Inhoudsopgave
De onderzoekers van Berenschot die hebben gekeken naar hoe de raad, het college, directeuren en ambtenaren onderling en met elkaar samenwerken, zien daarin een toxische sfeer. Een foute cultuur die al veel verder teruggaat dan de afgelopen vier jaar. "Er is een dynamiek ingesleten die niet goed is. Het is een negatieve zichzelf versterkende dynamiek waar jullie in beland zijn. De gemeente komt daar niet meer zelfstandig uit."
Saillant: Een grote reorganisatie bij de gemeente die in 2023 is uitgevoerd in een poging om zaken te verbeteren, beschouwen de onderzoekers min of meer als mislukt. "Er is vooral een andere hark van de organisatie getekend. Die is onvoldoende afgemaakt, in cultuur, in gedrag en in werkwijze. Effecten van de reorganisatie zijn er onvoldoende gekomen." De interim-gemeentesecretaris Gabriëlle Haanen zei al in een eerste reactie dat er veel meer aandacht moet komen voor de zachte aspecten.
Berenschot ging uitgebreid in op de psychosociale veiligheid van de ambtenaren. "Deels is dat persoonsafhankelijk. Een groot deel van de topambtenaren die actief is in het samenspel met college en raad, ervaart een hoge belasting. Dat zit in de aard en het gedrag van de wethouders in de hiërarchische context. Dat gaat ook over één wethouder specifiek. Ook het stadhuis zelf draagt bij aan afstand en de hiërarchische uitstraling."
Hillenaar zei daar na afloop van de presentatie over: "Als we straks een nieuw college hebben, gaan we met elkaar meteen strakke en stevige werkafspraken maken. Dat je ook een basis hebt om elkaar aan te spreken als er gedrag wordt vertoond zoals hier in onderzoek beschreven."
De onderzoekers zien voorts onvoldoende collectiviteit en collegialiteit, met name binnen het college van burgemeester en wethouders. "Wethouders werken vanuit hun eigen portefeuille, er is minder sprake van collegiaal bestuur."
Aan bestuurlijke zijde is er veel ambitie. Er zijn veel doelen. Er is begrijpelijk ongeduld. Er is frustratie, onmacht. Het duurt allemaal te lang. Er is vertraging. Dat heeft invloed op het samenspel."
Directeuren en managers werpen zich op als buffer of als brug. Hou ik de druk van het bestuur bij mijn team weg, probeer ik ze te beschermen? In dat geval haakt het bestuur af. Of probeer ik bruggen te slaan en ga je je de longen uit je lijf lopen. Dan is het gevolg dat het team afhaakt. Alle managers zoeken naar een balans daarin. In het samenspel is er een sterke focus op de korte termijn, waardoor ambtenaren vaak moeten hollen.
Thomas Gardien van D66: "Managers hebben te maken met politieke druk. Een manager in een overheidsorganisatie moet daar mee om kunnen gaan.".
Berenschot: "Ik ben het met je eens. Ik denk ook dat dat de rol is van het management. Hier zie ik een enorme struggle om dit voor elkaar te krijgen. Dat is niet per sè de schuld van managers. Dat is het gevolg van de dynamiek. Managers worden heen en weer geslingerd. Er wordt ambtelijk ook departementaal gewerkt, niet integraal. Er zijn vele wisselingen binnen het management. Steeds opnieuw moeten zaken worden uitgevonden. Er is een enorm geknoei in twee rollen."
Het effect van dat gebrekkige samenspel is dat de onafhankelijkheid van advisering door ambtenaren in het geding is. De vertrokken gemeentesecretaris Gert-Jan Kusters heeft dat ook al eerder gesignaleerd.
In het stadhuis zit een diepe cultuur van roddelen. "Er wordt heel indirect gecommuniceerd. Er wordt in politiek en in ambtelijke kringen over elkaar gesproken. Het is lastig om op een hygiënische wijze ruzie te maken."
Er is een gebrekkige hygiënische veiligheid. Afspraak is afspraak geldt niet altijd. Er is te weinig rolvastheid: wie doet wat, wie is waarvoor verantwoordelijk en waar houdt die op. Afspraken over samenwerking ontbreken.
Tussen raad en college is er weinig dualisme. Het is oppositie tegen coalitie. Er is een grote informele afstemming, er is geen open sfeer. Het is sterk ritueel: de echte beslissingen zijn al genomen. Als de oppositie dat voelt, gaat die op een bepaalde manier reageren. Dat helpt het samenspel niet."




