Inhoudsopgave
Het college van burgemeester en wethouders heeft de stad tekort gedaan en de ambtelijke organisatie achteruit gezet. De kwaliteit van de besluitvorming heeft geleden onder de zeer gebrekkige samenwerking tussen college en ambtelijke top en ambtelijke organisatie. De belangen van de stad zijn geschaad, zo blijkt uit tal van passages en citaten uit het rapport van Berenschot naar de bestuurscultuur in het stadhuis.
Deelbelangen vanuit specifieke portefeuilles gaan boven het hogere belang
Afdelingen die door wethouders tegen elkaar uitgespeeld worden om individuele wensen te realiseren
Heel kort gezegd vindt het college dat de ambtelijke organisatie onvoldoende snel levert, terwijl de ambtenaren vinden dat ze overvraagd worden. Het rapport van Berenschot is voor het college spijkerhard.
Het lijkt erop dat waar de onderzoekers van Berenschot iedereen adviseren te reflecteren op zijn of haar gedrag, met name wethouder Frans Bastiaens alvast het beste de eer aan zichzelf kan houden.
Wat betrokkenen zeggen en wat Berenschot daarvan opschrijft is vernietigend voor een bestuurlijke oude vos als Bastiaens, die misschien wel zijn haren nog kan verliezen maar niet meer zijn streken gaat verliezen.
Dominant, gestrest, onvoorspelbaar en emotioneel
"Door betrokkenen wordt over wethouder Bastiaens aangegeven dat hij inhoudelijk scherp en zeer bevlogen is en sterke ideeën en ambities heeft, maar dat hij in de omgang met ambtenaren tekort kan schieten. Dan gaat het over de manier waarop hij tegen ambtenaren kan spreken, die als dominant, gestrest, onvoorspelbaar en emotioneel wordt getypeerd. Ook onvoldoende luisteren, het onderbreken van ambtenaren, het twijfelen aan ambtelijke expertise en bemoeienis en details en uitvoering worden door betrokkenen genoemd. Het effect hiervan is dat een deel van de ambtenaren hem ontwijkt, dat zij terughoudend zijn om alles naar voren te brengen in een gesprek en dat het voorkomt dat er wordt meebewogen met zijn wensen, ook als deze onverstandig of onhaalbaar worden geacht."
Ook wethouder Johan Pas krijgt een flinke draai om de oren in het rapport.
Betrokkenen ervaren dat hij dan emotioneel kan worden, mensen in de rede kan vallen en zijn stem kan verheffen
"Over wethouder Johan Pas wordt aangegeven dat hij in informele setting joviaal is en prettig in de omgang. In formele settings wordt echter ook ervaren dat hij op een onprettige manier kan reageren als hij ontevreden is, of uit een gevoel van onmacht. Betrokkenen ervaren dat hij dan emotioneel kan worden, mensen in de rede kan vallen en zijn stem kan verheffen. Ook ervaren zij dat hij druk kan zetten, soms weinig begrip heeft voor de complexiteit van dossiers en vertragingen kan opvatten als ambtelijk tegenwerken. Het effect hiervan is dat sommige ambtenaren zich ongemakkelijk voelen en niet altijd alle inhoudelijke afwegingen op tafel komen."
Zoals de politieke verhoudingen in de formatie en binnen zijn partij D66 liggen, zal Pas sowieso niet aanblijven als wethouder.
Het is nogal wat als ambtenaren niet alles meer naar voren durven brengen, meebewegen met de wensen van de wethouders, ook als die "onverstandig of onhaalbaar" worden geacht.
Een niet-aanvalsverdrag
Een gebrek aan samenwerking binnen het college wordt ook pijnlijk blootgelegd. Er is geen teamspirit.
"Wij zien het college als een optelsom van individuele collegeleden met eigen protefeuilles en eigen agenda's in plaats van een collegiaal bestuursorgaan. Menig gesprekspartner geeft aan dat het binnen het college ieder voor zich is. Bovendien wordt nagelaten elkaar kritisch te bevragen. Betrokkenen spreken in dit verband van een niet-aanvalsverdrag. Zo lang jij je niet met mij bemoeit, bemoei ik me niet met jou. Wat verder opvalt is dat er over elkaar wordt gepraat. Dit gebeurt zowel tussen collegeleden onderling als richting ambtenaren."
