Inhoudsopgave
Een stevig aantal nieuwkomers afkomstig uit de commerciële wereld diende zich voor de verkiezingen aan bij diverse politieke partijen. Een voor één verlaten ze de politiek al weer. Allemaal een illusie armer. Snel iets voor elkaar willen krijgen in de lokale politiek is om heel veel redenen zo goed als onmogelijk.
Mensen uit het bedrijfsleven 'die iets terug willen doen voor de stad', zien dat politiek echt een andere wereld is. Met eigen wetten, met eigen mores. "Zo doen we dat hier niet." Waarom niet? "Omdat we het altijd zo gedaan hebben." Dat is nog net niet als dat je tegen kleine kinderen zegt: "Daarom."
Peter-Paul Muijres Mba- afkomstig van Holland Casino's - bedankte na honderd dagen als burgerraadslid voor in dit geval de Sociaal Actieve Burgerpartij (SAB). Hij maakte zelf een vergelijking van het politieke handwerk: dat voelt als trekken aan een kar met vierkante wielen met de handrem er nog op. Bertil Kaanen bedankte dinsdagmiddag, zelfs nog voor zijn geplande benoeming tot burgerraadslid voor de Senioren Stadspartij Maastricht (SPM). Hij had deze week een gesprek met het bestuur van de partij en kwam tot de conclusie dat de SPM niet beweegt, geen ideeën inbrengt en pas in oktober een evaluatie van de verkiezingsnederlaag van half maart maakt. Hij kreeg zelf kritiek dat hij maar bleef hameren op het belang van natuurwater, zwembaden, sporten en bewegen. Terreinen waarop hij een erkend expert is. Rijschoolhouder Johan Mulkens was de eerste die zijn conclusie trok na een gebrek aan actie en zichtbaarheid bij 'zijn' 50PLUS.
Het vertrek van drie nieuwkomers is geen incident. In de vorige raadsperiode was het stadhuis een duiventil, niet alleen voor wethouders en raadsleden, juist ook voor burgerraadsleden. Van die laatste categorie werden er maar liefst 79 (!) benoemd in vier jaar tijd. Opgeteld bij de wisselingen in raad en in het college (vier wethouders van de zes werden vervangen) hebben zo'n 130 tot 140 mensen zich in vier jaar tijd actief voor het bestuur van de stad willen inzetten en hebben velen van hen het speelveld weer voortijdig verlaten.
Mulkens, Muijres en Kaanen zijn drie van de nieuwkomers met een zakelijke achtergrond in de Maastrichtse politiek die de illusie hadden zaken in beweging te kunnen krijgen. Dat geldt ook voor nieuwkomers bij de PvdA zoals Peter van Hooren, die als zelfstandig ondernemer veel meer tempo gewend was. Ondernemer Willem Schneider, nu raadslid voor het CDA, moet ook ongelooflijk wennen aan de soms extreem lange vergaderingen en de traagheid van besluitvorming.
Waar al die ondernemers gewend zijn door te pakken, is hun speelveld in de politiek erg klein. Om te beginnen geldt bij nogal wat fracties dat je onderaan moet beginnen, als je er niet in slaagt met voorkeur in de gemeenteraad te komen zoals Schneider. Leden van eigenlijk alle partijen die al jaren veel corveewerk hebben gedaan, klimmen omhoog en worden niet graag gepasseerd door een bestuur. Het is geen gewoonte dat na interne werving en selectie bijvoorbeeld de beste debaters boven komen drijven. Het systeem is dat loyaliteit wordt beloond, ook al komt iemand in de raad niet zo goed uit de verf. Nieuwkomers begrijpen dat vaak niet. Het bedrijfsleven selecteert veel harder op de noodzakelijke kwaliteiten en competenties.
Nieuwkomers kennen ook de mores niet van de gevestigde orde. Om een raadsvraag te kunnen stellen of van een idee tot een aangenomen motie te komen, dat vereist veel politieke vaardigheid. Moties die kritisch zijn voor de zittende coalitie, die halen het zelden. Want we gaan het niet meteen lastig maken voor de nieuwe wethouders. Er was een niet-aanvalsverdrag tussen wethouders in de vorige raadsperiode constateerde bureau Berenschot. In de raad gelden ook onuitgesproken onderlinge afspraken. Als nieuwkomer heb je daar nog geen goed inzicht in. Dan loop je snel vast en raak je gefrustreerd. Zeker als je merkt dat afspraken in de politiek zo zacht zijn als een pakje boter in de zon.
Als je vanuit het bedrijfsleven gewend bent snel gedegen onderzoek te doen en daarna een besluit te nemen, dan is dat niet hoe het werkt in de politiek. Als je al met een motie de boer op mag gaan, dan moet je bijna voor elke steunbetuiging in de tekst wat water bij de wijn doen. Voordat zo'n stuk dan de eindstreep haalt, is er geen wijn meer over. Dat werkt frustrerend. Niet alleen voor nieuwkomers, ook voor veel zittende raadsleden geldt dat.
In het politieke proces worden al te vernieuwende ideeën vaak langzaam fijngemalen totdat er alleen nog stof over is. Als iemand toch vasthoudt komt het antwoord nogal eens neer op: "Zo doen we dat hier niet." Waarom niet? "Omdat we het altijd zo gedaan hebben."