Effect
Het effect van dat gebrekkige samenwerken is dat de onafhankelijkheid van de advisering onder druk staat. Dossiers vertragen. Ambtenaren blijven rondjes draaien. Ze brengen zaken niet snel genoeg naar de bestuurlijke tafel.
Een ander effect is dat mensen afhaken. Mentaal: ze besluiten dat collegeleden maar passanten zijn. Dus laat maar gaan. Ze worden cynisch van alle vragen vanuit de raad. "Daar hebben we de raad weer". Ambtenaren haken ook letterlijk af: ze vertrekken. De omloopsnelheid binnen het gemeentelijke managament team, de directie en onder managers is heel erg hoog. Dat heeft ook effect op het samenspel.
Verklarende factoren
Voor de verklaring hoe het zo is gekomen, kijken de onderzoekers naar de cultuur. Die is loyaal, familiair, het goed met elkaar hebben. Vooral niet het conflict zoeken. Er wordt veel geroddeld. Verantwoordelijkheden worden buiten jezelf gelegd. Dat geldt breed.
Berenschot ziet ook een enorme betrokkenheid bij iedereen. "Iedereen zit hier voor de stad. Maar in het geheel zie je toch structurele spanningen." Het bureau wijst erop dat bij alle geledingen, raad, college, directie en ambtenarij er sprake is van onvoldoende normering van het onderlinge gedrag. Er wordt onvoldoende tegen elkaar gezegd waar men niet van gediend is. Dan normaliseer je de manier waarop je met elkaar omgaat. Cultuur is ondertussen ook dat harmonie sterk wordt gewaardeerd. Dan is het lastig om een ongemakkelijk gesprek te voeren."
Extern zijn er ook ontwikkelingen geweest waardoor de samenwerking in en rond het stadhuis onder druk staat. Er is politieke versnippering. Twintig jaar geleden waren er nog acht partijen, nu zijn er dat zestien. De verharding in de maatschappij heeft ook de raadszaal bereikt.
Berenschot ziet ook een toegenomen invloed van nieuwe media, met name de komst van De Nieuwe Ster twee jaar geleden werd genoemd. "De dynamiek heeft zich versterkt. Nieuwe media zijn de katalysator. Ze zorgen voor een uitvergroting van wat we in het rapport beschrijven."
De onderzoekers zeggen dat het onderzoek bijna vanzelf de nadruk legt op alle zuur. "Daardoor zou je het zoet vergeten. Verreweg de meeste ambtenaren komen met plezier naar hun werk. Ze werken goed samen. De organisatie is geenszins tot stilstand gekomen."
Berenschot ziet het rapport nadrukkelijk als een fundament voor reflectie. Hoe de dynamiek te doorbreken. "Het is geen probleem van individuen, maar van het systeem. Behoefte is groot om nu te zeggen: waar ging het fout, wie heeft schuld? Dat is onmogelijk om te doen. Het aanwijzen van rotte appels, doe dat niet. Dat gaat niet jullie dynamiek doorbreken. Misschien bestaat die behoefte bij sommigen, maar dat gaat je niks opleveren."
De lakmoesproef, zo zei Berenschot, is de manier waarop jullie als raad, college, ambtelijke top met dit rapport omgaan. "Dat gaat cruciaal zijn voor de vraag of oude patronen zich gaan herhalen. Blijven we wijzen naar de ander, of kijken we allemaal in de spiegel? Gaan we lekker verder met roddelen, of gaan we met elkaar praten?"
Berenschot deed ook de aanbeveling dat de gemeente zich extern moet laten ondersteunen. "Zoek de balans tussen een eenmalige impuls en een structurele investering."
Burgemeester Wim Hillenaar: "Ik heb vandaag heel veel urgentie gevoeld bij iedereen. Dat is een kans. Je pakt hem of je pakt hem niet. Ik voel bij mezelf een enorme drive om er iets mee te doen. Tone at the top is superbelangrijk om er iets mee te doen. Als we er lauw loene inzitten, gaan we niets bereiken."
Hillenaar: "We gaan niet een heel plan uitrollen. Er is eigenaarschap nodig. We gaan wel op alle niveaus iets doen. De hei op (de raad was al twee dagen in Geusselt) gaan we een vervolg geven." De burgemeester riep de raad op: "Stel uw oordeel even uit. Lees met een open mind het volledige rapport. Dat is echt van waarde. Waarnemingen zijn echt urgent."








