Doorgaan naar artikel

Koloniale sporen in Maastricht

Zicht op de stad Batavia. Beeld: Public Domain, Wikimedia Commons

Inhoudsopgave

Op 20 februari 1789 had Maastrichtenaar Pieter Gerardu een afspraak met notaris Nicolaas van Bergen van der Grijp. Die afspraak vond plaats tijdens de moesson, de regentijd waarin hevige tropische regenbuien het dagelijks leven konden bepalen. Tropische regenbuien in Maastricht? Nee. De afspraak vond plaats in Batavia, de huidige Indonesische hoofdstad Jakarta, op het eiland Java. Pieter Gerardu wilde er zijn testament laten opmaken. Of hij ziek was, is niet bekend. Eenentwintig maanden later was hij in ieder geval overleden.

Door Stefan Vrancken

 De VOC

De ouders van Pieter, Gilles Gerardu en Sibilla Servaes, woonden in Maastricht, ruim 11.000 kilometer verwijderd van Batavia. Op 30 november 1790 hadden zij een afspraak met de Maastrichtse notaris Andreas Ruijters. Gilles en Sibilla hadden het droevige nieuws ontvangen dat hun zoon Pieter in Batavia was overleden en daar een testament had laten opmaken.

Uit de akte die notaris Ruijters die dag opmaakte, blijkt waarom Pieter Gerardu in Batavia verbleef. Hij was als bootsman, een onderofficier aan boord van een schip, in dienst getreden van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Omdat het vanuit Maastricht lastig was om de nalatenschap af te wikkelen, besloten Gilles en Sibilla een gevolmachtigde in Batavia aan te stellen om hun belangen daar te behartigen. Hun keuze viel op de in Maastricht geboren Willem Daniel Vignon. Willem Daniel was in de periode 1784-1786 de Brabantse burgemeester van het tweeherige Maastricht geweest. De stad had vóór de Franse verovering in 1794 twee burgemeesters: een van Luikse zijde en een van Brabantse zijde.

In 1789 maakte Willem Daniel Vignon de reis naar Batavia, waar hij op 23 december van dat jaar arriveerde. Notaris Ruijters vermeldde in zijn akte dat Willem Daniel ‘Advocaat Fiscaal Generaal van Nederlands India’ was. Die functie hield in dat hij de openbaar aanklager in Nederlands-Indië was, vergelijkbaar met de huidige officier van justitie. Maar er zit een opmerkelijk detail in de akte. Wat in Maastricht op het moment dat Gilles en Sibilla hun volmacht verleenden nog niet bekend was, was dat Willem Daniel bijna vier maanden eerder in Batavia was overleden. Of en hoe de nalatenschap van Pieter Gerardu in Batavia uiteindelijk is afgehandeld, heb ik niet onderzocht.

 

Aan boord van een VOC-schip. Beeld: Public Domain, Wikimedia Commons

Paramaribo

Koloniale aangelegenheden kwamen vaker aan de orde bij Maastrichtse notarissen. Zo zat de in Maastricht woonachtige Philippe Fermin op 21 juni 1771 aan tafel met notaris Melghior Corstius. Philippe had in Paramaribo, in de kolonie Suriname, gewoond. In 1761 had hij zijn apothekerswinkel daar verkocht aan Jan Christoffel Preijser. Vijf jaar later, in 1768, kocht Jan Christoffel ook het woonhuis van Philippe, eveneens in Paramaribo. In de akte van notaris Corstius verklaarde Philippe dat Jan Christoffel inmiddels de volledige koopprijs had betaald en dat hij niets meer van hem te vorderen had.

Paramaribo. Beeld: Public Domain, Wikimedia Commons

De ‘gewesten van Persien’

Regelmatig werden bij Maastrichtse notarissen verklaringen afgelegd over Maastrichtenaren die in verre oorden waren overleden of verdwenen. Zo weten we dankzij een akte van notaris Isaacq Knoop van 21 maart 1741 dat Willem Ziele ‘van Maestrigt’ in 1724 als soldaat van de VOC naar ‘Oostindien’ was gegaan en daar was overleden. Zijn broer Matthijs Ziele verbleef op het moment dat de akte werd opgemaakt nog in ‘Oostindien’. Op 26 december 1741 passeerde bij diezelfde notaris Knoop een akte waaruit blijkt dat Maastrichtenaar Arnoldus Mathourné in 1731 in dienst was getreden van de VOC en naar ‘Oostindien’ was gevaren. In de ‘gewesten van Persien’ was hij uiteindelijk overleden. 

Een mysterieus jongetje

Een heel bijzonder geval ontdekte ik in het archief van het Brabants Hooggerecht in Maastricht. Op 10 maart 1719 verklaarde de in Maastricht woonachtige Maria Heijaerts, weduwe van kapitein Caspar Hertogh, dat haar man in de zomer van 1718 vanuit Java in de haven van Rotterdam was gearriveerd. Na zijn terugkeer was hij vrij snel overleden. Maar Caspar had uit Java een jongetje meegenomen dat hij had geadopteerd. Aan dit jongetje had hij in zijn testament een geldbedrag nagelaten. Wie was dit jongetje? Had Caspar op Java wellicht een concubine (bijvrouw) gehad en was het jongetje zijn eigen zoon? Of was er een andere reden waarom hij het kind mee naar Nederland had genomen?

Schatkist

Het verleden van Maastricht is voor een deel nog in nevelen gehuld. Het Historisch Centrum Limburg (HCL), de historische schatkamer van Maastricht, beheert een schat aan informatie over een deel van het Maastrichtse verleden dat nog niet is ontdekt. Geheimzinnige kisten zijn altijd mooi om open te maken. Dat ervaarde ook de Maastrichtse notaris Jacob Thielen toen hij in 1754 een kist moest openen en de inhoud moest vastleggen in een notariële akte. Die kist was vanuit Colombo naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden verscheept. Fort Colombo was een door de VOC gebouwd fort. Tegenwoordig is Colombo de economische hoofdstad van Sri Lanka. Wat zat er in die kist? Daarover schrijf ik wellicht een volgende keer.

Fort Colombo. Beeld: Public Domain, Wikimedia Commons

Gratis nieuwsbrief, niks meer missen
Wilt u ook van maandag tot en met zaterdag vóór 6.00 uur het laatste nieuws over Maastricht in uw mailbox? Meld u dan gratis aan voor de nieuwbrief van De Nieuwe Ster. Meer dan 20.000 trouwe lezers gingen u al voor. Het enige wat wij van u vragen
Maak De Nieuwe Ster je Google-favoriet Zie ons lokale nieuws vaker terug in Google.
Maak favoriet →
Beste lezer,
Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.

Laatste Nieuws

Ons nieuws is en blijft altijd gratis als je je inschrijft voor de gratis nieuwsbrief

Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw

Bedankt voor uw aanmelding. Controleer uw e-mail om de inschrijving af te ronden