Wat een effectieve inbreng om ook maar één simpel idee te realiseren ook frustreert is de olietanker die ambtenarij heet. 1900 ambtenaren bepalen de facto het beleid. Beleid dat al vastligt in stapels nota's, waarvan de pas vastgestelde Omgevingsvisie 2040 de moeder aller nota's is. Nu al verwijst de coalitie naar die Omgevingsvisie om discussies met de raad over bijvoorbeeld de groei naar 140.000 inwoners in de kiem te smoren. "Dat is al vastgesteld door uw raad in de Omgevingsvisie", heet het dan letterlijk. Als net ingetreden buitenstaander iets aan de strategie van de stad willen doen is utopisch. Een veilige oversteekplek willen realiseren door een zebrapad te schilderen, dat is soms al niet te doen. Dan blijkt dat er geen budget is.
Waar ambtenaren machtig zijn en het beleid stevig verankerd is in nota's, is er nu ook weer een vers coalitieakkoord. De vaarroute van de olietanker is daarmee bepaald voor de komende vier jaar. En al zou je de kapitein willen bewegen die koers toch te verleggen, dan moet je eerst bepalen wie eigenlijk het roer in handen heeft. De raad, het college, de burgemeester? Zelfs het college klaagde er de afgelopen vier jaar over dat het ambtelijk apparaat veel te traag levert. Voormalig wethouder Frans Bastiaens, toch wel de machtigste wethouder, had er grote moeite mee. Hij verloor zo nu en dan zijn geduld. Wie heeft informeel de meeste macht? Als nieuwkomer ben je vooral eerst dekmatroos.
De gevestigde politieke orde is niet ingericht op vernieuwing. De raad telt veel politieke veteranen, de mastodonten van de gemeenteraad. Zij zijn verknocht aan het raadswerk, om tal van redenen. Gemotiveerd om iets voor de stad te doen, maar ook ego en simpelweg de raadsvergoeding van circa twee mille per maand zijn reden om in de raad te willen blijven zitten.
Het langstzittende raadslid is John Steijns van de SPM. Zijn partij kelderde van vijf naar drie zetels, Steijns zelf haalde na zeven raadsperiodes persoonlijk dik tweehonderd stemmen minder op. Hij deed meteen na de verkiezing aan zelfreflectie door te bedenken dat "...ongetwijfeld bij kiezers mee zal hebben gespeeld dat ook een jonger iemand de kans zou moeten krijgen.." Gevraagd of hij zijn vertrek aankondigde antwoordde Steijns dat hij nog steeds gemotiveerd is om weer vier jaar in de raad zitting te nemen. Op naar de 32 jaar. Behoud in plaats van vernieuwing. Dat heeft overigens wel één voordeel: Steijns is een wandelend archief.
De mastodonten in de raad - die bij alle partijen zitten en overal veel invloed hebben - blijven zo lang mogelijk zitten. Voor hen is de politiek hun leven. Het hebben van aanzien als wethouder, als vice-voorzitter van de raad, als voorzitter van de werkgeverscommissie, als domeinvoorziter, als raadslid: het speelt allemaal mee. Vooral D66 is wat dat betreft de uitzondering op de regel. Een nieuwe wethouder, twee nieuwe raadsleden van de zes raadsleden. Bij D66 kunnen ambitieuze nieuwkomers de zittende wethouder van de troon stoten. Het kan wél.
Ondernemers die gewend zijn dat facilitaire zaken goed geregeld zijn, constateren dat de ondersteuning voor burgerraadsleden nogal eens hapert. Ze verwijzen bijvoorbeeld naar problemen met de ICT. Er is nauwelijks een inwerktraject, anders dan dat verwezen wordt naar cursussen die ze kunnen volgen. Dat is systeem-denken. Niemand die ziet dat ze zwemmen maar de kant niet bereiken.
Voor het geld doen de gepensioneerde zakenmensen die de politiek in willen het meestal niet. Een burgerraadslid krijgt 150 euro vergadervergoeding. Voor een vergadering van vele uren is dat al een fooi maar voor alle werk dat ze buiten de vergadering doen is het twee keer niks.
En als de nieuwkomers al gevoelig zijn voor waardering, krijgen ze die ook niet altijd. Uiteindelijk willen veel raadsleden zichzelf profileren. En dat is voor de niet-fractievoorzitters al moeilijk genoeg, zeker nu de raad 16 partijen telt.
Het veranderen van die politieke cultuur vergt een andere werkwijze in de gemeenteraad en in de politieke partijen. Partijen moeten talenten veel meer kansen geven om snel door te stromen. Talenten echt opleiden en coachen. Zij-instromers uit de commerciële wereld moeten hun inbreng kunnen hebben. Ondernemers doen niet mee voor spek en bonen. Alle nieuwkomers moeten in alle vergaderingen altijd als eerste het woord krijgen: zo voorkom je dat de oude mastodonten bij voorbaat hun mening zo verkondigen dat de politici die lager in de pikorde staan er maar het zwijgen toe doen. Want als de gevestigde orde zich als eerste uitspreekt, dan verandert er zo goed als zeker nooit wat aan de cultuur van "Zo doen we dat hier."

