Inhoudsopgave
De Maastrichtse oppositiepartijen SAB en 50PLUS zetten vraagtekens bij de informatie die de gemeenteraad voorafgaand aan de besluitvorming over Vroendaal heeft gekregen.
Volgens de partijen schetste het college tijdens de behandeling van het omgevingsplan een positief beeld van de haalbaarheid van de nog benodigde provinciale grondwatervergunning. De provincie had de aanvraag echter nog niet beoordeeld, zo ontdekten ze later. Sterker nog: de provincie had juist gewezen op de strenge voorwaarden die gelden voor werkzaamheden in het grondwaterbeschermingsgebied. Die waarschuwing kreeg de raad niet te horen.
De gemeenteraad stemde op 16 juni in met het omgevingsplan voor Vroendaal. Voor de uitvoering van het project is echter ook een provinciale grondwatervergunning nodig, omdat het gebied binnen een beschermd grondwatergebied ligt.
Uit recente antwoorden van Gedeputeerde Staten op vragen van de Limburgse 50PLUS-fractie blijkt volgens SAB en 50PLUS Maastricht dat de provincie op dat moment nog helemaal geen inhoudelijk oordeel over de vergunning had gegeven. De aanvraag bevond zich volgens GS slechts in de fase waarin werd gecontroleerd of deze volledig was.
Daarnaast schrijft de provincie dat de gemeente Maastricht al op 17 maart ambtelijk was gewezen op de strenge voorwaarden die gelden voor werkzaamheden in het 'freatische' grondwaterbeschermingsgebied. Een vergunning kan uitsluitend worden verleend wanneer wordt aangetoond dat de werkzaamheden geen extra risico vormen voor de kwaliteit van het grondwater. Gedeputeerde Staten benadrukken bovendien dat nooit een formele of informele toezegging is gedaan dat de vergunning zou worden verleend.
Volgens SAB en 50PLUS staat die provinciale lezing op gespannen voet met de wijze waarop de vergunning tijdens het gemeentelijke besluitvormingstraject is gepresenteerd.

De partijen wijzen onder meer op een locatiebezoek op 29 mei, waarbij volgens aanwezigen door een ambtenaar van de gemeente werd gezegd dat het "100 procent zeker" was dat de provincie de vergunning zou afgeven. Oud-wethouder Frans Bastiaens was bij dat bezoek. Hij laat aan De Nieuwe Ster weten zich niet te herkennen in die uitspraak. "Ik kan mij ook niet voorstellen dat ik deze heb gedaan. Het betrof immers een provinciale grondwatervergunning. Ik beschik niet over de inhoudelijke kennis en ook niet over de bevoegdheid om uitspraken te doen over de vraag of een dergelijke vergunning al dan niet zou worden verleend."
SAB-burgerraadslid Paul van de Kandelaar zegt dat hij tijdens de rondleiding expliciet naar de grondwatervergunning vroeg. "De ambtenaar antwoordde dat het honderd procent zeker was dat de vergunning zou worden verstrekt." Volgens Van de Kandelaar hebben raadslid Jo Smeets en burgerraadslid Willy Bronckers inmiddels bevestigd dat ook zij zich die uitspraak herinneren.
Voor SAB en 50PLUS is vooral van belang dat de gemeenteraad volgens hen niet volledig is geïnformeerd voordat zij een definitief besluit nam. De partijen willen weten waarom de waarschuwing van de provincie van 17 maart niet expliciet met de raad is gedeeld en waarop het college zijn vertrouwen baseerde dat de vergunning zou worden verleend.
Ook vragen zij zich af of het bestuurlijk zorgvuldig was om het omgevingsplan al vast te stellen, terwijl de provincie nog geen inhoudelijke beoordeling van de vergunning had uitgevoerd. Verder willen zij weten wat de gevolgen zijn voor het gemeentelijke besluit als de provincie de vergunning uiteindelijk weigert.


