Inhoudsopgave
Wethouder Guiseppe Noteborn is de weg kwijt. Dat blijkt uit de ronduit hallucinante reactie van de gemeente op de kwestie rond Populierweg 106. Een woning die al sinds 2009 bestaat, waarvoor belasting wordt betaald en die een eigen aansluiting voor water en elektriciteit heeft, kan niet worden verkocht omdat de gemeente administratief doet alsof ze niet bestaat. En de wethouder? Die verschuilt zich achter regels, ambtenaren en een parkeeronderzoek in half Limmel.
De broers Sylvain en Gilbert Rooijen proberen al tweeënhalf jaar een huisnummer te krijgen voor Populierweg 106. Het pand is al in 2009 gesplitst. De gemeente weet dat kennelijk ook heel goed, want via de BsGW wordt voor de woning keurig belasting geïnd.
Maar zodra de eigenaren het huis willen verkopen, verandert de werkelijkheid. Dan behandelt de gemeente de bestaande woning alsof er een compleet nieuw bouwplan wordt ingediend. De broers moeten aantonen dat de woning geen onaanvaardbare parkeerdruk veroorzaakt.
Ze maakten daarvoor op voorgeschreven dagen en tijdstippen foto’s van de geparkeerde auto’s. Toch bleef de gemeente moeilijk doen. Er moest worden gekeken naar de parkeerdruk binnen een loopafstand van 200 meter rond de woning. Voor wie Limmel kent: dan gaat het niet meer over Populierweg 106, maar over een aanzienlijk deel van de buurt.
Na vragen van De Nieuwe Ster kwam dinsdagavond de reactie van de gemeente. Die reactie maakt de zaak alleen maar erger.
De gemeente legt uitgebreid uit dat zij de Nota Parkeernormen 2021 uitvoert, dat iedereen gelijk wordt behandeld en dat de bewijslast bij de initiatiefnemer ligt. De broers zouden zelfs zijn “tegemoetgekomen”, omdat zij zelf foto’s mochten maken en niet onmiddellijk een gecertificeerd onderzoeksbureau hoefden in te schakelen.
Je moet het maar durven opschrijven.
Twee inwoners lopen al tweeënhalf jaar vast in gemeentelijke procedures. Een bestaande woning kan niet worden verkocht. De gemeente beschikt zelf niet over de benodigde parkeerdrukgegevens, maar legt de kosten en verantwoordelijkheid om die gegevens te verzamelen wel bij de burger. Vervolgens presenteert de gemeente dat als meedenken.
Dat is geen dienstverlening. Dat is een ambtelijk systeem dat zichzelf belangrijker vindt dan de werkelijkheid.
Politiek verantwoordelijk
Wethouder Guiseppe Noteborn verschuilt zich volgens raadslid Jo Smeets achter het argument dat hij slechts beleid uitvoert dat door de gemeenteraad is vastgesteld. Die visie wordt bevestigd door de persreactie die is afgestemd met Noteborn. Hij heeft een merkwaardige opvatting over het wethouderschap.
Een wethouder is geen woordvoerder van de ambtelijke organisatie. Hij is politiek verantwoordelijk voor wat die organisatie doet. Juist wanneer toepassing van regels tot een evident onredelijke situatie leidt, moet een bestuurder ingrijpen, maatwerk afdwingen of met een voorstel naar de gemeenteraad komen.
Noteborn zou eenvoudig naar de Populierweg kunnen gaan. Dan ziet hij een bestaande woning, een eigen tuin, een inpandige garage met ruimte voor twee auto’s en een straat waar volgens betrokkenen doorgaans voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Op dezelfde plek zat vroeger bovendien een supermarkt, die vermoedelijk aanzienlijk meer verkeer aantrok dan één woning.
Maar Noteborn komt niet kijken. Hij blijft achter zijn bureau en laat de ambtelijke reactie het politieke antwoord zijn.
Daarmee ontstaat de indruk dat niet de wethouder leiding geeft aan de organisatie, maar dat de organisatie de wethouder vertelt waarom iets niet kan. De ambtenaren bepalen de werkelijkheid en Noteborn verdedigt die vervolgens.
Verkiezingsprogramma ingeleverd
Dat is extra pijnlijk omdat de VVD bij de coalitieonderhandelingen al vrijwel haar hele politieke profiel heeft ingeleverd. De partij liet haar harde standpunt over de voorrang voor statushouders vallen. De verkiezingsbelofte om de OZB niet te verhogen, verdween eveneens. Ook de stevige VVD-taal over veiligheid, cultuur en een zuinige overheid kwam sterk afgezwakt terug in het coalitieakkoord.
De Nieuwe Ster concludeerde eerder al dat de VVD vooral één hoofdprijs had binnengehaald: een wethouderszetel voor Guiseppe Noteborn.
Een van de weinige punten waarop de VVD naar eigen zeggen wél succes boekte, was het verminderen van regels en het versnellen van woningbouw. Juist daar gaat het nu mis. Een bestaande woning staat leeg en kan niet worden verkocht, terwijl Maastricht schreeuwt om woonruimte. Niet omdat het pand onveilig is of omdat er geen parkeerplaats is, maar omdat de gemeentelijke werkelijkheid belangrijker wordt gemaakt dan de zichtbare werkelijkheid.
Dat zou voor een VVD-wethouder aanleiding moeten zijn om met de vuist op tafel te slaan.
In plaats daarvan laat Noteborn weten dat de regels nu eenmaal de regels zijn. Misschien worden die regels in 2027 aangepast. De broers Rooijen mogen kennelijk tot die tijd blijven wachten.
Geen bestuurder, maar doorgeefluik
Noteborn zei tijdens de coalitieonderhandelingen dat je in het college moet zitten om iets te kunnen bereiken. Eenmaal in dat college blijkt hij echter niet in staat een vastgelopen dossier van één bestaande woning los te trekken.
Daarmee resteert een pijnlijke vraag: wat heeft Maastricht aan een VVD-wethouder die verkiezingsbeloften opgeeft om bestuurder te worden, maar zich vervolgens tegenover burgers gedraagt als doorgeefluik van de ambtelijke organisatie?
Besturen is niet uitleggen waarom iets volgens de regels onmogelijk is. Besturen is verantwoordelijkheid nemen wanneer regels tot een absurde uitkomst leiden.
Op de Populierweg staat een huis dat volgens de gemeente niet bestaat. In het stadhuis zit een wethouder die formeel verantwoordelijk is, maar zich niet als de baas gedraagt. Het wordt tijd dat Guiseppe Noteborn binnen die straal van 200 meter de weg terugvindt.






Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.




