Inhoudsopgave
Wie in Maastricht iets van de gemeente nodig heeft, kan maar beter hopen dat zijn plan op bestuurlijke sympathie kan rekenen. Dan koopt de gemeente grond, schuiven ambtenaren aan bij de planvorming en wordt zelfs een raadsinformatiebrief gebruikt om een participatiebijeenkomst onder de aandacht te brengen. Heb je minder geluk, dan wijst de gemeente vooral op je eigen verantwoordelijkheid. Drie recente dossiers laten zien dat Maastricht steeds vaker met verschillende maten meet.
Neem Ponyclub Maastricht. De ponyclub wil in het Jekerdal een permanente huisvesting realiseren, met onder meer een schuur van ongeveer 200 vierkante meter, een buitenbak en een parkeerplaats. Het gaat om een particulier initiatief: De ponyclub is gewoon een bedrijf, een eenmanszaak. De ponyclub moet, net als iedere andere initiatiefnemer, zelf een vergunning aanvragen, onderzoeken laten uitvoeren en de omgeving bij het plan betrekken.
Toch gedraagt de gemeente zich hier allerminst als een neutrale vergunningverlener. Zij kocht voor 212.000 euro grond, ruilde percelen en kocht eerder al voor ongeveer zeven ton een ander pand aan de Mergelweg. Dat pand bleek uiteindelijk financieel niet haalbaar voor de ponyclub en wordt weer afgestoten. Alles bij elkaar trok de gemeente inmiddels bijna een miljoen euro uit voor het bedrijf.
Daar komt nu iets opvallends bij. In een raadsinformatiebrief van 28 augustus kondigt het college uitvoerig de informatiebijeenkomst aan die de ponyclub op 19 september houdt. De gemeente vermeldt waar en wanneer de bijeenkomst plaatsvindt, wat er wordt besproken, wie is uitgenodigd en dat raadsleden de bijeenkomst kunnen bezoeken.
Dat is hoogst ongebruikelijk. Participatie is bij dit soort vergunningaanvragen de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer nodigt omwonenden uit, presenteert zijn plannen en legt later aan de gemeente uit wat met de reacties is gedaan. De gemeente beoordeelt vervolgens of het participatietraject zorgvuldig is verlopen.
Bij de ponyclub lijkt de gemeente echter niet alleen beoordelaar, maar ook facilitator en publiciteitskanaal. De raadsinformatiebrief leest bijna als een uitnodiging namens de ponyclub. Dat de raad in 2023 unaniem een motie aannam om naar duurzame huisvesting te zoeken, verklaart de betrokkenheid van het college. Het verklaart niet waarom de gemeente haar formele informatiekanaal inzet om een participatiebijeenkomst van een particuliere onderneming te promoten.
Valeriushof: zoek het zelf maar uit
Hoe anders is de houding tegenover 104 eigenaren van parkeerplaatsen en garageboxen aan de Valeriushof. Zij kampen al tientallen jaren met lekkages, afbrokkelend beton en een wegdek dat eruitziet als een lappendeken. Het asfalt ligt op het dak van de parkeergarages. Regenwater dringt naar binnen en op verschillende plekken ligt het betonijzer bloot.
De problemen dateren al uit de bouwperiode. De oorspronkelijke aannemer ging in 1980 failliet. De geplande waterkerende laag werd volgens onderzoek nooit aangebracht en ook de stenen afwerking van het woonerf kwam er niet. De gemeente heeft het wegdek in de daaropvolgende 46 jaar hoofdzakelijk opgelapt. Afdichtingen van dilatatievoegen, die periodiek onderhoud nodig hebben, zouden al die tijd niet structureel zijn onderhouden.
Nu ligt er een offerte van ruim één miljoen euro voor herstel. De gemeente wil daarvan ongeveer de helft betalen. De andere vijf ton moet worden opgebracht door de eigenaren: gemiddeld ongeveer 5.000 euro per parkeerplaats of garagebox.
Juridisch kan de gemeente mogelijk een punt hebben wanneer zij stelt dat de waterkerende laag volgens de statuten onder de verantwoordelijkheid van de eigenaren valt. Maar behoorlijk bestuur is meer dan het opzoeken van één bepaling die financieel gunstig uitpakt. De vraag is ook welke verantwoordelijkheid de gemeente zelf draagt na 46 jaar gebrekkig onderhoud aan het openbare woonerf.
Bij de ponyclub zoekt Maastricht actief naar mogelijkheden, koopt zij grond en begeleidt zij het initiatief door de procedures. Bij de Valeriushof zoekt de gemeente vooral naar de grens van haar eigen aansprakelijkheid. Voor de ene particuliere partij gaat de bestuurlijke gereedschapskist helemaal open; tegenover 104 bewoners blijft de hand vooral op de portemonnee.
Eigen monumenten, andere norm
Hetzelfde patroon signaleert nota bene de onafhankelijke Welstands- en Monumentencommissie. In haar jaarverslag over 2025 waarschuwt de commissie dat de gemeente te gemakkelijk instemt met de sloop van monumenten en bij haar eigen bezit niet altijd dezelfde zorgvuldigheid betracht die zij van inwoners verlangt.
De commissie formuleert het glashelder: “Wanneer van inwoners zorgvuldigheid wordt verwacht, dient de gemeente dit ook zelf zichtbaar toe te passen.”
Dat gebeurde volgens de commissie onvoldoende bij de voormalige sluiswachterswoning bij het Landbouwbelang. Het college wil dat gemeentelijke monument slopen, hoewel behoud en inpassing volgens de commissie mogelijk zijn. Eerder verdween in hetzelfde gebied al de monumentale Affuitenloods.
Een inwoner met een monumentaal pand krijgt te maken met strenge eisen, kostbare onderzoeken en soms jarenlang overleg over details. Wanneer een monument in de weg staat van een gemeentelijk project, blijken regels en adviezen ineens minder zwaar te wegen.
Gelijke gevallen bestaan niet, gelijke normen wel
Natuurlijk zijn de ponyclub, de Valeriushof en de Maastrichtse monumenten juridisch verschillende dossiers. Het ene gaat over een vergunningaanvraag, het andere over eigendom en onderhoud en het derde over erfgoedbeleid. Gelijke behandeling betekent niet dat ieder dossier dezelfde uitkomst moet krijgen.
Maar burgers mogen wel verwachten dat de gemeente vanuit dezelfde bestuurlijke basishouding werkt: consequent, transparant en zonder voorkeursbehandeling. Wie zelf initiatiefnemer is, hoort primair zelf de participatie te organiseren. Wie tientallen jaren nalaat onderhoud te plegen, kan de rekening niet zonder meer doorschuiven. En wie van monumenteneigenaren maximale zorgvuldigheid verlangt, moet die norm ook toepassen op gemeentelijke monumenten.
Juist daar wringt het. Maastricht gebruikt regels soms als gereedschap om iets mogelijk te maken en soms als schild om verantwoordelijkheid af te houden. Niet de regel lijkt bepalend, maar de bestuurlijke wenselijkheid van het resultaat.
De ponyclub krijgt een helpende hand, 104 bewoners krijgen een rekening en gemeentelijke monumenten krijgen soms de sloophamer. Dat zijn drie verschillende dossiers, maar samen vertellen ze één verhaal: in Maastricht hangt de maatstaf te vaak af van degene die langs de meetlat wordt gelegd.




Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.




