Inhoudsopgave
De werkzaamheden van ambtenaren, laat daar geen misverstand over bestaan, worden uitgevoerd, namens hun politieke leiders. In Maastricht zijn dat in de dagelijkse praktijk de wethouder en uiteindelijk de gemeenteraad. Ambtenaren kunnen zich niet verweren tegen kritiek. De wethouder, die formeel verantwoordelijk wordt gesteld voor het handelen van zijn ambtenaren, mag daarover worden aangesproken.
Het niet met naam- en toenaam noemen van ambtenaren is niet alleen een ongeschreven regel in de media, maar staat ook genoemd in de gedragsregels die de gemeenteraad onderling heeft afgesproken. Maar er zijn ambtenaren en ambtenaren. Het komt wel eens voor dat een ambtenaar, ook in De Nieuwe Ster, met naam genoemd wordt. Denk bijvoorbeeld aan woordvoerders of gemeentelijke directeuren. Toch is er wel enige terughoudendheid met het noemen van namen van ambtenaren. Overigens volledig terecht.
Problematischer wordt het als één specifieke ambtenaar verantwoordelijk is voor een dossier en/of deze ambtenaar ook nog eens een hele specifieke functie heeft.
Pak het "Omgevingsplan woningbouw Vroendaal". Dit dossier omvat al een stuk of vijftig documenten en met even spitten vinden politieke partijen hier en daar nog een stuk dat "vergeten" is. Dat stukken "vergeten" zijn - al dan niet met opzet - is een van de feiten die benoemd werden in het vorige week besproken rapport Berenschot en dus heel actueel tijdens de raadsvergadering van afgelopen dinsdagavond. Daarnaast wordt in het rapport Berenschot ook aandacht gevraagd voor het feit dat ambtenaren wellicht wel eens druk voelen van bovenaf
Dat is in een notendop de aanleiding van (de kritiek op) een bijdrage van Jos Gorren van SAB dinsdagavond in de raad. Het burgerlid Paul van de Kandelaar had een Woo-verzoek uit 2024 gevonden dat niet in de stukken rond Vroendaal was opgevoerd.
Saillant in dit Woo-verzoek is dat daarin een stuk communicatie tussen twee ambtenaren wordt getoond waaruit blijkt dat deze ambtenaren elkaar adviseren om bepaalde zaken geen aandacht te geven. Zo schrijft een ambtenaar bijvoorbeeld als het gaat over het in gesprek gaan met een werkgroep van de bewoners in Vroendaal: "(..) ik betwijfel of dat een goed idee is. Ze krijgen daarmee wellicht gratis munitie voor hun zienswijze/bezwaar en bovendien ligt er zoals bekend nog geen ontvankelijke aanvraag." De namen van de betrokken ambtenaren zijn in het Woo-verzoek, zoals ook verplicht, onleesbaar.
Dit Woo-verzoek is een feitenrelaas. Niet meer en niet minder en desgewenst door iedereen opvraagbaar. Bovendien, als ambtenaren iets doen wat consequenties heeft, eventueel buiten hun wethouder om, mag dat best aan de kaak worden gesteld. Ambtenaren verdienen enige bescherming, maar ze zijn niet van glas.
Op het moment dat Jos Gorren dit stuk bespreekt, zonder een naam van een ambtenaar te noemen of zonder de wethouder Frans Bastiaens te beschuldigen van het achterhouden van informatie, reageren sommige partijen, met Jules Ortjens van VOLT en Jules Vaessen van de Partij voor de Dieren voorop, alsof ze door een wesp gestoken zijn. Men acht het, zeker na het recente rapport Berenschot, niet opportuun dat hier gesproken wordt over ambtenaren, want uit het rapport blijkt dat ambtenaren zich weleens "onder druk" gesteld kunnen voelen.
Jos Gorren verwerpt deze interrupties. Hij geeft aan dat hij gewoon een mogelijke omissie wilde aantonen en dat hij niemand beschuldigt, al helemaal niet wethouder Frans Bastiaens. Hij benoemt gewoon een feit afkomstig uit een Woo-verzoek. In een reactie geeft Frans Bastiaens overigens ook aan dat hij niet op de hoogte is van het bestaan van dit Woo-verzoek. Hij kan simpelweg ook niet alles lezen en/of weten.
De discussie over het wel/niet noemen van ambtenaren in een bijdrage van een gemeenteraadslid ging woensdagavond in het presidium, een vergadering uitsluitend bestemd voor de fractievoorzitters van de politieke partijen cq hun vervangers, nog even verder. VOLT en de PvdD blijven het ongehoord vinden dat er verwezen wordt naar ambtenaren. De griffie lijkt hun standpunt te onderschrijven. Er is immers niet voor niets een gedragscode. Een aantal partijen geeft aan dat het niet raar is als er geciteerd wordt uit een Woo-verzoek. Als daar gesproken wordt over een ambtenaar - die verder niet met naam genoemd wordt - , dan is dat een feit. Een feit dat iedereen mag benoemen ter waarheidsvinding. Tiny Meese van de Partij Veilig Maastricht wijst er verder nog wel eventjes op dat de gedragscode en/of ongeschreven regels anders ook wel vaker door de coalitie met voeten wordt getreden.
Een fel debat tussen de fractievoorzitters blijft in het presidium uit, temeer omdat burgemeester Wim Hillenaar, heel tactisch, de discussie afbreekt met de algemene opmerking dat hij alleen wil aangeven "aandacht dat ambtenaren zich niet kunnen verweren. Houdt daar rekening mee."