"Het effect van het ontbreken van deze collegialiteit is dat dit doorwerkt in de ambtelijke organisatie, die zich aan het college spiegelt. Deelbelangen vanuit specifieke portefeuilles gaan boven het hogere belang. Ambtenaren krijgen onduidelijke opdrachten wanneer meerdere portefeuillehouders betrokken zijn en er zijn voorbeelden van afdelingen die door wethouders tegen elkaar uitgespeeld worden om individuele wensen te realiseren."
Ook hier een pijnlijke constatering: deelbelangen gaan boven het hogere belang. Afdelingen die tegen elkaar uitgespeeld worden: dat is pure machtspolitiek. Daarmee wordt de stad tekort gedaan. En daarbij moet bedacht worden dat die deelbelangen soms ook gewoon worden doorgedrukt:
"Bestuurders oefenen druk uit om ambtelijke adviezen aan te passen: de ambtelijke top en de organisatie bewegen daarin mee."
Dat er geen sprake is van een team komt in meerdere passages naar voren:
"De raad en de ambtelijke organisatie duiden verschillende combinaties van wethouders aan als 'kampen' die tegenover elkaar staan."
"In het college is er onvoldoende collegialiteit, waardoor deelbelangen domineren."
"De onafhankelijkheid van ambtelijke advisering staat op sommige plekken onder druk omdat afwegingen, alternatieven of risico's uit het dossier worden gehaald om tegemoet te komen aan de wensen van het college of van een individuele wethouder."
Het college, dit college in de afgelopen vier jaar, heeft ook de ontwikkeling van de ambtelijke organisatie in de achteruit-versnelling gezet.
"Met name de afstand tussen het college en de ambtelijke organisatie is in de afgelopen college-periode toegenomen, met wij-zij denken, onderling wantrouwen en verwijdering tot gevolg. De afstand is zo groot geworden, dat de verbinding zich niet meer goed liet herstellen."
"Het onderzoek laat zien dat er sprake is van stress op plekken waar intensief samengewerkt wordt met bestuurders en de politieke druk groot is."
"Deze ontevredenheid en onbegrip over elkaar worden vooral binnen het management en binnen het college besproken en niet samen. Het effect daarvan is dat de negatieve beelden over elkaar aanzwellen."
En de effecten die dat gehad heeft op het verloop aan de top van de ambtelijke organisatie zijn kolossaal. Zo'n verloop zou een normaal bedrijf amper overleven: een Raad van Commissarissen zou ingrijpen.
"Sinds 2019 zijn er vijf verschillende gemeentesecretarissen geweest, waarvan drie ad-interim. Binnen de overige rollen in het directieteam en het gemeentelijk managament team (24 functies) zijn er twintig wisselingen geweest sinds de start van de afgelopen collegeperiode. Een directielid heeft in 2024 en 2025 gedurende tien maanden drie verschillende managementfuncties waargenomen."
En waar de ambtelijke top niets minder is dan een duiventil, bemoeien de wethouders zich ook nog eens op detail- en persoonlijk niveau met het personeelsbeleid:
"De gemeentesecretaris is hiervoor verantwoordelijk.... Voor wethouders is dat niet duidelijk... Het effect is dat wethouders zich actief bemoeien met het personeelsbeleid van de organisatie. Van het aannemen van nieuwe medewerkers en de (on)wenselijkheid van promoties, tot de inzet van medewerkers bij specfieke projecten."
Er zijn ook kritische opmerkingen over de vergaderdiscipline in het college:
"Tijdens collegevergaderingen is het niet ongebruikelijk dat besluiten via de rondvraag uitgelokt worden, terwijl ze daar procedureel niet thuishoren."
(Een van de voorbeelden is de ton voor de Kerststal die op deze manier ingeschoten werd door Frans Bastiaens, zoals De Nieuwe Ster eerder onthulde.)
"Bij ambtenaren ontstaat irritatie over bestuurders die opdrachten geven via Whatsapp, mondeling of op tijdstippen dat ambtenaren daar niets meer mee kunnen. Maar ook over bestuurders die hun stukken te laat lezen waardoor bijsturen niet meer mogelijk is."
Opmerkelijk is dat slechts twee wethouders met naam genoemd worden. Bastiaens en Pas. De naam van Manon Fokke, verantwoordelijk voor Personeel&Organisatie valt niet. Ook de naam van burgemeester Wim Hillenaar wordt niet genoemd: hij zou als burgemeester een verbindende rol hebben kunnen spelen, maar ook hij heeft kennelijk van het college geen team kunnen smeden. Hem wordt nu wel een regierol toegedicht door de onderzoekers om zaken te adresseren.



