Inhoudsopgave
De gemeente Maastricht krijgt de arbeidsovereenkomst met directeur Ronald Speld niet ontbonden. Volgens de kantonrechter heeft de gemeente onvoldoende gedaan om de verhoudingen te herstellen én onvoldoende onderzocht of Speld elders in de organisatie aan de slag kan. Speld had eerder gezegd dat de twee collega-directeuren hem hadden „laten vallen” en dat sprake was van „karaktermoord”.
Directeur Speld zit sinds december 2025 ziek thuis met een salaris van 12.000 euro bruto per maand en 17% Individueel Keuze Budget.
De kantonrechter in Maastricht heeft het verzoek van de gemeente om Spelds arbeidsovereenkomst te beëindigen afgewezen. De directeur van het domein Bedrijfsvoering en Dienstverlening zit al geruime tijd thuis. De gemeente vond dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam was verstoord. De rechter ziet dat anders: de gemeente heeft niet aangetoond dat voortzetting van het dienstverband onmogelijk is.
De uitspraak is op 8 oktober gedaan en op 16 oktober gepubliceerd.
Dossier ontbreekt
De rechter stelt vast dat er in het najaar van 2025 zorgen waren over de voortgang van de veranderopgave binnen Spelds domein. De toenmalige gemeentesecretaris sprak hem daarop aan. Van Speld werd onder meer verlangd dat hij meer prioriteiten stelde, verantwoordelijkheden lager in de organisatie belegde en met een gestructureerdere aanpak kwam.
Maar daarmee staat volgens de rechter niet vast dat Speld zijn functie niet goed vervulde. „Een dossier dat een dergelijke conclusie kan dragen, ontbreekt”, staat in de uitspraak. De gemeente beriep zich ook niet op disfunctioneren. De kritiek moet bovendien worden bezien tegen de achtergrond van „een buitengewoon ingewikkelde veranderopgave” en een gemeente „waar op dat moment veel aan de hand was”.
In december 2025 liep de verhouding binnen het directieteam verder vast. Speld stelde dat directeuren Marjo Hendriks en Karolien Leonard het vertrouwen in hem hadden opgezegd. Zij ontkenden dat en zeiden dat zij ernstige twijfels hadden uitgesproken over de vraag of hij zijn opdracht tot een goed einde kon brengen.
De rechter laat in het midden welke lezing precies klopt. Ook als de collega’s het vertrouwen niet letterlijk hebben opgezegd, kan hun kritiek volgens de kantonrechter „in zodanig scherpe bewoordingen” zijn geuit dat Speld daaruit begreep dat hij niet langer op hun steun kon rekenen. „Daarbij hoeven de letterlijke bewoordingen niet doorslaggevend te zijn.”
Venijn
De uitspraak beschrijft hoe de verhoudingen binnen het directieteam in korte tijd veranderden. Tijdens een lunch op 3 december hadden de directeuren volgens Speld, op uitdrukkelijk verzoek van de toenmalige gemeentesecretaris, nog uitgesproken dat zij vertrouwen in elkaar hadden. Enkele dagen later stelden Hendriks en Leonard zich opnieuw kritisch op.
„Hoe dat venijn in zo korte tijd vrij spel kon krijgen, is niet goed uit de verf gekomen”, schrijft de kantonrechter.
De rechter vindt dat de aanzet tot de tweespalt in elk geval bij de twee collega-directeuren lag, en „in mindere mate” ook bij een van hen afzonderlijk. De ontstane situatie was ernstig, maar daarmee was nog niet bewezen dat de arbeidsverhouding zó duurzaam verstoord was dat de gemeente het dienstverband mocht beëindigen.
Speld had in de procedure gesteld dat hij door de directeuren was „laten vallen” en dat sprake was van „karaktermoord”. Dat zijn zijn kwalificaties; de rechter stelt niet vast dat juridisch sprake is van karaktermoord. Wel oordeelt de kantonrechter dat het conflict niet los kan worden gezien van de manier waarop het is ontstaan en van wat de gemeente daarna heeft gedaan.
Partij
Juist op dat punt krijgt de gemeente stevige kritiek. De kantonrechter is er „niet van overtuigd geraakt dat de gemeente zich daarin voldoende van haar taak heeft gekweten”. De gemeente lijkt zich, mede door de wisseling van gemeentesecretaris, „vrij gemakkelijk te hebben aangesloten bij de positie van [de andere directeuren]”.
Van een zelfstandig onderzoek naar wat er precies was misgegaan en hoe de samenwerking kon worden hersteld, blijkt volgens de rechter weinig. Dat was extra van belang omdat de interim-gemeentesecretaris Speld niet uit eigen ervaring kende. „Juist in die situatie had van de gemeente een neutralere en actievere houding mogen worden verwacht.”
De gemeente wees erop dat mediation, die in februari begon, niets had opgeleverd. Maar de rechter kan niet vaststellen wie tijdens die gesprekken herstel heeft tegengehouden. Wat daar is besproken, is onbekend. „Uit het enkele mislukken van de mediation kan dan ook niet worden afgeleid dat [Speld] degene is geweest die herstel heeft gefrustreerd.”
Ook het tijdsverloop en het afgenomen draagvlak binnen de organisatie zijn volgens de rechter niet zonder meer aan Speld toe te rekenen. Hij was vrijgesteld van werk en partijen hadden gezamenlijk besloten mediation te proberen.
Herplaatsing
De gemeente voerde aan dat herplaatsing niet in de rede lag, omdat Speld in een andere functie mogelijk nog steeds met Hendriks en Leonard zou moeten samenwerken. Ook legde de gemeente een overzicht van vacatures over. Dat is onvoldoende, oordeelt de kantonrechter.
Van een gericht onderzoek naar passende functies, rekening houdend met Spelds opleiding, ervaring, capaciteiten en eventuele scholing, is niet gebleken. Evenmin blijkt dat de gemeente daarover met hem in gesprek is gegaan. Dat hij in een andere functie mogelijk met de twee directeuren te maken zou krijgen, maakt zo’n onderzoek „niet bij voorbaat zinloos”.
De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding af. De gemeente moet bovendien de proceskosten van Speld betalen: 1.009 euro, exclusief eventuele betekeningskosten.
De uitspraak betekent dat Spelds arbeidsovereenkomst blijft bestaan. De rechter heeft de gemeente niet opgedragen hem onmiddellijk terug te zetten in zijn oude functie. Wel is het ontslagverzoek afgewezen en heeft de gemeente volgens de rechter onvoldoende onderbouwd dat herstel of herplaatsing onmogelijk is.





Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.



