigjarige leeftijd op 31 mei 1854. Zij woonde toen in de Raamstraat en verdiende de kost als breister. Dankzij de bewaard gebleven registers van publieke vrouwen krijgen we vandaag niet alleen zicht op vrouwen als Maria Cornelia Rondas, maar ook op de vaak verborgen wereld van de Maastrichtse prostitutie in de negentiende eeuw.
